Van Damme (3)

De door de staat Singapore gelegitimeerde moord op in dit geval een landgenoot, plaatst ons voor de vraag hoever de grens van het respect voor het rechtsstelsel van de andere staat kan reiken. Elk nationaal rechtsstelsel kent misdrijven, dus inbreuken op haar rechtsorde, die als universeel worden aangemerkt. Wie misdoet, en waar en waartegen maakt in zo'n geval niet uit. Voorbeelden zijn valsemunterij, vliegtuigkaping, en - niet in Nederland - handel in drugs.

Ik meen dat ook het opleggen van de doodstraf als een misdrijf dat valt onder dat 'Weltrechtsprinzip', c.q. het universaliteitsbeginsel dient te worden aangemerkt. En dus de verantwoordelijken en de bij de tenuitvoerlegging betrokkenen als universeel misdadiger tegen de mensheid. Respect voor een rechtsstelsel dat de doodstraf voor burgers handhaaft is daarmede vanzelfsprekend uitgesloten.

Het is te wensen dat de Nederlandse Regering stappen onderneemt om het Zesde Protocol bij de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens waarin de verplichting tot afschaffing van de doodstraf door partijen werd vastgelegd, doet aanvullen in die zin, dat handhaving en medewerking aan tenuitvoerlegging van de doodstraf in vredestijd wordt beschouwd als universeel misdrijf, waarvoor handhavers en medewerkenden aan tenuitvoerlegging misdadigers tegen de mensheid in elk der verdragsluitende staten kunnen en zullen worden vervolgd. Op humane wijze, wel te verstaan.