Nederland als droomfabriek

Het nieuwe paarse kabinet beleefde deze week zijn eerste Prinsjesdag. Gaat paars het anders doen? De no-nonsense jaren tachtig zijn voorbij zonder een blijvende verjonging van denken en doen in economie en politiek te hebben gebracht. Het weefsel van de normale gang van zaken in Nederland, land van vergaderaars, is onveranderd sterk. En in een land zonder collectief geheugen zijn de processen van verandering en besluitvorming ondoorzichtig. Nederland gebeurt gewoon. Een voorpublikatie.

Dit is een verkorte versie van het slothoofdstuk van het begin oktober verschijnende boek 'De Stroperige Staat, Kanttekeningen bij de liefste democratie op aarde', uitgeverij Contact. Naar aanleiding hiervan wordt 9 oktober om 14.00 uur in De Balie in Amsterdam een openbaar debat gehouden onder de titel 'De Stroperige Staat: Gaat paars het anders doen?'

Vernieuwing is sinds de late jaren zestig een Nederlandse obsessie geworden. Vanalles is onherkenbaar vernieuwd. Alsof een reuzeprop door de leiding moest worden gespoeld. Het gaf een massaal gevoel van bevrijding. Of was 'verandering' de melodie van ambitieuze rattenvangers van Hamelen, die meer gaven om macht dan om wat zij veranderden?

Nu, vijfentwintig jaar later, kan de rekening langzamerhand worden opgemaakt. Conclusie één: de revolutie is nog aan de gang. Een correctie-beweging tegen de geïmporteerde mei-revolutie van '68 is - anders dan in andere landen - in Nederland nooit op gang gekomen. Dat is wel toegeschreven aan de rijkdom van het aardgas. De economische noodzaak ontbrak om orde op zaken te stellen. Maar het is de vraag of dat alles is.

Onder de oppervlakte is er te veel gebeurd. Vernieuwing is een doel op zichzelf geworden. Dat heeft bijna alle gebieden des levens aangeraakt. De politieke cultuur is totaal veranderd. Het onderwijs (van kleuter- tot doctorandusvorming), de verhoudingen binnen gezin, bedrijf en kantoor, het verplaatsingsgedrag, de manier van omgaan met natuur en architectuur, de dagelijkse toepassing van de wet, de landsverdediging, het gezag van de overheid, er is zo veel omgewoeld, met zulke verstrekkende gevolgen voor miljoenen Nederlanders, dat de beschikbaarheid van gratis geld bij lange na niet de enige verklaring kan zijn voor de massale ontvankelijkheid voor zo veel veranderdrift.

Dat is conclusie twee: er moet een vrij diepe en algemene behoefte hebben bestaan de teugels los te gooien. Tenzij het volk het wel best vond wat de rattenvangers allemaal floten. Het begon ermee dat universiteitsbestuurders als criminelen voor de massa werden geroepen. Daarna moesten de baas, de ouders, en de wet er aan geloven. Ik en anders werden de codewoorden. Wie in '68 tussen de twintig en dertig was, kocht spijkergoed en een bijbehorend waardepatroon. Wie die tijd vol fundamentalistische verwachtingen niet had meegemaakt, groeide vaak op zonder al die aversie tegen gezag, maar profiteerde tegelijkertijd van de vrijere verhoudingen die toen zijn afgedwongen.

Nederlanders van alle generaties hebben hun levens intussen vol overtuiging ter hand genomen, zonder raadpleging van kerk, oma of de partij. Die revolutie is geleidelijker verlopen, maar niet minder ingrijpend dan het verzet tegen de bestuurs-traditie van voor '68.

Een kwart eeuw later vertoont de erfenis weinig samenhang. Er zit op het eerste gezicht geen logica in wat ging en wat bleef. Waarom accepteert iedereen nog steeds vroom de centraal gedirigeerde loonmatiging en de winkelsluiting, terwijl bijna niemand meer terugschrikt voor rode stoplichten en zwart werk? Het Nederlandse stelsel heeft de Nederlanders niet kunnen bijhouden.

Wij zijn gewend geraakt aan de gedachte dat iedereen kan meepraten over alles. Waar het niet of nauwelijks werkt, wordt dat zelden vastgesteld. Liever uitzitten dan uitvechten. Bovendien zijn we gehecht geraakt aan de gedachte dat we iedereen een warm hart toedragen, zij het via de kassa van de groep. Iedereen mag langskomen.

Om het eerlijk te houden schreef de wetgever een telefoonboek vol regels en uitzonderingen. Daarmee is een mate van collectieve goedgelovigheid afgekondigd waar we in ons eigen leven niet in geloven. De Overheid werd een droomfabriek die overuren maakte, zonder zich te bekommeren om trivialiteiten als wetshandhaving, de Wet van Vraag en Aanbod daarbij inbegrepen.

Wie doet er wat aan? De eisen die de wereld binnen en buiten Europa stelt zijn steeds verwarrender. Iedereen weet dat het zo niet kan doorgaan. Ingrijpende plannen zijn sinds de WAO-zomer van '91 bespreekbaar, maar dat wil niet zeggen dat zij worden aangenomen en uitgevoerd. De verkiezingsuitslag van 3 mei '94 was ten dele een uitdrukking van sociaal conservatisme: met Kok en het Ouderen Verbond houdt u het nog het langste warm. De verzorgingsstaat wordt onbetaalbaar, maar het gaat nog steeds te goed met Nederland om ingrijpende maatregelen te kunnen uitleggen.

De Nederlandse no-nonsense jaren '80 zijn voorbij, zonder een blijvende verjonging van denken en doen in economie en politiek te hebben gebracht. Nederland hoeft zich niet te schamen voor een sputterende economie. In veel Westerse landen zijn de gevolgen van de recessie zichtbaarder en dus dramatischer. Veel opluchting biedt die constatering niet. Niemand anders helpt met het doppen van de Nederlandse boontjes. Brussel niet, en Dasa nog minder.

Is de liefste democratie op aarde teruggeworpen op zichzelf? Heeft zelfs de Nederlandse mengvorm van menselijk socialisme en overlegkapitalisme geen antwoord op de beproevingen van een grenzenloze wereld met verscheurende verschillen in welvaart en kansen?

Nederland is collectief doorgedraaid. De bemoeistructuur is overal aanwezig en lijkt soms pijnlijk op het bureaucratisch spookhuis van wijlen de Sovjet-Unie - vanzelfsprekend zonder de bijbehorende fysieke terreur. Iedere bejaarde moet voor wonen, leven en sterven langs steeds weer andere loketten. 960.000 gezinnen krijgen individuele huursubsidie. In ruil voor staatsbemoeienis. We zijn het zo gewend dat het bijna niemand opvalt. Alleen klopt de staatskas steeds minder: de burger heeft zich behendig mee-ontwikkeld met de liefdadigheid op-rekening-van-de-groep. Niemand betaalt de rekening echt, daarom wordt zij steeds hoger.

De parlementaire enquête van Buurmeijer c.s. maakte duidelijk wat iedereen kon weten: dat het kabinet in dit land niet de enige regering is, dat organisaties van werkgevers en werknemers en andere adviserende instanties vergaand meebeslissen over het sociaal-economisch beleid in ruimste zin. Zelfs als dat betekent niet-beslissen. Door te blijven overleggen over de overleg-economie.

Dat kan omdat een ijzeren wet in de discussie over de overleg-economie met verve wordt genegeerd: hoe invloedrijker de Overleggers zijn, hoe meer het parlement het nakijken heeft. Dat is een kwestie van niet-communicerende vaten: hoe voller de een, hoe leger de ander. Het is een hardnekkig misverstand dat Jan en Alleman in al die schaduwrijke vergaderlokalen kunnen meebeslissen zonder dat regering en parlement een deel van hun rechten en plichten kwijtraken.

De christen-sociale coalitie, die Nederland in zo veel naoorlogse jaren heeft geregeerd, was uiteindelijk een samenwerking tussen emanciperende en gedeeltelijk geëmancipeerde groepen die op bescherming waren aangewezen. Althans door hun leiders geacht werden daarvoor in aanmerking te komen. Bescherming en betutteling door de eigen voormannen, en namens hen door staatsorganen, was een onderdeel van het pakket.

Ondanks uiterlijke wijzigingen wordt het sociaal-economisch bestel in dit land nog steeds beheerst door dezelfde instincten en beheersmechanismen als in de eerste jaren na de oorlog. Vrijheid van de individu is in die ideologie nog steeds een hedonistisch en te wantrouwen streven. “De mens mag tot het egocentrische geneigd zijn, wij helpen hem er wel collectief van af.”

Ook al zijn de oude zuilen hun sociologische, religieuze en praktisch-politieke betekenis goeddeels kwijt, machtspolitiek leven zij voort. Dat geldt in alle grote en kleine schakelkasten van de overleg-economie. En het is te zien bij de oude 'stromingsgebonden' omroepen, die van de regering - na een begin van samenwerking per tv-net - vijfjarige zendmachtigingen krijgen en hun plannen en geschillen in eigen beheer mogen regelen. De publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie als model voor de publieke omroep. Van uw geld bestellen zij spelletjes om wat resteert van hun boodschap ongemerkt door uw keel te gieten.

De na-oorlogse consensus-machinerie is vooral gericht op het verdelen van geld. De sociale verzorgingsstaat werd zo bevochten, ingericht en beheerd. De premies, de belastingen, de lonen en de uitkeringen werden via de weg van het permanent overleg vastgesteld. De omroep was de etalage van het verzuilde openbare leven: ieder het zijne en vreedzaam niks met elkaar te maken hebben.

Zo werkte men in de verzuilde verzorgingsstaat: eerlijk, opdat vooral niemand iets te tekort zou komen. Zo gaat het nog steeds. Pas toen het derde kabinet-Lubbers demissionair was durfden ambtenaren van Sociale Zaken op te schrijven dat de dwangmatige hang naar inkomensherverdeling er voor heeft gezorgd dat de welvaarsstaat minder welvaart heeft geproduceerd dan mogelijk. In de eerste plaats ten koste van degenen die het minst verdienen.

Waar het nationale opbouw-doel vervaagde, omdat genoeg huizen en sociale voorzieningen uit de grond waren gestampt, bleef er genoeg te regelen in een modern land. Oudergewoonte gebeurde dat in samenspraak met de vertrouwde meepraat-organisaties. Het kostte wat extra tijd, maar iedereen was er aan gewend. Belangrijkste argument om er mee door te gaan: zo neem je moeilijke beslissingen in de grootst mogelijke arbeidsvrede. Pas heel langzaam is het inzicht terrein gaan winnen dat het harmonium voor de muziek van de jaren tachtig en negentig een steeds minder geëigend instrument is.

De officiële reacties op de gerezen twijfel over de zinnigheid van projecten als de Betuwelijn en de verzwaring van de rivierdijken zijn des te harder nu Nederland zo zwaar aan zichzelf is gaan twijfelen. Het lijkt wel of alles elders sneller gebeurt, beter of op een grotere schaal. Europa wil onze beste mensen niet in internationale functies; onze hoofdstad is niet goed genoeg voor de Europese Bank; wij kunnen onze belangen in het buitenland niet effectief behartigen. Wordt onze deskundigheid nog erkend in de wereld? Wij willen tenminste onze weg-en waterbouw-traditie kunnen vertrouwen. In grote projecten geldt het harmonie-model niet. Terwijl het daar meer nodig is dan waar ook.

Hoe meer tegenwind, hoe stelliger de officiële berekeningen, en hoe dommer de alternatieven worden afgeschilderd. Verdachtmakingen worden niet geschuwd tegen hardnekkige en goed geïnformeerde oppositie. Alles mag, als de deskundigheid van de deskundigen maar niet in twijfel wordt getrokken. Die manier van beleid bedenken en presenteren is een overblijfsel uit een tijd waar Nederland moeilijk afscheid van kan nemen. De waterstaatstijd in het openbaar bestuur. Een tijd die overigens al lang voorbij is. Toen men nog over geïsoleerde problemen kon praten, waarvoor een oorzaak, een aanpak en een oplossing was te geven.

Zelfs een paspoort produceren dat internationale fraude weerstaat èn binnen een paar dagen in ieder dorp van Nederland beschikbaar is, kunnen wij niet. Zes jaar na het ambtelijk-politieke mini-rampje is er nog steeds geen serieus paspoort. Alleen twee soorten supporterskaart, één van het land en één van de gemeente. Het opzetten van een gecomputeriseerde bevolkingsadministratie blijkt moeilijker dan iedereen dacht. Het leegvissen van de zee bestrijden lijkt een mooi plan, maar wie kan de route van iedere vis bijhouden? Het lukt niet, of je het nu visfraude noemt of niet.

Het openbaar bestuur in Nederland buigt wel eens mee met de publieke opinie. Meestal tot de drukte voorbij is. Het valt bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren moeilijker zelf de samenhang te vinden tussen 'hun' onderwerp en de rest van het leven. Een gevoel voor harmonie ontstaat heel zelden in het openbare debat. Twaalf jaar kabinetten-Lubbers zijn twaalf jaar gescheiden 'dossiers' geweest. De 'afstemming' was gericht op iets regelen, een conflict voorkomen. Onnavolgbaar en vaak zonder het gewenste gevolg.

De déconfiture van de Europese droom van premier Lubbers zet ook aan het denken over de blijvende betekenis van zijn stijl van regeren. De eeuwige rondspeelbal in het openbaar bestuur is ook door andere Europese leiders gezien als een formule die gaat vervelen. Het is niet helemaal toevallig dat de ijzeren kanselier Kohl zijn slagboom voor die vorm van christen-democratie heeft neergelaten.

De verzuilde overleg-economie, het credo van het CDA, van een sociaal-democratisch stempel voorzien met egalitair doorgerekend flankerend beleid, is vastgelopen. De wereld concurreert mee. Wie een sociaal minimum wil handhaven moet extra hard werken. Met een koopkrachtplaatje alleen lukt het niet meer.

In sommige opzichten is Nederland ook een heel gewoon land: het is een betrekkelijk vooraanstaande economie waarin macht wordt uitgeoefend. Het verschil met vergelijkbare economieën is alleen dat het tot de nationale cultuur behoort te doen alsof niemand echt macht heeft, laat staan uitoefent. De suggestie als zou het volk de macht bezitten, berust goeddeels op misleidend jeugdsentiment van degenen die in de jaren '60 opgroeiden.

In werkelijkheid is de macht verdeeld over een aantal scharnier-gezelschappen waarin steeds dezelfde mannen terugkomen. Dat zijn niet speciaal de rijksten, of de hoogst geplaatsten, maar degenen die werkzaam zijn in de besluitvormingsindustrie. Hun groepscode is: dienstbaar doen en beslissingen afschilderen als objectief, gedepolitiseerd, onvermijdelijk, gedicteerd door de omstandigheden.

De schijn van macht dient vermeden te worden. Daar schuilt de macht van de beroepsoverleggers in: zij bepalen de agenda van onvermijdelijkheden. Om de vrede te verzekeren kunnen die onvermijdelijkheden nooit snel en direct worden doorgevoerd. Het aantal te raadplegen personen en instituten is steevast groot. Dat verzekert rugdekking en vernevelde verantwoordelijkheden. In sommige opzichten lijkt Nederland sterk op Japan.

De Stroperige Staat is geen betreurenswaardig nevenverschijnsel van een overigens subtiel en effectief systeem. De stroperigheid is een essentieel middel om ongezien macht uit te oefenen. De procedures zijn bekend en slaapverwekkend. De sleur is vertrouwd en heeft een functie: het aan het gezicht onttrekken en onafwendbaar maken van de reële machtsuitoefening. De macht is zoek in Nederland. Niemand hoeft zich te binden, of al te duidelijk verantwoordelijkheid te dragen. Zelfs niet voor zijn eigen woorden.

In dat licht is de huidige, minieme uitleg van de ministeriële verantwoordelijkheid ook te begrijpen. Flagrante voorbeelden zijn de paspoort-affaire en het drama rond de bruuske opheffing van het Interregionaal recherche team (IRT), waar de direct betrokken ministers hun ministeriële verantwoordelijkheid zo lang mogelijk ontkenden. Ondanks vrome verklaringen hadden Van den Broek, Hirsch Ballin en Van Thijn alleen het gelijk van de staatkundige verwilderdering aan hun zijde: in de Stroperige Staat is nooit iemand persoonlijk aansprakelijk. Tot het echt niet anders kan. Maar dan graag van iedere regeringspartij één de klas uit. Van der Linden en Van Aardenne, Hirsch Ballin en Van Thijn. Samen op, samen onder.

Zolang de prijs voor dit systeem lager was dan de kosten, kon het voortleven en verfijnd worden. De Nederlandse burger is intussen allerminst onnozel of ongeïnteresseerd geweest, hoogstens een beetje makkelijk. Gemiddeld werd het leven beter. Hij begint in de gaten te krijgen dat hem knollen voor citroenen zijn verkocht.

Het is niet alleen de schuld van politici die verleerd zijn de waarheid af en toe in hun betoog in te lassen. De onvermijdelijke teleurstelling hebben de burgers ook aan zichzelf te danken. Velen waren zelf zo naïef jaren te geloven dat het allemaal kon: èn meer verdienen, èn via de gemeenschap steeds meer lieve regelingen optuigen voor wie pech heeft, èn alle openbare voorzieningen en diensten in het land prima bij de tijd houden. Zonder er echt harder voor te hoeven werken. En zonder te zien dat de rest van de wereld hard voor zichzelf knokt, vaak zonder al die aardige maar omslachtige omgangsvormen en verzekeringsplannetjes op te stellen.

De burger is in 1994 bij herhaling naar de stembus geroepen. Met een immense boosheid heeft de kiezer het vertrouwde politieke landschap verbouwd. De in geld uit te drukken harmonie van de PvdA verloor flink, maar minder dan verwacht. Voor het CDA kwam ieder poging tot dijkverhoging te laat. Het na-oorlogse beheersplan voor Nederland is afgekeurd, zonder dat een samenhangend nieuw idee beschikbaar is.

Maar laat niemand drastische gedachten krijgen. Alles wordt niet ineens anders. Nederland Vergaderland is taaier dan het kobaltblauwe leer waar de zetels in de nieuwe Tweede Kamer mee zijn bekleed. De harmonie-zucht en de hang naar in-procenten-uitgedrukte-sociale-gelijkheid-op-straffe-van-afgunst zijn geen exlusieve CDA-artikelen. De na-oorlogse staatspraktijk is minstens evenzeer door de PvdA bepaald. De VVD heeft er nooit een effectief alternatief voor kunnen leveren. D66 moet nog steeds in de praktijk bewijzen dat het anders kan. Ook de paarse formatie ontkwam niet aan besluitvorming per koopkrachtplaatje.

1994 lijkt, hoe raar dat mag klinken, het definitieve afscheid van de negentiende eeuw, de industriële revolutie, een tijdperk waarin de staat nog nauwelijks sociale ambities had. De staat als slaperdijk, als aannemer van Grote Werken.

Wij zijn een eeuw verder. De sociale bouwwerken zijn uitgewoond. Die hebben we opgebouwd als waterstaatswerken, met het optimistisch geloof in de toverkunst van de welvaartsstaat. Maar “waar wij eens dachten dat wij de wereld hadden veroverd, komen wij er nu achter dat wij het weer van de volgende week nog niet eens kunnen voorspellen”.

Daarom zijn al die conflicten over de restauratie van de verzorgingsstaat zo vreemd, zo wreed en zo bevreemdend: de overheid staat met de middelen van toen in de wereld van nu en moet erkennen dat de beloftes van gisteren niet kunnen worden ingelost. Voor ieder kabinet blijft het schaatsen door de stroop. Tenzij de baan duchtig wordt geveegd.