Massastudies uitzitten

Hij staat - geheel in het wit gekleed - als een mislukt achterneefje van de Great Gatsby sinds enkele dagen op een affiche en probeert studenten te verleiden hun centen op een bankrekening te zetten. In ruil daarvoor belooft hij hen een vestzakhorloge.

Waar moet het heen als ook het geldwezen al niets beters weet te verzinnen dan terug te grijpen op die redeloze nostalgie naar grootmoeders tijd. De Bank appelleert aan de misplaatste romantiek van het student, een lang uitgestorven soort van jongeheren, die al dan niet begiftigd met intelligentie naar de universiteit gingen, omdat dat nu eenmaal bij het milieu hoorde. Lang niet allen haalden zij een titel, maar dat hoefde ook niet. Ook van enig lorren ging wel vorming uit en van een prettige betrekking was men toch wel verzekerd.

Die student bestaat niet meer, evenmin als de daarbij horende universiteit. Hoe de universiteit van nu er wel uitziet wordt gedemonstreerd in een andere recente advertentie, van het type dat men ook wel aantreft bij aan meubelboulevards gelegen firma's, wanneer zij gezamenlijk beloven op Tweede Paasdag of Tweede Pinksterdag open te zullen zijn. Op dezelfde wijze presenteerden de universiteiten zich onlangs op twee krantepagina's met branche-gebonden advertenties ter gelegenheid van hun voorlichtingsdagen. Zo met z'n allen is goedkoper, ondanks de onderlinge concurrentie profiteert iedereen van de aandacht voor de anderen en je kunt ook nog eens volstaan met een uit te knippen bon.

Er wordt openlijk gesproken over "de strijd om de gunst van de student" - als ging het om een wasmiddelenoorlog tussen Ariel en Omo Power - waarvoor men ook heuse budgetten 'Reclame- en Promotiekosten' heeft, waarin veel gemeenschapsgeld omgaat. Dat is de universiteit van vandaag. Een bedrijf dat klanten werft met populaire slogans, soms tegen het vulgaire aan: "In Enschede studeer je als een monnik, maar je leeft er te gek." Wat die klanten komen doen is niet zo belangrijk, als ze maar eenmaal binnen zijn.

Hoe ze binnenkomen werd pijnlijk duidelijk gemaakt in Avro's Televizier. Een verslaggever vroeg Leidse eerstejaars rechtenstudenten bij de ingang van de collegezaal of zij wisten wie de huidige minister van justitie was. Van de dertien wist een het antwoord - een avondstudent van in de veertig. Een meisje schaamde zich en noemde diverse namen van zo juist aangetreden ministers, zij het zonder de juiste erbij. Wat bij de overigens opviel was dat zij zich helemaal niet schaamden en het, aan hun gezichten te oordelen, nogal een rare vraag vonden. Ze moesten toch nog gaan leren?

Terzijde: dat komt er natuurlijk van als je al in de toelichting op de Wet op het Basisonderwijs stelt dat "het onderwijs zich in elk geval (richt) op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling. (Artikel 8: Uitgangspunten en doelstelling onderwijs) De cursivering is van mij, maar de volgorde is die van de wet.

In de jaren vijftig en zestig heeft de democratisering van het academisch onderwijs zich met kracht doorgezet. Niet langer het milieu, maar de begaafdheid garandeerde door een vernieuwd beurzenstelsel de toelating. Een vooruitgang die niet hoog genoeg gewaardeerd kan worden. In de jaren zeventig is daar echter de klad in gekomen, toen door een nieuwe betekenis van het begrip democratie iedereen met een minimum aan intellectuele begaafdheid, moest worden toegelaten. Het is nog steeds niet duidelijk waarom de universiteiten dit hebben laten gebeuren. De enige verklaring is die van een stille chantage: meer studenten betekende meer universitaire arbeidsplaatsen en grotere vakgroepen. Zo zijn de universiteiten groot gegroeid. De besturen zitten daar niet mee, gaan zelfs de strijd aan om meer (zie boven). Hoogleraren en docenten zijn er niet blij mee, omdat studieprogramma's moesten worden aangepast aan het nieuwe, lagere niveau van studenten. Op strenge selectie staat immers de straf van inkrimping en wie krimpt verdwijnt op den duur. Dus praten ze berustend over de gemiddelde student, die met de habitus van een scholier die belangrijker dingen aan zijn hoofd heeft dan school, de universiteit doorloopt door met een minimum aan inzet net voldoende studiepunten bij elkaar te sprokkelen. Maar leuk is anders. Het is overigens aannemelijk dat dit proces de beta-wetenschappen minder heeft getroffen dan de en gamma-wetenschappen, omdat een student niet buitensporig slim in wat dan ook hoeft te zijn om de massastudies uit het huidige alfa- en gamma aanbod met succes uit te zitten.

Als de universiteiten nu moord en brand roepen over de regeringsplannen voor het hoger onderwijs, is dat voor een groot deel tegen beter weten in. Zolang de financiering afhankelijk is van het aantal studenten maakt het eigen belang dat de universiteiten de ogen sluiten voor de ondraaglijke lichtheid van veler doctoraal diploma. Daarom is het jammer dat de plannen zijn gebracht in het kader van de noodzakelijke bezuinigingen. Dat stelt ze in een vervelend daglicht. Was het voor de PvdA zo moeilijk te erkennen dat de democratisering van het hoger onderwijs uit de hand is gelopen? Dat de plannen nu zijn 'geparkeerd', wachtend op een nationaal debat, is voor een belangrijk deel ook een kwestie van geld: men had in de haast vergeten dat bij inkrimping de wachtgelden voor ontslagen docenten op de universitaire budgetten blijven drukken.

Als je de plannen goed bekijkt betekenen ze echter een fatsoenering van de huidige situatie. Een bachelors voor zo veel mogelijk studenten. Zij kunnen in die drie jaar - overigens een absoluut minimum - een breder scala aan vakken krijgen dan nu. Zo is het voor mij volstrekt onbegrijpelijk dat je tegenwoordig psychologie kunt studeren zonder kennis te hoeven nemen van sociologie, culturele antropologie of gedragsgenetica. Daarna kan voor de beste studenten verdieping en specialisatie volgen voor het masters. De bachelors kunnen met hun algemene vorming of rechtstreeks de arbeidsmarkt op of via een overstap naar het HBO om een praktijkgericht beroep te leren.

Al met al lijkt dit alles heel aardig op het vroegere kandidaats en doctoraal examen. En wie een kandidaats haalde kon eervol stoppen en iets anders gaan doen.

Over grootmoeders tijd gesproken.