MADELEINE RENAUD 1900 - 1994; Zin voor avontuur

Met de dood van Madeleine Renaud verliest Frankrijk het laatste contact met de beroemde echtparen waarop het land het patent lijkt te hebben. Van Aragon en zijn Elsa, Sartre en De Beauvoir, Yves Montand en Simone Signoret en Jean Louis Barrault en Madeleine Renaud, was na de dood van haar man begin dit jaar alleen de laatste nog in leven. Toen Barrault overleed, lag zij te slapen in de kamer ernaast. Volgens de berichten is zij zijn dood niet te boven gekomen en stierf zij gisteren 'moe en ziek' in het Hôpital Americain van Neuilly-sur-Seine. Ze is 94 jaar geworden.

Renaud heeft bijna driekwart eeuw letterlijk en figuurlijk een belangrijke rol gespeeld in het Franse theater. Ze begon als 18-jarige niet-geschoolde actrice, werd in 1921 aangenomen bij de Comédie Française en vervulde in 1989 nog de hoofdrollen in de reprises van L'Amante anglaise en Savannah Bay, twee stukken van Marguérite Duras, waarvan zij in 1968 en 1983 al publiekstrekkers had gemaakt. Het laatste stuk speelde zij in 1986 ook in ons land, in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Gedurende haar lange carrière speelde Renaud uiteraard in grote klassieken als Molière, Marivaux, Tsjechov, maar roem en respect oogstte zij in de eerste plaats door haar optredens in stukken van modernere schrijvers als Claudel, Giraudoux, Montherlant, Anouilh, Beckett, Duras, Ionesco, Genet ook. Van zin voor avontuur had zij al blijk gegeven door in 1946 het zekere bestaan van de grote ster bij de Comèdie Française te verruilen voor onzekerheid bij de Compagnie Renaud-Barrault. Het echtpaar betrok het Théâtre de Marigny aan de Champs-Elysées waar het met zijn gedurfde repertoire van toen nog onbekend talent tien jaar lang uitverkochte zalen trok. Zes maanden per jaar was het theater het trefpunt van beroemdheden, intellectuelen en kunstenaars, de andere helft was de groep met dezelfde stukken op wereldtournee.

Vanaf 1958 ontving het gezelschap subsidie, door toedoen van minister van cultuur André Malraux en het kreeg het Théâtre de l'Odéon toegewezen. Tien jaar later moesten Barrault en Renaud het verlaten, omdat het getergde gezag hun solidariteit met de oproerlingen van mei '68 niet kon waarderen. Het echtpaar trok vervolgens van het ene theater naar het andere, tot het in 1981 neerstreek in het Théâtre du Rond-Point dat de volksmond terstond liefdevol naar hen vernoemde. Gevraagd naar het geheim van haar spel dat opviel door zorgvuldige dienstbaarheid aan de tekst, zei Renaud in een interview in deze krant: “Ik open mijn lichaam, in tweeën en ik laat het personage binnenkomen. Ik lééf het en denk niet langer dat het een personage is.” Het belangrijkste dat haar van al haar vertolkingen was bijgebleven was: “Immense liefde, een nostalgie en een prachtige gevoeligheid.”