Luieroorlog spitst zich toe op ventilatie 'beenmanchet'

ROTTERDAM, 24 SEPT. De luieroorlog tussen Procter & Gamble en Mölnlycke gaat niet over 'plasgootjes' of 'opstaande randjes' maar over de toepassing van dampdoorlatende materialen in de randen van luiers en luierbroekjes om de ventilatie daarvan te verbeteren.

Het octrooi beschermt Procter zowel tegen fabricage als verhandeling van produkten, waarin de betreffende vinding is toegepast in alle dertien staten die het Europese octrooiverdrag ondertekenden. Mocht de Haagse rechtbank aanstaande donderdag Procters klacht (in kort geding) gerechtvaardigd vinden dan heeft dat gevolgen voor de verkoop van de broekjes in een groot deel van Europa. Mölnlycke moet dan terugvallen op een ontwerp voor luierbroekjes dat zij voor januari 1994 op de markt bracht. Dat ontwerp biedt de drager minder ventilatie via de 'beenmanchetten', hetgeen de concurrentie zeker onder de aandacht zal brengen. Via een joint-venture met het Japanse bedrijf Uni-charm bedient Mölnlycke de gehele Europese markt vanuit de vestiging UCM in Hoogezand.

Dat de luieroorlog zich nu richt op luierbroekjes is min of meer toeval. Het octrooi van Procter werd destijds expliciet aangevraagd voor 'gewone' wegwerpluiers voor kinderen en incontinente volwassenen. Luierbroekjes verschillen daarvan door het bezit van veel elastiek in het gedeelte dat om het middel sluit. Daardoor kunnen de luiers als het ware in gesloten toestand worden verkocht. Nederland kent de luierbroekjes sinds mei vorig jaar, toen Procter & Gamble (Pampers), Mölnlycke (Libero) en Kimberly Clark (Huggies) er vrijwel tegelijk mee op de markt kwamen. Mölnlycke is volgens eigen zeggen Nederlands marktleider.

Octrooi 0.109.126 is een lofzang op de wegwerpluier die volgens uitvinder K.B. Buell niet alleen ouders en verzorgers veel viezigheid uit handen nam maar ook kwalitatief beter is dan de oude katoenen luier. Hij lekt minder en houdt de huid droger dan voorheen. Dat is niet alleen te danken aan het krachtige vochtabsorberend kussen in het hart van de luier maar ook aan de twee lagen materiaal waartussen dat kussen ligt opgesloten: de topsheet (die tegen de huid komt) en de backsheet die aan de buitenkant zit.

De topsheet bestaat gewoonlijk uit een 'nonwoven fabric', een dunne doek die uit niet verweven vezels is opgebouwd. Dat kan tissue-achtig papier zijn maar is in praktijk meestal een vlies synthetische vezels (polyester, acryl of polypropeen). De topsheet moet tegelijk vochtdoorlatend en waterafstotend (hydrofoob) zijn en dat lukt kennelijk het best met synthetische vezels.

De 'backsheet' is meestal een stevig vel gewoon plastic (polyetheen) - dat is volkomen waterdicht en toch voldoende sterk. Het is helaas ook dampdicht: het ademt niet. Luiers met een gewone plastic buitenkant zijn warm en benauwd.

Een zekere ventilatie zou de gewenste koeling kunnen brengen en tegelijk voor zoveel vochtafvoer zorgen dat de luier zelf-drogend werd. Daartoe is wel overwogen voor de backsheet een microporeuze membraan te gebuiken zoals in het bekende Goretex. Dat bestaat in essentie uit een plastic folie waarin poriën zijn aangebracht die water tegenhouden maar waterdamp doorlaten. Die dure oplossing is wèl gepatenteerd maar nauwelijks toegepast. Als er al een dampdoorlatende backsheet werd gebruikt was die toch steeds voorzien van boorden (lekranden) uit geheel waterdicht materiaal. De angst voor lekkage langs de rand was groot.

Uitvinder Buell ontdekte de mogelijkheid van luierventilatie via de lekranden. Het bleek haalbaar de lekranden uit te voeren in dampdoorlatend plastic (bijvoorbeeld geperforeerd polyetheen) zonder dat urine en dergelijke wegliep. Buell was tegelijk inventief genoeg om vrijwel alle denkbare manieren waarop dit effect technisch te verwezenlijken was in zijn patent onder te brengen. Het octrooi geeft een reeks van dwarsdoorsneden van luierranden, waarin waterdichte en ademende stroken plastic op alle denkbare manieren aan elkaar zijn gelast. Eén daarvan moet ook in het Libero Up&Go broekje zijn terug te vinden.