Kleine school in VS is helemaal terug

NEW YORK, 24 SEPT. Landmark High School, midden in Manhattan, heeft geen wapendetectoren bij de ingang nodig. Slechts één enkele veiligheidsagent bewaakt er de deur in de hal. Eenmaal binnen is het regime ook al uitzonderlijk. Zo bellen de leraren de ouders zelf op als hun kind spijbelt. “Er is hier veel te veel controle”, klaagt een van de leerlingen, de 14-jarige Shanegua. “De leraren luisteren gesprekken af en weten alles van je.” Maar een ander meisje, Lakeea, stelt juist tevreden vast dat ze niet meer bang hoeft te zijn dat haar leren jas of dure gympies worden gestolen of afgepakt.

De leraren zijn ook enthousiast en bladeren niet meteen in hun CAO-boekje als er overuren moeten worden gemaakt. Bovendien verrichten ze werkzaamheden die in een grote school zijn uitbesteed aan veiligheidsagenten, vakpsychologen, professionele begeleiders of archivarissen.

Directrice Sylvia Rabiner kent vrijwel alle leerlingen persoonlijk. “Hoe vindt u mijn haar?”, roept een meisje met opgestoken kroeshaar door de deuropening van haar kantoor. Als scheikundeleraar Abel Coombs geen les geeft, surveilleert hij door de gangen en maakt hij hier een praatje en geeft hij daar instructies. Omdat de leraren hun gebruikelijke uur lesvoorbereiding hebben opgegeven, besteden ze meer tijd aan onderwijs. Daardoor kon het aantal kinderen per klas worden teruggebracht tot twintig.

Landmark High krijgt veel kinderen uit de arme wijk Harlem, maar het is een oase van rust vergeleken bij de grote scholen in die wijk. Het is een van de vele nieuwe, experimentele kleine middelbare scholen. Die kleinere scholen maken opgang in heel New York. Iedereen in de onderwijswereld van de stad is namelijk overtuigd van de noodzaak ervan. Na tientallen jaren “groot is geweldig” in het middelbare onderwijs geldt nu in New York steeds meer het adagium small is beautiful. Niet alleen in New York, maar in heel Amerika breidt de beweging voor kleine scholen zich uit.

Volgens dr. David Monk, hoogleraar onderwijsbeleid aan Cornell University, heeft de 'groter-is-beter-beweging' haar beste tijd gehad. “Het is niet verstandig meer in de jaren negentig. Ik raad de schoolbesturen aan om dat model te verlaten”, zegt hij. “Niets wijst er op dat grote scholen (naar verhouding) goedkoper zijn dan kleine. Ik ben ook uiterst sceptisch over de stelling dat het onderwijs op grote scholen beter is. De bewijslast ligt bij degenen die dat beweren.”

Volgens prof. Dr. Henry Levin van Stanford University gaan de leerprestaties zelfs achteruit naarmate de school groter is. “Als je de sociaal-economische status van leerlingen er uitzeeft, is er een negatief verband tussen de leerprestaties en de grootte van de school”, zegt hij.

Pag.5: 'Wij willen zwarte leraren'

Buiten de grote stad, in de deelstaat New York, vechten schoolhervormers, leraren en ouders tegen onwillige districtsbesturen die geen afstand kunnen nemen van de oude dogma's en onwillige scholen met financiële prikkels tot fusies dwingen. De charterschool-beweging in Philadelphia is erop gericht om leerlingen een kleinere, meer geborgen omgeving te bieden, met een kleine groep leraren. Californië heeft kleine vakscholen opgericht.

In andere deelstaten komen ook experimenten van de grond. “De vergroting van de scholen was vooral een kwestie van bureaucatisch gemak voor het districtsbestuur”, zegt onderwijskundige prof. Hank Levin van Stanford University. “Het is gemakkelijker om toezicht te houden op tien grote scholen dan op 100 kleine.”

Onder krachtige voorzitters is het bestuur van het gigantische New Yorkse schooldistrict (op dit moment 1,1 miljoen leerlingen op 1.052 middelbare scholen) steeds verder aan het opsplitsen. Omdat het in het dichtbevolkte New York te duur is om nieuwe, kleine schoolgebouwen te betrekken, worden megascholen opgedeeld. In South Shore High School zijn begaafde leerlingen in een aparte afdeling afgezonderd, zodat ze niet dagelijks worden geconfronteerd met de hoon en terreur van minder ambitieuze leerlingen. Maar omdat het experiment zo succesvol was, heeft het bestuur de school van ruim 3.000 leerlingen in zessen opgedeeld, zodat alle leerlingen in aparte scholen met geheel eigen tradities en culturen terecht komen.

Landmark High heeft een nieuw pand mogen betrekken. Het maakt deel uit van een coalitie van scholen onder leiding van de energieke lerares Deborah Meier, die nieuwe onderwijsmethoden propageert. Een jaar na de oprichting zijn er alleen nog eerste en tweede klassen met in het totaal 150 leerlingen. Dat moeten er 300 worden. In een andere vleugel van het gebouw wordt een tweede school voor 300 leerlingen gevestigd. Beide scholen kunnen profiteren van schaalvoordelen door samen van de zelfde gymzaal en van het zelfde auditorium gebruik te maken. Verder blijven de kinderen in hun eigen kring. Sommigen vinden dat nadelig. “Ik heb hier niet zoveel vrienden als op een grote school”, klaagt tweede klasser Rubyam. In zijn klas, die op één leerling na uit zwarten bestaat, zitten maar drie jongens en wel acht meisjes. De leraren zijn vrijwel allemaal blank. “We willen zwarte leraren”, zegt Anya.

De leerlingen klagen ook over de faciliteiten. De gymzaal is nog niet afgebouwd en er is nog geen auditorium. Er zouden te weinig leuke activiteiten zijn, zoals modeshows, talentjachten en feesten. Leraar Coombs sympathiseert wel met die klacht. Het is vooral in dit meer perifere gebied dat grote scholen voordeel hebben. Prof. Levin heeft begrotingen van schoolfusies bestudeerd en hij zag dat de schaalvoordelen zich voordeden bij sportteams, zwembaden en dergelijke. “Na de fusie houd je één schoolorkest over in plaats van twee”, zegt hij. “Dat betekent wel dat minder leerlingen in een sportteam terecht komen of in een orkest mogen spelen.” Voor het overige wordt er geen geld bespaard. “De kosten van scholen liggen vast, ongeacht de schaal. In een grote school heb je per 100 leerlingen evenveel leraren nodig als in een kleine”, aldus Levin.

Omdat leraren in grote scholen hun leerlingen zelden buiten de lesuren tegenkomen, weten ze weinig van hen. Van alle leerlingen worden in een archief uitgebreide dossiers bijgehouden, die de leraren moeten lezen. Ouders krijgen formulieren waar ze de special emotional needs en andere bijzonderheden van hun kinderen moeten invullen. Meestal vergeten leraren weer dat Ann zwanger is en vaak naar de wc moet of dat Pete op twee adressen woont en dus zijn boeken vaak kwijt is.

Volgens Monk profiteren leerlingen nauwelijks van de extra vakken die op grotere scholen worden geboden. Zodra het aantal leerlingen boven de 400 stijgt, komen er geen nieuwe vakken meer bij, bleek uit zijn onderzoek. “De scholen bieden dan gewoon meer van het zelfde”, zegt Monk. “Dat ligt ook aan de vraag van de leerlingen. Maar een klein percentage is geïnteresseerd in die extra vakken zoals hogere wiskunde of bijspijkercursussen.”

Voor een deel ligt de geringe interesse voor speciale vakken ook aan de Amerikaanse leerlingen zelf, die veel gemakzuchtiger en op fun gericht zijn dan Westeuropese. De middelbare school moet hen de fijnste tijd van hun leven bieden, een pauze in de maatschappelijke wedloop. Leerlingen worden voortdurend geprezen en de leerstof prikkelt niet tot werken. Er bestaat geen nationaal eindexamen.

Prof. Dr. John Bishop van Cornell University bracht zijn sabathical year door in West-Europa en hij is enthousiast over het Nederlandse onderwijssysteem, dat leerlingen met examens, proefwerken en dreiging-tot-zittenblijven tot werken aanzet. Maar hij is wel verbaasd over de fusies. Hij vindt scholen met meer dan 800 leerlingen al gauw te groot. Maar in Nederland zou er wel onderzoek zijn, waaruit blijkt dat grote scholen beter zijn voor de leerprestaties, hadden Nederlandse functionarissen hem verteld.

Voor Monk moeten besturen van schoolregio's geen energie en geld verspillen aan schaalvergroting maar zouden ze het Britse voorbeeld van eindafrekening moeten volgen. De scholen mogen zo groot zijn als ze willen, mits ze per leerling niet meer uitgeven dan de andere. In alle Amerikaanse schooldistricten wordt er geëxperimenteerd met grote en kleine scholen of 'magneetscholen'. Sommige hebben drie klasniveaus, andere zes of vier. Nog steeds geldt de regel dat leerlingen naar de school in de directe omgeving moeten en geen keuze hebben. Daar komen steeds meer uitzonderingen op en Landmark High is daar een van.