Kampioensbelt ligt al klaar voor bescheiden, toffe gozer

Vanavond bokst Regilio Tuur in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy' tegen Eugene Speed om de wereldtitel in het supervedergewicht van de World Boxing Organisation. Speed en zijn kleine Amerikaanse gevolg zijn heel optimistisch over de afloop. “Binnen vier of vijf ronden ligt Tuur knock-out in een hoek”, durft Speeds trainer Billy Giles zelfs te beweren.

ROTTERDAM, 24 SEPT. De Rotterdamse Boksschool Hoboken, afgelopen maandagmiddag. Het instituut, op een steenworp van het station Hofplein, ziet er van binnen bijzonder sfeervol uit. Via een gangetje kom je in een soort open keuken, waarvan de muren vol hangen met fraaie historische foto's. De opmerkelijkste daarvan toont de weging van de geheel blote grootheid Bep van Klaveren voor een partij in 1954. In de kleine ruimte banjert promotor Aad Westerlaken rond met een voortdurend rinkelende draagbare telefoon. “Ik word gek van al die pers”, klaagt hij. Aan tafel zit zaakwaarnemer/agent George Kanter. De bejaarde Amerikaan volgt door het glas zijn pupil Eugene Speed, die in de aangrenzende zaal bezig is aan een van zijn laatste zware trainingen voor zijn gevecht tegen Regilio Tuur.

Speed heeft geen oog voor de entourage: de wanden zijn beplakt met allerlei vergeelde posters die onbetekenende maar ook legendarische duels aankondigen en in een hoek hangt een gekleurde rij bokshandschoenen. Dansend voor een deels achter de rekken verscholen spiegel beweegt de 31-jarige pugilist zijn armen en vuisten fel, in een vaak wisselend tempo. Vervolgens doet hij op de grond strek-oefeningen en gaat hij grommend te keer tegen een van de zware langwerpige leren zakken die aan het plafond bengelen. Af en toe neemt hij een drinkpauze of praat hij met Irving Pierre Louis, zijn sparring-partner, die die middag vooral tijd voor zichzelf mag nemen. Louis doet dat tamelijk roekeloos, want bij een van zijn acties valt de 22-jarige Amerikaan - vanavond in het bijprogramma te bewonderen - tegen een toestel, waardoor een opgeslagen zware houten zitbank naar beneden komt. “Be careful man”, bijt de vloekend toesnellende Westerlaken het boksertje toe. “Voor hetzelfde geld was je gewond geraakt en had je zaterdag niet in de ring kunnen staan.”

Gastheer Westerlaken omschrijft Speed als “een toffe gozer”, maar van “de mannetjes om die Amerikaan heen” heeft hij geen hoge hoed op. “Die Louis is echt een verwend ettertje. Wat denkt-ie wel? Die gaf zijn eten terug in het restaurant, terwijl het heel goed was. Kanter is nu en dan een mopperkont. Ik moest afgelopen week lachen om zijn dreigementen Speed terug te trekken omdat de aangewezen jury niet neutraal zou zijn. Denk je dat Speed uit Holland weg gaat terwijl er in Ahoy' een gage van pakweg vijftigduizend dollar valt te verdienen? Kom nou.”

Terwijl het hevig zwetende koppel Speed-Louis zich uitslooft, loopt trainer Billy Giles ontspannen door de boksschool. Hij heeft voortdurend een grijns op zijn gezicht. “Speed is er helemaal klaar voor”, meldt hij. “Tuur? Pff. Ik heb zijn gevecht gezien tegen Jacobin Yoma, om de Europese titel. Stelde niets voor. Die Yoma haalt lang niet het hoge niveau van Speed. Hetzelfde geldt voor Tuur. Binnen vier of vijf ronden ligt die knock-out in een hoek.” Giles buigt zich voorover en zwaait als een vlinderslagzwemmer met zijn armen. “Zó zal het publiek Tuur zien beginnen, zó zal hij op zoek gaan naar het lichaam van Speed. Eén of twee ronden zal hij die bewegingen maken, zonder onze man serieus te raken. Dan zal hij uitgeblust zijn. Maar wat wil je anders, als je zo'n trainer hebt? Die Hector Roca heet niet voor niets the idiot in Amerikaanse bokskringen. Hij weet alles van wielrennen en golf, maar niets van onze sport.”

Op weg naar het busje dat Speed en zijn gevolg na de oefensessie naar hun hotel brengt, roept Giles nog: “Ik heb in mijn koffer al vast ruimte vrij gemaakt voor de kampioensbelt van Speed.” De bokser zelf is heel wat bescheidener. Maar de inwoner van Palmerparks in de staat Maryland, die twee jaar geleden nog een bisschop van de Baptisten-kerkgemeenschap als manager had, dicht zich wel de beste kansen op de zege toe. “Net als ik is Tuur een puncher, hij heeft een enorm harde klap in huis. Maar ik ben beslist sneller dan hij”, aldus de ex-basketballer Speed, die op zijn zeventiende in de ring debuteerde. Na een verfrissende douche vervolgt hij zijn verhaal met de opmerking dat hij rekent op de steun van God. “De Heer helpt me altijd. Aan Hem heb ik ook te danken dat ik om de wereldtitel mag boksen. God gaat voor alles”, fluistert de pugilist, die in de elf jaar als beroepsbokser maar één partij verloor - tegen ene Bernard Taylorn - op punten.

In de hotelhal tikt coach Giles de vriendelijke en openhartige Speed op de arm. Het is tijd voor het diner, in het centrum van Rotterdam. Het Amerikaanse gezelschap sjokt naar het parkeerterrein. Speed en het oorbel dragende talentje Louis (als prof nog ongeslagen: dertien zeges waarvan zes knock-outs) voorop. Daarachter de uitgezakte zaakwaarnemer Kanter, de ogen verborgen achter die eeuwige zonnebril. En achteraan Giles, in een te krap zittend jack en met een blauw petje van Peter Posts wielerploeg Histor op zijn hoofd. “In mijn vrije tijd ben ik in België professioneel coureur”, roept hij grinnikend over zijn schouder. “See you later, sir, tot zaterdag.”