'Ik ben altijd en overal de langste geweest'

De volleybal-internationals vielen in hun jeugd al op omdat ze langer waren dan hun leeftijdgenoten. Martin van der Horst, met 2.14 meter veruit de langste van de selectie, was in de zesde klas van de lagere school al 1.80 meter lang. “Ik ben altijd en overal de langste geweest”, zegt de 29-jarige speler van het Duitse Dachau. “Ik weet niet beter. Ik realiseer me pas weer hoe lang ik ben als ik met een hoop mensen bij elkaar sta.”

Afgezien van praktische zaken, zoals het kopen van kleding, heeft Van der Horst nooit last gehad van zijn lengte. Hij trok altijd de aandacht en werd natuurlijk 'lange' genoemd. Toch werd hij in zijn schooljaren niet gepest. “Ik was ook niet echt een lange slungel. Ik liep niet krom of met mijn schouders naar voren, maar kaarsrecht. Ik was hartstikke sportief en met sporten altijd de beste van de klas. Ik heb me nooit geschaamd voor mijn lengte. Ik ben goed gezond.”

Zijn ouders zijn een stuk kleiner dan hij: vader is ongeveer 1.90 meter, moeder 1.80. Zijn jongere broer is 1.95, zijn twee zussen 1.90. Toch heeft niemand zich in huize Van der Horst ooit verbaasd waarom Martin zo lang werd. Een broer van zijn moeder is 2.05 meter lang. “En die is de 65 al gepasseerd. Dus die was in zijn tijd helemaal een uitzondering”, zegt de volleyballer.

Bij alle wedstrijden wordt als lengte van Van der Horst 2.12 meter aangegeven. Dat staat ook in zijn paspoort. Maar bij het vorige nationale team werd duidelijk dat Van der Horst langer is. “Avital Selinger geloofde niet dat ik 2.12 was. 'Je bent langer', zei hij. Bij een keuring op Papendal zijn we gaan meten. De meetlat ging maar tot twee meter en Avi heeft er toen een liniaal bijgehaald. Hij kwam tot 2.14. Of, om precies te zijn, 2.13,9. Ik vind het best. Ik heb nooit zo bijgehouden hoe lang ik was. Ik ben lang, ja.”