Hoe moet het eigenlijk; Computer kopen

Neem 3.000 gulden (meer mag) en laat de rest aan de verkoper over. Zo schaft u zich een computer aan.

Een computer koop je als een winterjas. Drie jaar lang moet je ermee de straat op kunnen. De keuze is gelukkig bij een pc iets simpeler. Want al worden, net als de mode, de pc's steeds beter, het beste blijft even duur. De top van vandaag is over drie jaar het instapmodelletje in de uitverkoop.

Dat wat de machine betreft. Hoe je met het apparaat werkt en wat je ermee kunt is veel interessanter. Het gemak van de huidige Apple Macintosh-software (ongeveer 10 procent van de pc's is van dat type) zal over drie jaar standaard zijn. Ook voor degenen die voor Microsoft Windows kiezen (de rest).

In alle programma's komen vergelijkbare functies - aangeduid met rake beeldspraken uit de materiële wereld - zodat u elk programma meteen kunt gebruiken. Zoals dat bij Windows al een beetje werkt en bij Apple iets meer. Een videoband bewerken zal sprekend lijken op een tekst redigeren.

Veel mensen laten zich zo intimideren door de elektromagnetische intelligentie van hun computer, dat ze hun eigen verstand uitzetten. Waaruit een wanhopig duo ontstaat, want het apparaat heeft u nodig, zoals een vulpen in zijn eentje geen gedichten kan schrijven. Wat je erin stopt komt eruit.

Niemand gelooft dat water omhoog kan stromen, maar de simpele waarheden van de computer zijn te veel gevraagd. Dat is technisch en van techniek kun je beter verre blijven, dat is hip. Fout. Juist niet. Veel computerarrogantie is zelfopgelegde domheid. Het lijkt een beetje op het gekat van b's op a's - maar iedereen een beetje c.

Voor u naar de winkel gaat moet u weten wat u met de computer wilt gaan doen. Want de computerverkoper kan u veel vertellen, maar dat niet. En van dat soort klanten moeten ze zich vaak net zo wanhopig voelen als een vertegenwoordiger in de rimboe. “Dus dit noemt u een rits? En als ik die ijzeren dingetjes in elkaar doe en aan dat haakje trek, gaat de jas dan dicht...?” Hun wraak bestaat uit een overdaad aan Engelse technobabbel. De goeden en doortrapten niet te na gesproken.

Wat u nodig hebt als u voor de komende drie jaar investeert, is een computer gebouwd rond de Pentiumchip van Intel (of een Aziatische kopie daarvan), of een pc rond de Powerchip van Motorola, of een apparaat met een klassieke Risc-processor.

Het scherm moet een zo scherp mogelijk beeld geven (noem het in de winkel resolutie). En een harde schijf voor het bewaren van programma's en gegevens van een halve of hele gigabyte (= ongeveer 1.000.000.000 letters). Duizend kilobyte is een megabyte, duizend mega is een gigabyte en duizend giga noemen ze in de winkel terabyte.

De kracht van een computer zit in het korte-termijngeheugen (RAM, internal memory, gemeten in miljoenen bytes), neem daarvan 16 Megabyte of meer. Een computer werkt op de maat van de klok, dus koopt u snelheid (maateenheid de Megahertz, 66 is wel het minimum). Wat nu op tafel staat is verkrijgbaar vanaf zesduizend gulden.

U zult uw computer via de telefoon steeds vaker gaan verbinden met andere. Het toestelletje (modem) dat u daarvoor nodig hebt moet zo snel zijn als kan. Het moet minstens 14.400 bits (achtste letterdeeltjes, samen een byte) per seconde door de telefoondraden kunnen sturen en ontvangen.

Soms zult u een printer nodig hebben. Goedkoop en goed genoeg is een inktspuiter (inkjet), prijs 600 gulden. Beter, maar minstens 200 gulden duurder, is een laserprinter, die letters en plaatjes op het papier drukt in plaats van spuit. Die van het postscript-type zijn de beste, maar nog een paar honderd gulden duurder. Het goedkoopst zijn matrixprinters, die letters van puntjes maken.

En vergeet zeker niet een cd-speler voor de computer erbij te nemen!

Bij elkaar kost dit zo'n 8.000 gulden en pas over twee jaar verlangt u naar iets nieuws. U kunt natuurlijk ook iets goedkoops aanschaffen. Dan heeft u een prima schrijfmachine, een keurig archief en een intelligente reken- en boekhoudmachine. Dat zijn computers met als hart een chip van Motorola (68040) of Intel (80386 of 80486). De vaste schijf (hard disk) moet 120 mb groot zijn. Het intern geheugen 8 mb. Snelheid 33 mhz of meer. Totaal bedrag, na even zoeken, zo'n 2.500 gulden.

En wilt u alleen maar een typemachine met Wordperfect of zo, koop dan tweedehands. Alles met een vaste schijf van minimaal 20 Mb is goed. Voor 500 gulden en een printer komt u een heel eind.

Of u voor een Apple of Windows kiest, hangt voornamelijk af van uw omgeving. Steun - en stiekeme kopietjes van programma's - heeft iedereen nodig. De doorslag geeft uw beroep of hobby. Heeft het iets met beeld of geluid te maken, koop dan een Apple. Alle anderen kunnen kiezen. Vaak is het een kwestie van smaak, net zoals sommigen liever in een Lancia dan een BMW rijden.

De twee wegen waarlangs u met de computer communiceert zijn erg belangrijk. Neem altijd het beste en grootste scherm dat u zich kunt veroorloven. En kies een toetsenbord dat u prettig vindt tikken. (En vraag de verkoper waarom accenten geen eigen 'dode' toets hebben, zoals de oude typemachines dat nog wel hadden).

Computers zijn er ook in een min of meer draagbare vorm (notebooks, subnotebooks). Voor minstens duizend gulden extra krijgt u minder massa, minder scherm en meestal zelfs te veel minder toetsenbord. Koop alleen zo'n ding als gewicht belangrijk is en geef nog eens duizend gulden uit voor een goed scherm thuis. Het is wel verleidelijk dat de gemiddelde notebook (hij past op een A4-tje en weegt 2 of 3 kilo) mooier is dan het doorsnee tafelmodel. Sommige mensen rijden liever in een sportwagen.