Herijken

NEDERLAND GAAT ZIJN buitenlands beleid herijken en trekt er twee jaar voor uit. Is dat een goed idee?

Waarschijnlijk niet. Ten eerste duurt het veel te lang. Zelfs de drie maanden die president Bush in 1988 had uitgetrokken voor de herijking (Foreign Policy Review) duurden te lang. Wat bleek namelijk: dat de rest van de wereld zelfs voor het machtige Amerika niet bereid was om een kwartaal lang te pauzeren. De wereld draaide gewoon door, dwong de Amerikaanse president uitspraken te doen, keuzes te maken en beslissingen te nemen - kortom, om gewoon buitenlandse politiek te bedrijven.

Ook voor Nederland zal de wereld niet bereid zijn een tijdje met draaien te stoppen, en al helemaal geen twee jaar. Elke week dienen zich praktische keuzes aan. Om een paar kleinigheden te noemen: wil Nederland dat het Europese Gerechtshof iets over Europol te zeggen heeft of niet en hoe krijgt Nederland in deze zoveel mogelijk voor elkaar? Ander voorbeeld: hebben Nederlandse mariniers iets te zoeken op Haïti en waarom wel of waarom niet? Moet er serieus worden gedebatteerd over de wenselijkheid of onvermijdelijkheid van een kern-Europa en hoe is de eigen positie daarin te maximaliseren?

De antwoorden op zulke kleinere en grotere vragen worden na intern en extern beraad gegeven en de overwegingen daarbij leren iets over motieven, de prikkels en de ijkpunten, kortom, dat maakt alles bij elkaar het buitenlands beleid.

HET NEDERLANDSE beleid kent enkele, onderling strijdige, uitgangspunten en attitudes. Zo is er een veiligheidspolitiek accent in de richting van de atlantische wereld, voorop de Verenigde Staten. Zo is er een sociaal-economische accent in de richting van het Europese continent, voorop Duitsland. En zo is er een ethisch-neutralistisch accent in de richting van de niet-westerse wereld, voorop Pronk.

Kan een herijking veel meer opleveren dan een rapport met mooie zinnen over bruggen bouwen tussen onderwerpen en regio's en over een driehoek die moet lijken als een cirkel? Met andere woorden, kan een herijking in iets anders ontaarden dan een vertrouwd nummertje landje-pik tussen departementen en een uitkomst ergens in de buurt van een gelijkspel?

Buitenlandse politiek voor een land met de grootte, ligging en afhankelijkheid van Nederland is een exercitie in bescheidenheid en loeren-op-kansen. Het eerste ligt Nederland niet en het tweede wordt daardoor bemoeilijkt dan wel daaraan ondergeschikt gemaakt. Herijking is primair een kwestie van een andere geesteshouding: nauwlettend bestuderen wat invloedrijke landen willen, in interessante hoofdsteden goede contacten onderhouden, in Nederland zelf realiteitszin prediken en pas dan eigen verlangens en belangen met de juiste middelen en in de juiste dosering op de juiste wagon zetten.

DAARMEE KAN de Nederlandse minister van buitenlandse zaken vandaag gewoon beginnen. Het zal hem wellicht wat vaker naar dorpshuizen en wijkcentra in Nederland dan naar topconferenties voeren, omdat er vooral in eigen land het nodige over de buitenwereld moet worden bijgesteld, maar het kan.

Dat heeft dan natuurlijk wel als consequentie dat een minister het voortouw neemt. Nederland heeft nogal wat halve en hele ministers van buitenlandse zaken. Elke coalitiepartner heeft er in feite één aan dit kabinet geleverd en zij symboliseren tot op zekere hoogte ook de drie basis-reflexen van de Nederlandse houding jegens het buitenland. Het grootste risico van de zogenoemde herijking is dan ook dat voor elk feitelijk meningsverschil in de komende twee jaar een dankbare beschermwal is opgetrokken, die 'herijking' heet. Tenzij de enige echte minister van buitenlandse zaken zich ondertussen als enige echte minister in de strijd werpt en de herijking laat voor wat zij in het beste geval zou kunnen zijn (en waar trouwens de WRR al mee bezig is), een stimulerende discussie. Wie wil herijken, moet eerst ijken.