Gieben - alleen voor geleerden

Een kleine twintig titels per jaar op het gebied van oude geschiedenis, papyrologie, archeologie en Griekse en Latijnse taalkunde. Uitgever Han Gieben weigert de commercie een hand te geven. “Ik geloof in specialisatie.”

Publikatie bij een prestigieuze Amerikaanse of Engelse universiteitsuitgeverij is de droom van menig wetenschapper. Wie dat heeft bereikt, telt mee. W. Kendrick Pritchett is zo'n man: de oudhistoricus is een autoriteit op het gebied van Griekse topografie. Maar hij was niet tevreden over zijn Amerikaanse universiteitsuitgeverij en stapte over naar J.C. Gieben, een Nederlandse eenmansuitgeverij op het gebied van de oudheid.

De uitgeverij is gevestigd in Amsterdam in een souterrain aan de Nieuwe Herengracht en dat al zestien jaar. Binnen heerst de weinig wetenschappelijke sfeer van een tweedehandswinkel. Han Gieben, 49 jaar, excuseert zich voor de rommeligheid, hij is bezig met een kleine reorganisatie.

De ruimte is voor Gieben heilige grond. Hier heeft de voormalige stuurman op de grote handelsvaart - “mijn vrouw wilde dat ik een baan aan de wal nam” - zesentwintig jaar geleden het vak geleerd bij Grüner, een wetenschappelijke uitgeverij met als specialisatie filosofie en kerkgeschiedenis. Hij denkt er dan ook niet over om te verhuizen naar het Entrepotdok, waar hij een modern en nieuw magazijn heeft. Zijn assistent die de administratie bijhoudt, zit daar wel.

De overstap van Pritchett staat niet op zich zelf. Zo liet de American School of Classical Studies in Athene onlangs het verslag van een congres door Gieben uitgeven, omdat ze bij haar vroegere uitgever een van de vele was en lang op de verschijning van haar boeken moest wachten. Een snelle uitgave is een van Giebens sterke punten. “Pritchett heeft tweeëneenhalve maand nadat hij de tekst op een diskette heeft ingeleverd zijn boek in handen.” Voor de Amerikaan, bezig met zijn vierde boek in vier jaar tijds, is dit van groot belang. “Hij is 84 en al bezig met zijn 'posthumous letters'. Intussen trekt hij nog steeds zijn bergschoenen aan om te onderzoeken in hoeverre beschrijvingen uit de oudheid van stad en land nog kloppen. Ik hou hem niet bij.”

Een boek uitgeven kan volgens Gieben iedereen, de kunst is er voor te zorgen dat een boek ook snel leverbaar is in zeg maar Yokohama, want “in Japan neemt de interesse voor de klassieke oudheid toe”. Om dit mogelijk te maken heeft Gieben de beschikking over en wereldwijd netwerk, met onder andere distributeurs in Japan en de Verenigde Staten.

Griekse inscripties

De uitgever heeft in het buitenland naam gemaakt met de hernieuwde uitgaven van het Supplementum Epigraphicum Graecum (SEG), een jaarlijks overzicht van recent ontdekte of reeds bekende en geamendeerde Griekse inscripties, onder redactie van de H.W. Pleket, emeritus hoogleraar oude geschiedenis. Goed voor vijf- tot zevenhonderd pagina's met complete teksten, aangevuld met bibliografische verwijzingen en korte commentaren. De teksten variëren van meer dan één pagina beslaande wijdingsteksten tot een enkelregelige naam op een gouden plaatje, dat in een necropool is gevonden. Het SEG is een standaardwerk voor archeologen, oudhistorici, classici, rechtsgeleerden en theologen, waarnaar ieder jaar reikhalzend wordt uitgekeken. “Ze bellen zelfs om te vragen wannneer het uitkomt.”

Het SEG met een vast aantal afnemers is een van de kurken waarop de uitgeverij drijft. Van de zeventienhonderd titels die per jaar in Nederland op wetenschappelijk gebied verschijnen, zijn er nog geen vijftig die met de oudheid te maken hebben. Voor Gieben is het geen reden om ook andersoortige boeken uit te geven. “Ik heb het wel eens gedaan, maar dat was geen succes. Ik geloof in specialisatie.” Hij blijft dus jaarlijks zo'n achttien boeken op het gebied van oude geschiedenis, papyrologie, archeologie en Griekse en Latijnse taalkundige uitgeven. De oplagen van boeken als Eine Steuerliste aus Pheretnuis van de Nederlandse geleerden P.J. Sijpesteijn en K.A. Worp, Imperatives and other directive expressions in Latin, La Langue et les textes en grec ancien en Fairs and markets in the Roman empire liggen tussen de drie- en achthonderd exemplaren.

Een boek dat in een jaar is uitverkocht, geldt als een successnummer. Dat is bijvoorbeeld het geval met de boeken van Pritchett. Gieben verwacht daarom weer veel van diens laatste boek, The liar school of Herodotos. “Hij heeft me wel gewaarschuwd dat heel Oxford het boek zal aanvallen, omdat hij op beleefde wijze de vloer aanveegt met de daar geldende opvatting dat Herodotos een fantast is. Daarbij kraakt hij in beschaafde termen een ander boek uit mijn fonds, maar daar doe ik niet moeilijk over.”

Giebens boeken - bescheiden, zonder naam van de uitgeverij op de rug - prijken zelden in de boekenkast van privépersonen. Afgezien van het wetenschappelijke gehalte vormt de prijs een belemmering. De meeste boeken kosten honderd gulden of meer. Het SEG kost per deel 195 gulden.

Nachtkastje

Gieben heeft ondervonden dat zelfs een speciale goedkope uitgave niet méér kopers trekt. Toen de oudhistoricus Hans van Wees voor zijn boek Status Warriors. War, Violence and Society in Homer and History - “zo goed geschreven dat je het op je nachtkastje kunt leggen” - namens de stichting Praemium Erasmianum een studieprijs voor jonge onderzoekers kreeg, bracht hij een paperback van vijfentwintig gulden uit. Slechts zeven personen, onder wie vijf familieleden van de auteur, maakten gebruik van dit koopje.

“Studenten kopen alleen nog de boeken die ze voor hun studie nodig hebben”, klinkt het berustend. De afgelopen drie jaar hield hij aan het eind van het jaar een uitverkoop van licht beschadigde boeken die allemaal voor een rijksdaalder weg mochten. Ondanks aankondigingsbriefjes op de universiteitsinstituten kwam niet meer dan een handvol studenten op de voordeelactie af. “Dat doe ik dus niet meer.” De enige privékopers zijn enkele geleerden van de oude garde, die thuis hun eigen wetenschappelijke bibliotheek hebben en ieder nieuw boek op hun vakgebied willen bezitten. De uitgever ziet met lede ogen dat deze oude garde, vaak van naam en faam, de universiteiten voortijdig verlaat, moe van alle bureaucratie en bezuinigingen.

Die bezuinigingen hebben ook hun weerslag op het aankoopbeleid van universiteitsbibliotheken. De eerste bezuinigingspost zijn de wetenschappelijke tijdschriften. Desondanks is Gieben vorig jaar begonnen met de uitgave van Pharos, het tijdschrift van het Nederlands Instituut in Athene. Is dat niet tegen de stroom oproeien? “Ik geef het gewoon weg als reclamemateriaal.”