Gevreesde politiechef Haïti is voor VS nu 'beleefde' man

PORT-AU-PRINCE, 24 SEPT. Aan de politiecommandant van Port-au-Prince kolonel Michel François wordt de uitspraak 'de straat is van mij' toegeschreven. Sweet Mickey, zoals de sarcastische bijnaam van de commandant luidt, lijkt ook nu, vijf dagen na het begin van de Amerikaanse interventie in Haïti, nog de baas te zijn in de straten van Port-au-Prince. Pas donderdag namen de Amerikanen via kolonel Michael Sullivan van de 16de militaire-politiebrigade uit Fort Bragg contact op met de mysterieuze François, aan wie het overgrote deel van de in de afgelopen drie jaar begane moorden in Haïti wordt toegeschreven. Gisteren volgde een tweede gesprek.

De eerste ontmoeting tussen François en Sullivan in het hoofdbureau van politie op de Champs de Mars in Port-au-Prince duurde volgens een woordvoerder van het Amerikaanse leger anderhalf uur, en werd omschreven als een “beleefdheidsbezoekje”. Gisteren had een tweede, inhoudelijker gesprek plaats tussen de twee officieren, waarbij zaken aan de orde kwamen als de techniek van rellenbestrijding en gezamenlijke patrouilles (de Amerikaanse MP's begonnen gisteren al met eigen patrouilles). De belangrijkste boodschap van Sullivan was, dat de Amerikanen niet langer gewelddadig optreden door de Haïtiaanse politie zouden tolereren.

Voor het overige werd de toon van de gesprekken gekarakeriseerd als “vriendelijk, beleefd en professioneel”. Die karakterisering kwam legerwoordvoerder Barry Willey te staan op een homerisch gelach van de aanwezige pers. Begrijpelijk, als men bedenkt, dat François behalve voor zijn gewelddadige activiteiten ook bekend staat als één van de belangrijkste (drugs-) smokkelaars en afpersers binnen het militaire bewind. Nog maar een paar weken geleden liet het Amerikaanse State Department in een communiqué weten dat de rol van François in de Haïtiaanse drugshandel werd onderzocht.

Michel François heeft in de afgelopen jaren een stevige machtsbasis opgebouwd in Haïti danzij zijn positie als politiecommandant. Onder zijn directe bevel vallen de duizenden (onbekend is hoeveel precies) zogenoemde attachés, de civiele hulppolitie. De attachés zijn allen bewapend en staan via portofoons in direct contact met hun chef. Het is ondenkbaar dat François niet op de hoogte zou zijn van welke actie van attachés en reguliere politie dan ook.

Naast de attachés heeft het militaire bewind ook de beschikking over enkele duizenden aanhangers van de politieke arm van de junta, de FRAPH (Front Revolutionair pour l'Avancement et le Progrès d'Haiti), dat zegt 20.000 leden te hebben. Maar evenmin als het aantal attachés is ook dit geen hard gegeven. Het FRAPH, dat een jaar oud is, staat onder leiding van de zakenman Emmanuel Constant, zoon van generaal Constant, één van de belangrijke militairen ten tijde van dictator François 'Papa Doc' Duvalier.

Donderdag liet Constant tijdens een persconferentie weten dat de beweging een nieuwe koers heeft ingeslagen. Zijn leden zouden hun wapens hebben ingeleverd bij het leger en de beweging wil zich nu via de politieke lijn gaan versterken. Hoewel Constant dat niet wilde bevestigen, liet hij doorschemeren kandidaat te willen zijn bij de presidentsverkiezingen van december volgend jaar. Het front wil alvast als politieke partij meedoen aan de verkiezingen voor het parlement die binnen een half jaar moeten worden gehouden.

De vredesduif die FRAPH donderdag losliet, staat haaks op de enige doden die deze week zijn gevallen als gevolg van geweld in Haïti: een straatverkoper die werd doodgeknuppeld door een geüniformeerde agent en een achtjarig jongetje dat werd geraakt door een verdwaalde kogel uit het pistool van een attaché. De ontwapening van attachés en andere paramilitaire groeperingen is daarom van groot belang voor de Amerikanen in hun poging een 'veilige en stabiele omgeving' te creeëren voor de terugkeer van president Aristide. Terwijl de overige takken van de Haïtiaanse strijdkrachten inmiddels verzoend lijken te zijn met het onvermijdelijke, vormen politie, attachés en paramilitaire groeperingen de grootste risicofactor voor zowel de Amerikanen als - en vooral - voor de Haïtiaanse burgers.

Ook op het politieke front worden de Amerikanen nog tegengewerkt door het militaire regime. De facto president Emile Jonassaint liet donderdag weten dat zijn regering nu snel wil beginnen met het organiseren van de parlementaire verkiezingen. Maar hoewel Jonassaint zondag een belangrijke (en door de Amerikanen erkende) rol speelde bij het afsluiten van het akkoord met Carter cs. wordt zijn regering nog steeds als illegaal beschouwd en zijn besluiten van de regering derhalve zonder geldingskracht.

Een groter probleem kan de houding van generaal Raoul Cédras zijn. Deze week liet hij in een vraaggesprek met CBS News weten dat hij er niet over piekert om het land te verlaten nadat hij is afgetreden. Het Amerikaanse antwoord was pragmatisch. Indien de generaal zich na 15 oktober nog in Haïti bevindt en - wat zeer wel mogelijk is - het parlement nog geen amnestiewet heeft aangenomen, dan loopt de coupleider een zeer gerede kans door de dan in zijn macht herstelde president Aristide te worden gearresteerd. De VS verwachten dan ook wel degelijk het aanstaande vertrek van Cédras.

De veelgekritiseerde aanpak van de Amerikanen in Haïti lijkt nu zijn vruchten te gaan afwerpen. Met de komst van de duizenden troepen en de geleidelijke ontwapening van de Haïtianen komt het militaire regime, naarmate de datum van 15 oktober nadert, steeds meer met zijn rug tegen de muur te staan. Maar zolang de attachés en de paramilitaire groeperingen hun wapens nog hebben, blijft het onzeker of het belangrijkste Amerikaanse uitgangspunt van deze actie gehaald kan worden: Uphold Democracy mag geen enkele Amerikaanse militair het leven kosten.