Een geluksspel

Donner had de gewoonte om als hij een partij geheel ten onrechte gewonnen had, tevreden op te merken: “Ach ja, het blijft een geluksspel.” Of het was om zijn ongelukkige tegenstander te troosten of om hem zijn verlies nog eens goed in te peperen, dat weet ik niet. Er zijn er meer die het schaakspel zagen als een soort veredeld roulette. Over Sämisch wordt verteld dat hij bij een spelletje kaart opmerkte: “Gelukkig, eindelijk een spel waarbij je na moet denken.” Bij het schaken leidden zijn diepzinnige gedachten er vaak alleen maar toe dat hij in gewonnen stelling de tijd overschreed. Joesoepov heeft het in een partijanalyse wel eens gehad over 'de belangrijkste factor in het schaken, puur geluk.' Van Tartakower was bekend dat hij nooit zo blij was als wanneer hij een totaal verloren staande partij door zuiver toeval nog gewonnen had. Ik vind het sympathiek als schakers oog hebben voor de rol van het toeval bij hun successen, maar tegelijk weet ik dat het niet verstandig is. De allerbesten denken er anders over. “In de praktijk krijgt diegene kansen die ze weet te scheppen” antwoordde Aljechin energiek toen een pechvogel zich weer eens beklaagde dat hij ten onrechte verloren had. Ik weet niet meer waar ik dat gelezen heb, maar ik heb het altijd onthouden als een wandspreuk en er uit geleerd dat je misschien blij mag zijn met een gelukkig toeval, maar dat klagen over pech verachtelijk is. Ook Kasparov is niet iemand die geneigd is om zijn hoge positie aan het toeval toe te schrijven. In 1987 verloor hij in Sevilla bijna zijn wereldkampioenschap. In de eerste zitting van de laatste matchpartij deed Karpov, met nog een of twee seconden bedenktijd, een zet waardoor hij de partij tenslotte verloor. De reddende zet lag ook erg voor de hand, die had hij net zo goed kunnen doen. Ik had het idee dat na een match van vele maanden het wereldkampioenschap tenslotte in de laatste seconden werd beslist door het opwerpen van een muntje, maar als je Kasparov er over las was het een historische noodzakelijkheid dat het was gegaan zoals het ging.

Psychologen weten dat mensen geneigd zijn om toevallige successen toe te schrijven aan persoonlijke eigenschappen, als het om henzelf gaat tenminste. Zelfs wie een loterij heeft gewonnen, denkt dat het komt omdat hij nu eenmaal het soort mens is dat loterijen wint. Ook is het bekend dat de mensen die het sterkst geloven in deze illusie van persoonlijke verdienste, de meest succesvolle zijn.

Tijdens de eerste helft van het Interpolistoernooi werd veel gepraat over het geluk dat Karpov zou hebben gehad. Tegen Kurajica, Antunes, Shabalov. Het meest tegen Kurajica. Door zijn eerste tegenstander had Karpov al geëlimineerd kunnen worden. Zo dachten de buitenstaanders, maar ongetwijfeld denkt hij er zelf heel anders over: als je Karpov bent, dan win je omdat je de sterkste bent, zo simpel is het. Ik geef de laatste fase uit de beslissende partij en laat de keuze tussen toeval en noodzakelijkheid aan de filosofische levensinstelling van de lezer over.

hier komt dia 1

Wit Karpov-zwart Kurajica. Dit was de tweede partij van de tweede barrage. De eerste was remise geworden en wie nu won, ging verder. Het tempo was tien minuten per speler voor de hele partij, plus tien seconden per zet. Omdat er al veel zetten gedaan zijn, mogen we aannemen dat men in het stadium was gekomen dat iedere zet binnen tien seconden moest worden gedaan. Karpov had in het begin enige positionele druk gehad, maar een combinatie waarmee hij tot daden wilde overgaan, was geheel verkeerd uitgevallen. Zwart staat een pion voor en heeft twee sterke verbonden vrijpionnen.

47. Tf2-f4 47. Pd2 was natuurlijk zeer onaantrekkelijk, maar na de zet die Karpov in zijn hoge nood speelt, had zwart de partij meteen kunnen beslissen met 47...g5. Dan kost 48. fxg6 Pxg6 beslissend materiaal, zodat wit tot de uitzichtloze terugtocht 48. Tf2 genoodzaakt zou zijn. 47...Pf8-d7 48. h2-h4 a7-a5 49. Pe4-f2 Nog niets aan de hand. Na 49...Lb5 heeft zwart een gezonde pluspion en zijn a-pion loopt hard. 49...Ld3-c4 50. Lg2-c6 Opeens heeft zwart problemen. 50...Te8-d8

Onnodige paniek. Dit is puur tempoverlies. Hij had beter zijn loper kunnen dekken met 50...b5, al kost dat zijn pluspion, maar het sterkst lijkt me 50...Pc3, waarna ik nog steeds geen redding zie voor wit. 51. Ld6-e7 Td8-c8 Hij kan niet meer terug, na 51...Te8 komt 52. Te4 52. Lc6xd7 Tc8-c7 53. Ld7-e6 Lc4xe6 54. f5xe6 Tc7xe7 55. d4-d5 Nu heeft ook wit twee verbonden vrijpionnen, die niet meer tegen te houden zijn. 55...Pb1-c3 Dit kost ook nog een stuk. 56. Tf4-c4 Pc3-e2+ 57. Kg1-f1 Pe2xg3+ 58. Kf1-g2 Zwart gaf op.

Jammer dat Ivan Sokolov, een tijdlang Nederlands laatste hoop in dit toernooi, is uitgeschakeld. In de eerste drie rondes won hij zijn partijen met groot overwicht en wonderlijk gemak. Kijk eens hoe hij binnen twintig zetten totaal gewonnen komt te staan tegen Vaganian. Hoe kan dat, Vaganian is toch een groot speler? Ze komen op het licht af, placht Lodewijk Prins te zeggen als hij snel en makkelijk gewonnen had.

Wit Sokolov-zwart Vaganian. Derde ronde, normale bedenktijd.

1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 e7-e6 3. Pb1-c3 Lf8-e7 4. c4xd5 e6xd5 5. Lc1-f4 c7-c6 6. e2-e3 Lc8-f5 7. Pg1-e2 Pb8-d7 8. Pe2-g3 Lf5-g6 9. Lf1-e2 Pd7-f8 10. Le2-g4 Pg8-f6 11. Lg4-h3 Pf8-e6 12. Lf4-e5 Pe6-g5 13. Lh3-f5 0-0 14. h2-h4 Pg5-e4 De lange reis heeft dit paard weinig plezier opgeleverd. 15. Lf5xg6 h7xg6 16. Pg3xe4 Pf6xe4 17. Pc3xe4 d5xe4 18. h4-h5

hier komt dia nr 2!

18...g6xh5 Dat maakt het wit wel heel makkelijk. Te proberen was 18...Da5+ 19. Kf1 Db5+, al staat wit beter. 19. Dd1xh5 Dd8-a5+ 20. Ke1-f1 f7-f6 21. Dh5-g6 Dreigt 22. Th7 gevolgd door 23. Dh5 21...Da5-d5 22. Le5-f4 Tf8-d8 Hierna is het meteen uit, maar zwart had geen goede verdediging tegen het simpele witte plan: torenverdubbeling op de h-lijn. Om mat te verhinderen moet zwart zijn dame naar e8 brengen, maar hij zou de partij er niet mee redden. 23. Th1-h5 Dd5-e6 24. Th5-h7. Zwart gaf op. Na 24...Df7 (24...Lf8 25. Dh5) komt 25. Th8+.