Een berg aarde waaruit nog van alles kan groeien

Tentoonstelling: This is the show and the show is many things; t/m 27 november in het Museum voor Hedendaagse Kunst, Citadelpark Gent, di t/m zo 9.30-17u.

De halfronde koepelzaal van het Gentse Museum voor Hedendaagse Kunst staat vol met vuilniszakken, ladders, kisten, platen piepschuim, plastic verpakkingsmateriaal en opgestapelde stoelen. Is de tentoonstelling nog niet ingericht, of is hij net voorbij? Nee, dit is de nieuwste tentoonstelling van Jan Hoet, die voor alle zekerheid de titel heeft: This is the show, and the show is many things. De indruk wordt gewekt dat we middenin het museumdepot staan. Dat wat we meestal niet zien als bezoeker omdat het zich beneden in de kelders bevindt, is nu in de mooiste zaal opgesteld. Tussen de zakken en dozen bevinden zich trouwens ook als kunst bedoelde voorwerpen, zoals een vitrinekast waarin de Nederlandse Maria Roosen een aantal paren glazen schoenen tentoonstelt.

Het is geen nieuw idee om de 'achterkant' van het museum te tonen. Kunstenaars als Broodthaers en Beuys hebben dat gezichtspunt veelvuldig in hun werk aan de orde gesteld, terwijl musea tegenwoordig tonen hun 'depot op zaal' zetten (het Kröller-Müller museum) of een gastconservator uitnodigen om uit meer en minder bekende depotstukken een expositie samen te stellen (museum Boymans). Gecombineerd met het feit dat de jaren zestig en zeventig heel wat buiten-museale en anti-museale tendenzen hebben voortgebracht, is het gevaar groot dat de bezoeker bij binnenkomst in het museum van Jan Hoet een vermoeide zucht slaakt.

Een maquette in de koepelzaal toont in grote lijnen wat ons te wachten staat: de ongeveer tien zalen van het museum zijn tijdelijk 'stockage' of 'studio' geworden van dertien kunstenaars. Gedurende twee maanden kunnen de deelnemers hun werk verplaatsen, veranderen en zelfs ter plekke máken. This is the show is dus bedoeld als een dynamische expositie die geen week hetzelfde blijft maar voortdurend aan verandering onderhevig is. Hier krijgen kunstenaars de gelegenheid te creëren, te exposeren en over het gemaakte te contempleren, al dan niet in samenspraak met elkaar. Hoet wil zo de normale gang van zaken in een museum, die hij beschrijft als 'het stollen van de expositie zodra de openingsreceptie achter de rug is,' aanvechten.

Die opzet past uitstekend in zijn vaak uitgesproken overtuiging dat kunst niet gescheiden moet worden van 'het leven zelf', dat onophoudelijk in beweging is. De overwegend jonge deelnemende kunstenaars zijn dan ook meer gericht op het procesmatige van kunst dan op het object. Zo maakte de Fransman Fabrice Hybert twee verschillende parfums die hij in grote glazen bollen 'exposeert'; één ervan is een bedwelmend-zware lavendelgeur die hij speciaal voor het museum ontwierp. De Belgische Anne Decock deponeerde een berg aarde compleet met onkruid in een museumzaal en zette er tuinkasten vol gieters, gereedschap en plastic klimop omheen.

Haar bijdrage is een mooie samenvatting van de opzet van deze expositie: Hoet nodigde de kunstenaars om zo te zeggen uit een berg ongevormde aarde naar het museum te brengen, waaruit nog van alles kan groeien als men tenminste de handen uit de mouwen steekt. Het lijkt er trouwens op dat collega's al met Decocks materiaal aan de slag zijn gegaan: een paar zalen verder ligt een hoopje grond naast een paar werken in klei van Mark Manders die dezelfde kleur hebben als de aarde.

Naarmate je langer door de rommelig uitziende, soms half in- of uitgeruimde zalen loopt, ga je meer 'sporen' van kunstenaars herkennen. Bijvoorbeeld de bollen stof die Kinoshita uit stofzuigerzakken haalt en hier en daar op richels van de lambrizering neerlegt. Of de speelgoedbeestjes van de Belg Honoré d'O die hij overal verspreidt als voorbeelden van objecten die we niet als dingen waarnemen, maar die we met gevoel bekleden.

Maar het kan best zijn dat deze beschrijving allang niet meer klopt op het moment dat u de tentoonstelling bezoekt. Een recensie schrijven is dus bij voorbaat onmogelijk. Is This is the show daarmee een onderonsje tussen kunstenaars, een gezellig feestje voor insiders? Wat heeft het publiek eigenlijk aan zo'n expositie? Het is een vraag die vorig jaar ook al opkwam bij de tentoonstelling Rendez-Vous in Gent. Net als toen hangt bij This is the show veel af van de 'inwijding' van het publiek in de persoonlijke verhalen rond de kunstwerken. Als het inderdaad zo is dat de kunstenaars dikwijls aanwezig zijn en bezoekers te woord willen staan, heeft Hoets opzet kans van slagen.

This is the show is een evenement in de jarenlange reeks onmuseale exposities die Hoet maakte. Dat begon met de manifestatie Chambres d'Amis in 1986, die bestond uit installaties in Gentse huizen verspreid over de stad. Op de negende Documenta bracht Hoet als organisator op overtuigende wijze 'de nog ongevormde verlangens van de kunstenaars' aan het licht in een weinig statische opstelling.

Jan Hoet is, zoals bekend, de Jan zonder Land van de museumdirecteuren. Zijn Museum voor Hedendaagse Kunst heeft nog steeds geen eigen behuizing, maar leidt achterin het Museum voor Schone Kunsten een bijna onzichtbaar bestaan, reden waarom Hoet zijn museum wel een 'spookmuseum' heeft genoemd. Voor wie zijn expositieprogramma heeft gevolgd, rijst langzamerhand de vraag of hij eigenlijk wel zo slecht af is zonder een echte Tempel van de Kunsten. Misschien komt het doordat hij zo slecht behuisd is dat hij de zeden en gewoonten van het museum steeds ontvlucht, maar dan slaagt Hoet er goed in om van die onzekere situatie een geuzenvlag te maken.