Conversatie

De dagen gaan lengen, u bent terug van vakantie, het leven herneemt zich en u moet eten. Uit eten bedoel ik.

En wie aan tafel zit moet praten. En daarvóór ook al, u weet wel, als u met dat glas in uw hand de andere gasten begroet, de naam niet onthoudt en geen idee heeft wat hij of zij doet waardoor je een aanknopingspunt hebt. The gentle art of conversation. Moeilijk, vooral als je niet rond een tafel staat waarop een 'conversation piece' staat.

Je hebt veel mensen die het absoluut niet kunnen, en anderen zijn er meesters in. Nederlanders leren het niet. Op Amerikaanse scholen - en ook in andere landen - moet de leerling vaak wekelijks 'iets zeggen'. Voor de klas. Of hij moet debatteren. Of hij moet een opstel schrijven. Daarbij komt dat Nederlanders geen aanleg hebben voor conversatie. Houd een Nederlander een microfoon voor en hij zegt niks, lacht, of zegt onzin. Een mooie volzin, zoals Britten dat kunnen, is er niet bij.

Een van de voorwaarden is ook dat u niet schroomt.

U moet voor uw mening kunnen uitkomen, of op een charmante manier geen mening hebben. Ik geloof dat het een Britse zanger was die bij aankomst op Schiphol op de vliegtuigtrap al een vraag kreeg van “Hoe vindt u het in Holland?” De man antwoordde lachend dat hij niet wist. “Ik ben hier net.”

De achttiende-eeuwer Samuel Johnson, eveneens befaamd vanwege de woordenboeken (Toen de heer Millar, boekverkoper, die het op zich had genomen het Woordenboek uit te geven het laatste velletje aangereikt kreeg door de bode, vroeg Johnson bij terugkeer van de laatste of Millar nog iets zei. “Meneer”, zei de bode, “hij zei: Godzijdank ben ik van hem af.” “Ik ben blij”, zei Johnson, “dat hij God nog ergens voor bedankt.”), heeft er veel over nagedacht en schreef en sprak er onophoudelijk over, het is een van zijn vaste onderwerpen. Dat weten we omdat zijn leven zo minutieus beschreven is door James Boswell, die, net als zijn zoon na hem, buitengewoon geïnteresseerd was in literatuur en literatoren. Die zoon, Sir Alexander, later Lord Auchinleck, stierf zelfs tengevolge van een duel over een politiek vers: 'The New Wig Song.'

Boswell, die altijd een beetje in de maling is genomen wegens zijn enorme verering voor de wat abrupte Johnson (maar die zelf, niettegenstaande zijn slaafse kronieken, een notoire losbol was), heeft ons wel een prachtig inzicht gegeven in de gesprekken van die tijd, de conversatie. Zelfs over die in Nederland, want na zijn reis met Johnson naar Nederland, in 1763, ontmoette Boswell, die in Utrecht was blijven hangen om daar zijn rechtenstudie te voltooien, Elisabeth van Tuyll, een blauwkous, die hij toch ten huwelijk vroeg, maar ze wees hem af (Boswell in Holland).

Johnson sprak klare taal, hij ging een warse opinie niet uit de weg, hij kon met modder gooien en hij was geestig. Een paar voorbeelden over wat hij zei over conversatie.

- “Niemand spreekt in ernst, meneer; er bestaat geen serieuze conversatie.”

- Een mevrouw vroeg hem waarom hij in 's hemelsnaam het woord pastern in zijn woordenboek had opgevoerd als de knie van een paard. Johnson: “Ignorance, madam, pure ignorance.”

- “The worst of Warburton is, that he has a rage for saying something, when there's nothing to be said.”

- Dit was een goed avondmaal, zeker, “but not a dinner to ask a man to”.

- (Over Sir John Hawkins) “A very unclubable man.” (Maar Boswell daarentegen was “very clubable”)

- (Over een conversatie met de koning) “It was not for me to bandy civilities with my Sovereign.”

- “Meneer, u heeft maar twee onderwerpen van gesprek: u en mij. Van beiden ben ik kotsmisselijk.”

- “Vragen stellen is niet de juiste conversatie tussen heren.”

- “De gelukkigste conversatie is die zonder competitie, zonder ijdelheid, maar een kalme, rustige uitwisseling van meningen.”

Tijdgenoten waren echter niet zo blij met Johnson.

Mevrouw Thrale zegt dat Johnsons conversatie nogal hard aankwam bij mensen die gewend waren aan overbeleefdheid en vleierij. “Het was mosterd in de mond van een kind.”

Guy de Maupassant legt het nog eens op een vriendelijke manier uit: “Conversatie is de kunst om nooit een saaie zeur te lijken, te weten hoe alles op een interessante manier te zeggen, onderhoudend te zijn met van alles en nog wat, en charmant met helemaal niets.”

Als u zelf echt geen onderwerp weet aan te snijden in het gezelschap morgenavond, dan geef ik u nog een paar one-liners van Art Buchwald mee:

- “Elke keer als ik lees dat de Hubble-telescoop weer een nieuw zwart gat gevonden heeft, moet ik bijna kotsen.”

- “Als het op het kopen van een nieuwe auto aankomt, kun je niet genoeg air bags hebben, zeg ik altijd maar.”

- “Liever geen hoeksteen dan samen te moeten ontbijten.”

- “Kijk ik ben natuurlijk net zo voor de Mensenrechten als iedereen, maar als we echt te zwaar op China gaan hangen, zie ik de mogelijkheid om gympies voor acht gulden te kopen snel verdwijnen.”

- “Voor massatoerisme is Chernobyl niks.”