Bus als opvang voor jongeren; 'Ze begonnen met tasjes roven, nu plegen ze overvallen'

UTRECHT, 24 SEPT. “Hallo, wij zijn Hans en Jof. Wij rijden op De Bus. Die is er speciaal voor jullie. Wees welkom.” Zo stellen de 'randgroepjongerenwerkers' Hans Neeskens en Giovanni Usmany zich voor als ze voor het eerst met hun gifgroene stadsbus arriveren. Ze komen op plaatsen waar buurtbewoners zich bedreigd voelen door samenscholende en criminele jongeren.

“We moeten eerst hun vertrouwen winnen”, zegt Neeskens - stoppelbaard en een oorbel in. “Contact leggen, daar gaat het om.” Binnen in de bus zit hij met zijn grote postuur achter een formicatafeltje. Onder een rek met folders over veilig vrijen en 'Hoe vraag ik kinderbijslag aan?' zit collega Usmany. Een jaar rijden ze nu op De Bus om rondhangende, veelal Marokkaanse, probleemjongeren in Utrecht te behoeden voor verder afglijden. Ze helpen de jongens met vragen over hun studie of het vinden van werk. Als het nodig is regelen ze een advocaat of ze “geven gewoon een aantal uren een warme plek en een kopje thee of koffie”. Tafelvoetbal en gezelschapsspelletjes moeten de probleemjongeren “naar binnen lokken”.

Dit keer staat De Bus geparkeerd in Utrecht-Noord bij een speeltuin. Deze plek werd lange tijd geterroriseerd door een groep jongens van een jaar of dertien. Ze bedreigden kleine kinderen en vernielden klimrekken en schommels. Vandaar dat een half jaar geleden de mobiele jongerensoos voorreed. “Thuis hebben ze vaak weinig liefde gehad”, vertelt Neeskens. “Ooit zijn ze begonnen met kleine winkeldiefstallen en tasjes roven en inmiddels houden ze zich bezig met overvallen. Hun grote broer staat intussen op de hoek van de straat staat te dealen. Ze weten niet beter of dat is normaal.” Bijna allemaal zijn ze volgens hem bewapend. Ze dragen geslepen schroevedraaiers bij zich en een aantal loopt met een mes of een pistool rond.

Neeskens kent het leven op straat. Hij komt zelf 'uit de doelgroep'. Op zijn vierentwintigste was de randgroepjongerenwerker verslaafd aan harddrugs. Hij dealde en pleegde roofovervallen. Tweeënhalf jaar heeft Neeskens vastgezeten. Toen hij al weer een poos vrij was en zijn leven nog steeds geen vorm wilde krijgen, wees een welzijnswerker hem op het bestaan van de HBO-studie 'randgroepjongerenwerk': een opleiding speciaal voor voormalige probleemjongeren. “Wist ik toen veel wat het woordje 'evalueren' betekende.” Nu werkt hij al weer vijf jaar als welzijnswerker en vervult hij op De Bus “de rol van intermediair tussen probleemjongeren en hulpverlening”.

De jongens kunnen hem vertrouwen, zegt Neeskens. Dat weten ze. Als de politie bij 'een dealertje' thuis 10.000 gulden in beslag neemt, schakelt hij een advocaat in. Ook al weet hij dat de jongen het geld heeft verdiend met drugshandel. “Laat ze dat eerst maar bewijzen.” Hij helpt met het invullen van het formulier 'ontheffing rioolrecht', ook al komt de aanvrager voorrijden in een gloednieuwe sportauto - “contant betaald.” En hij houdt zijn mond, als 'een van zijn jongens' zonder rijbewijs in een gestolen auto rondrijdt. “Maar er zijn grenzen”, zegt Neeskens. “Als die jongen ook nog eens vier vriendjes meeneemt, gedronken heeft en zwaar op de cocaïne is, licht ik de politie in.”

Soms gaat hij ook bij ouders op bezoek. Dan vraagt hij waar “hun grenzen liggen” en wat zij doen als hun zoon “daarover heengaat”. Als zij hun kind dan slaan, zal hij zijn handen ook niet thuishouden. “Anders verlies je hun respect.” Niet dat de jongerenwerkers dankbaarheid verwacht of zo. “Vandaag ben je een held, morgen niet. Zo gaat dat.” Met kleine resultaten zijn ze op De Bus al tevreden. Als iemand komt opdagen op een afspraak, mag al van een klein succes worden gesproken.

Dan is het vijf uur. De Bus gaat dicht. Het voetbalspel bleef deze middag onaangeraakt en het vier-op-een-rijspel bleef in de kast. “We zijn nog maar net terug van vakantie', zegt Usmany. “Ze zijn nu weer gewend zichzelf te vermaken.”