Britse en Vlaamse architecten: juweliers in groot

Voor het eerst besteden vier buitenlandse culturele instituten in Amsterdam tegelijkertijd aandacht aan architectuur.

Arcam Galerie: Nicholas Grimshaw 'Waterloo International Terminal', tot 14 okt, di-za 13-17u; Instituto Italiano di Cultura: High-tech in Bologna, tot 11 nov, ma-vr 10-12 & 14-16u. Maison Descartes: Paris - la ville et ses projets', tot 7 okt, ma-vr 10-17u; Vlaams Cultureel Centrum: Jos Bascourt (1863-1927), t/m 30 okt, di-za 10-18u, zo 13-17u.

Bij het Italiaanse Culturele Instituut in Amsterdam wordt door een gemoedelijke, een Italiaans liedje neuriënde man de ronde knop van de tochtdeur met koperpoets bewerkt. De glazen deur van het imposante grachtenhuis is afgesloten en hoewel de bezoeker door een uitnodigend openstaand zijdeurtje in de hal direct naar het souterrain kan afdalen waar een tentoonstelling is te zien van recente industriële high-tech architectuur in Bologna, wil de koperpoetser toch liever eerst het personeel verwittigen van de komst van een belangstellende. Na herhaaldelijk tikken tegen het glas lukt het om de attentie te vangen van een personeelslid aan het eind van een lange, ingetogen geornamenteerde gang. De tochtdeur wordt elektronisch opengemaakt, de schoonmaker straalt tevreden en de bezoeker wordt door het personeel gewezen op het souterrainzaaltje waar hij van buitenaf in alle vrijheid had kunnen binnenlopen.

Zoals Nederlandse culturele instituten in het buitenland - voor zover ze nog bestaan - een beetje Nederland zijn, zo is dat omgekeerd met de buitenlandse instituten in ons land het geval. De toegang tot het Instituto Italiano di Cultura in Amsterdam had niet anders mogen verlopen dan door tussenkomst van de Italiaanse schoonmaker. De expositie laat een reeks foto's en summiere tekeningen zien van recente utitiliteits- en bedrijfsgebouwen in Bologna die inderdaad een uitgesproken high-tech karakter met elkaar gemeen hebben. Alleen het nieuwe districtskantoor van het staatsenergiebedrijf is modern-klassiek opgebouwd uit Bologna-rode baksteen en heeft lange, klassieke gevels met mooie, diepliggende raamseries. Verder zijn het vooral stalen trekstangen, ijzeren loopbruggen, aluminium afvoerbuizen en over donkere glasgevels gespannen, ruitvormige windbrekers die het beeld bepalen. Het zijn gebouwen, of liever gezegd, gladde kleurenfoto's van driedimensionale constructies waar niemand warm of koud van zal worden. Het is natuurlijk niet eerlijk om de recente Bolognese architectuur te beoordelen aan de hand van zo'n povere, totaal onsamenhangende presentatie die uit het hoofd is verdwenen zodra de bezoeker weer buiten gracht staat.

Natuurlijk is het al heel bijzonder dat er gelijktijdig in vier buitenlandse culturele instituten in Amsterdam aandacht wordt besteed aan architectuur. Dat er bij zo'n eerste keer - door haast en onwennigheid omgeven - wordt gegrepen naar bestaande fotocollecties of kant-en-klare panelen is een gebruikelijke gang van zaken. Maar 'Paris - la ville et ses projets' in Maison Descartes is een wel heel erg gemakzuchtige opstelling. Hadden er niet een páár van die talloze aanstekelijke maquettes uit het Arsenal in Parijs - hier zijn de nieuwe plannen permanent te zien - voor enkele weken naar Amsterdam kunnen worden overgebracht? Nu blijven al die overbekende en voor een groot deel al gemeengoed geworden Grote Werken van Mitterrand, zoals La Grande Arch, Le Parc de la Villette, Le Grand Louvre, zo letterlijk plat en vlak op die uitgevouwen kamerschermen. Op deze manier is één blik op de onverwachte Franse binnentuin van Maison Descartes in het hartje van Amsterdam fataal voor de aandacht voor het recent ontworpen Parijs, dat zo onaandoenlijk wordt getoond in de zaaltjes aan de andere kant van de gang.

De kleurrijke, manshoge foto-panelen die in de voorkamer van The British Council nonchalant tegen de muur staan geleund, vertonen details van technisch zeer geavanceerde constructies van de Engelse architect Nicholas Grimshaw (1939) voor onder andere de luchthaven Heathrow, het gebouw van de Western Morning News en het Britse paviljoen op de Expo in 1992 in Sevilla. De terloopse vertoning van Grimshaw's reusachtige roestvrij stalen bloemen, spinnen en insectpoten in de British Council mag en wil geen expositie worden genoemd - ook niet door de medewerkers - en is dan ook niet meer dan een verwijzing naar de eigenlijke Grimshaw tentoonstelling in de Arcam Galerie.

Op een zwevend, reusachtig presenteerblad van golfplaat is in deze kleine ruimte gelukkig een grote collectie constructie-modellen te zien. Grimshaw ontwierp de ingenieuze onderdelen voor de uitbreiding van het oude Waterloo Station in Londen. Het vijfhonderd meter lange 'Waterloo International Terminal' in het centrum van de stad dient als kopstation voor de hogesnelheidstreinen die door de Kanaaltunnel in drie uur uit Parijs komen. De transparante kap overspant vijf sporen en biedt over de gehele lengte vanaf de perrons uitzicht op de stad. De opdracht was om het Waterloo eindstation te ontwerpen als 'het eerste monument van een nieuw spoorwegtijdperk'. Met de constructie-details, de elegante klauwen die de glazen spanten op hun plaats moeten houden, de trekstangverbindingen en de spectaculaire, slangachtige verschijningsvorm die de stationsuitbreiding heeft gekregen, lijkt de technisch begaafde beeldhouwer-juwelier Grimshaw de opdracht naar behoren te hebben uitgevoerd. De spinnewebkernen zijn gegoten volgens een stokoude techniek die in het verleden ook voor de vervaardiging van sieraden werd gebruikt. In schoonheid kunnen de gecompliceerde constructies van Grimshaw wedijveren met de precieuze detaillering van een Zwitsers horloge.

Het Vlaams Cultureel Centrum - dat eigenaardig eldorado met vaak lege ruimtes in het volle hart van Amsterdam - vertoont ook werk van een juwelier in het groot. De fijnzinnige bouwmeester Jos. Bascourt (1863-1927) bewoog zich behendig tussen eclectisme en Art Nouveau en verwezenlijkte veel van zijn overdadig gedetailleerde ontwerpen in Zurenborg, een laat-19de eeuwse buurt van Antwerpen. Waar Grimshaw het uiterlijk van zijn creaties aan de techniek ontleent, liet Bascourt zich leiden door de onbelemmerde vormwil van het behaagzuchtige tijdperk van de neo-stijlen. Het resultaat is een bizarre samenvoeging van rococo-krullen, klassieke zuilen, halfafgemaakte torens, spitse trapgevels, houten vakwerkgevels en ijzeren vorstkammen. De romantische paviljoens die hij voor wereldtentoonstellingen en brouwerijen tekende, lijken voor Hans en Grietje bestemd.

In 1902 ontwierp Bascourt een voor zijn doen opvallend ingetogen huis voor eigen gebruik. De buitengevel is klassiek van opbouw en verfijnd versierd als een gebouw van Schinkel. Foto's en tekeningen van het interieur verraden het het stilistisch interessante ratjetoe waar Bascourt om bekend is geworden. Het is een schok om op de tentoonstelling te ontdekken dat dit monument nog in 1986 is afgebroken.