Beschaafd, maar zeker geen kak

De grootste bijdrage van D66 aan de politieke geschiedenis van Nederland is het concept van de prettige politicus. Na bijna dertig jaar stug volhouden, trainen en bijtijds restylen is de formule zo geperfectioneerd dat de kiezers er in het voorjaar en masse voor vielen. En daardoor zijn de andere Partijen gedwongen de prettige politicus ook in hun gelederen op te nemen.

Van links tot rechts doken ze plotseling op: de aardige, begripvolle mannen en vrouwen met hun frisse oogopslag. Ze hebben niets te verbergen en geven hun mening graag voor een betere. En wat zien ze er allemaal ook prettig uit! Beschaafd, zeker, maar niet te, en zeker geen kak. De vele jonge veertigers onder hen lijken zo weggelopen te zijn uit de najaarscollectie van magazijn De Bijenkorf. Wat ook zo prettig aan hen is is hun taalgebruik. Helder, speels, en soms zelfs een tikkeltje literair met een terloops citaat of een fraaie paradox.

Het resultaat mag er dus zijn: allemaal authentieke mensen bij wie uiterlijk en innerlijk smaakvol harmonieren. Ze zijn te aardig voor een geloof of een overtuiging, maar niet zo aardig dat ze met politiek niets te maken willen hebben. In het gewone leven kom je ze zelden tegen, maar Den Haag ziet er plotseling paars van.

Voor mensen die graag verder denken rijst de vraag of deze restyling van de politiek niet meer is dan een met succes toegepaste cursus marketing. Maken we misschien een historische omwenteling mee die het gezicht van ons landsbestuur tot ver in de volgende eeuw zal bepalen?

Echte sociologen verkondigen graag het laatste. Eindelijk kunnen ze weer eens iets meemaken waaruit blijkt dat de mensenmaatschappij toch enige vooruitgang boekt. Voor deze beroepsgroep, die het wat legitimatie betreft van de maatschappelijke meevallers moet hebben, komt de paarse revolutie dan ook als een geschenk uit de sombere hemel vallen.

Hun blijde boodschap is dat de prettige politicus het langverwachte produkt is van de groeiende onderlinge afhankelijkheid tussen de burgers en hun bestuurders. Na een eeuwenlang proces van steeds verdergaande machtsdeling zitten deze elkaar nu zo dicht op de huid dat ze reuze gevoelig voor elkaar zijn geworden. Het onvermijdelijke machtsspel, dat besturen toch is, kan in zo'n ragfijne relatie slechts met de grootste hoffelijkheid, integriteit en souplesse gespeeld worden. Zo prettig mogelijk dus. Lukt dat niet, en valt er een onvertogen woord of kijkt de een de ander net iets te wantrouwend aan dan spat het zaakje uit elkaar. In dit ontwikkelingsperspectief is paars historisch net zo noodwendig als rood vroeger was.

Gelooft U het? Het kabinet zelf wel. In een interview met deze krant bleek Gerrit Zalm de sociologische visie te omarmen. Volgens hem gaat men in het nieuwe kabinet zo prettig met elkaar om omdat, nu het CDA het bos in is gestuurd "de vanzelfsprekendheid van de macht" weg is. "We zijn van elkaar afhankelijk en niemand heeft echt de macht", zo formuleert Zalm glashelder het sociologisch basisprincipe waarop het succes van paars berust. "Wil je zo'n kabinet in stand houden, dan moet je open en eerlijk zijn en elkaar geen kunstjes flikken. De hele integriteit, de wijze van omgang vind ik het belangrijkste." En wat Zalm vindt, vinden zijn collega's ook want hij verdeelt de centen. In het openbaar verklaren zij om de haverklap het volste vertrouwen te hebben in elkaar en in elkaars bedoelingen. Gezworen kameraden en dat moet iedereen weten.

Dit gezelschap van seculiere heiligen, dat sober en modern, openhartig en gevoelig, de burgers oproept hen te vertrouwen zoals zij zichzelf vertrouwen, zou opgesteld voor het Centraal Station geen enkele indruk maken op de gehaaste reiziger. Maar nu het zo plezierig rondom de Vorstin aan het volk gepresenteerd werd, en het gehele tableau in de weken erna zo rolvast bleek en buitengewoon prettig overkwam bij de audio-visuele pers, is de twijfel gezaaid en bladeren de weinige niet-paarse politici in de Wehkampcatalogus op zoek naar een authentiek stropdasje. Voor de spiegel oefenen zij de blijmoedige oogopslag, en uit hun toespraken schrappen zij samen met hun partner de opmerkingen die misschien niet zo heel prettig klinken.

De gewone burgers worstelen zich intussen door de stampvolle trein. Ze geloven er allemaal geen barst van. Volgens recente tellingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft 91 procent van hen zelfs helemaal de politieke moed opgegeven. En ook de hoop op een zitplaats.