Arbitrage-hof van IOC buigt zich over dopingzaak Bugno

ROME, 24 SEPT. Het Italiaanse olympisch comité (CONI) en de internationale wielrenunie (UCI) leggen de dopingkwestie rond de Italiaanse coureur Gianni Bugno voor aan het arbitrage-hof van het Internationaal Olympisch Comité. De UCI heeft Bugno eind augustus voor drie maanden geschorst nadat hij was betrapt op het gebruik van cafeïne. Het Italiaanse olympisch comité hanteert een strafmaat van twee jaar.

Voorzitter Hein Verbruggen van de UCI en topman Mario Pescante van het CONI meldden gisteren in Rome dat de geschillencommissie van het IOC het probleem van de afwijkende straffen in het geval van Bugno moet oplossen. “Dit hof moet maar over de strafmaat van Bugno beslissen”, lieten beide organisaties in een gezamenlijke verklaring weten. Verbruggen en Pescante verwachten binnen twee maanden uitsluitsel.

Volgens Verbruggen is de verschillende strafmaat een algemeen probleem in de wielersport. “Italië en Bugno vormen niet het enige probleem”, zei de Nederlander. “De dopingreglementen zijn per land verschillend.' Hij verwees naar de positieve controle van Miguel Indurain in de Tour de L'Oise. Indurain werd in mei betrapt op het gebruik van het door de Fransen verboden middel salbutamol. Dat zit in een neusspray tegen astmatische aandoeningen. Bij het IOC en de UCI staat de stof niet op de verboden lijst.

Een voordeel voor Bugno kan zijn dat het IOC nuances in dopingkwesties aanbrengt. Stof en hoeveelheid bepalen de strafmaat. Bugno's schorsing kan gezien de aard van de verboden stof - het gebruik van cafeïne wordt gezien als een licht vergrijp - worden teruggebracht tot drie maanden. De Italiaan heeft overigens beroep aangetekend tegen het Italiaanse vonnis. De zaak van de oud-wereldkampioen (1991 en 1992) komt op 11 oktober opnieuw voor. (Reuter)