Zijn er hier ook gitaarspelers; Todd Rundgren, de eerste interactieve popster

De Amerikaanse popmuzikant Todd Rundgren maakte dit jaar als eerste een interactieve cd. Onder de naam TR-i geeft hij nu ook interactieve concerten. “Muziek wordt weer zoals oorspronkelijk bedoeld: elke keer uniek en aanpasbaar aan veranderende tijden en persoonlijke omstandigheden,” zegt de muzikant, die vanavond in Amsterdam optreedt.

TR-i treedt vanavond op in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

Het leven van een popmuzikant is zwaar. “We kwamen hier om drie uur vannacht aan,” zegt Mary Lou Arnold, de tourmanager van Todd Rundgren, door de telefoon. “En toen moest ik nog een restaurant voor Todd vinden. Om half zes was het bedtijd en we zitten in een verschrikkelijk hotel. Bovendien heeft Todd griep. Nee, voorlopig kunt u hem niet spreken.”

Ik ben naar Modena, een stadje in Noord-Italië, gegaan om de Amerikaan Todd Rundgren (Philadelphia, 1948) uit te horen over interactieve muziek. Rundgren heeft met het begin dit jaar verschenen No World Order als eerste een cd-i gemaakt die de luisteraar de gelegenheid geeft de muziek naar zijn hand te zetten. Die kan bijvoorbeeld opgeven dat hij een droevige, snelle, sobere of vrolijke versie wil en krijgt dan een uitvoering van de cd te horen die aan deze criteria voldoet.

Op No World Order neemt Rundgren, zoals op veel van zijn platen zonder zijn band Utopia, alle instrumenten voor zijn rekening, maar het is zeker niet zijn beste cd. Vormen veel van zijn vroegere platen, zoals A Wizard A True Star met hun mengeling van weemoedige ballads, musicalachtige liedjes, covers van soulnummers en synthesizer- en gitaarrocknummers een fontein van sprankelende ideeën, No World Order is door de overheersing van gecomputeriseerde toetseninstrumenten eenvormiger en lomper.

Todd Rundgren of TR-i zoals hij zich tegenwoordig noemt, maakt nu een Europese tournee met interactieve concerten, de eerste ter wereld volgens de concertpromotor. Het is niet duidelijk wat men zich bij een interactief concert precies moet voorstellen; het enige dat vast staat is dat het publiek er een rol in speelt.

Uiteindelijk beland ik om acht uur met Todd Rundgren op een kamer in het Gran Canal Hotel, de Modenese tegenhanger van het Amstel Hotel in Amsterdam. Hij zit zichtbaar grieperig op bed, gekleed in een rood-blauw houthakkershemd, een t-shirt en een zwarte sportbroek. 'Sex please', staat er in witte koeieletters op het broekje.

Het is wonderlijk hoe weinig vat de tijd op sommige mensen krijgt. Rundgren ziet er nog bijna precies zo uit als 25 jaar geleden, toen zijn muzikale carrière begon. Zijn nu weer modieuze haar is nog altijd lang, sliertig en gedeeltelijk geverfd, wit dit keer. Alleen is zijn merkwaardig langwerpige hoofd wat dikker geworden, maar dat heeft nauwelijks iets veranderd aan zijn melancholieke voorkomen.

Reconstructies

Het lag voor de hand dat Rundgren als eerste met een muzikale cd-i zou komen. Hij is geobsedeerd door techniek en geluid. Als producer van The New York Dolls, Hall & Oates, Meatloaf, Patti Smith, XTC en talloze andere groepen hield hij zich nog in, maar op verschillende van zijn eigen platen buitte hij de mogelijkheden van de studio tot het uiterste uit. Faithful uit 1976 bevat bijvoorbeeld zo precies mogelijke reconstructies van beroemde nummers, zoals 'Good Vibrations' van The Beach Boys en 'Strawberry Fields Forever' van The Beatles. En op het wonderlijke A Capella uit 1985 heeft Rundgren helemaal afgezien van het gebruik van instrumenten: voor alle geluiden diende zijn eigen stem als basis.

U noemt uzelf nu TR-i. Is deze naamsverandering net zo serieus als die van Prince?

“O nee, helemaal niet. Het is niet zo dat ik afzie van mijn oorspronkelijke naam. Ik doe nu alleen iets dat een interactieve component heeft en dat wil ik met deze naam duidelijk maken. Dat sluit niet uit dat ik ook dingen zal doen die niets te maken hebben met interactiviteit.”

U bent niet de enige popmuzikant die met interactiviteit bezig is. Prince heeft zojuist een cd-i uitgebracht, en al eerder deden Peter Gabriel, The Residents en Bon Jovi het. Wat is het verschil tussen uw cd-i en die van de anderen?

“De andere cd-i's zijn voornamelijk visueel. Meestal vormen ze een soort doolhof, waarin men op biografische of muzikale gegevens van de maker stuit. Dat bevredigt natuurlijk de nieuwsgierigheid, maar elke keer als je naar een bepaald punt in dat doolhof gaat, zie en hoor je hetzelfde. Dus wanneer je de cd-i één keer helemaal hebt doorgeploegd, waarom zou je er dan nog een keer doorheen gaan?

“Ik ben niet zo geïnteresseerd in het laten zien van baby-foto's. Ik wil het aantal muzikale opties vergroten. Met No World Order kun je elke keer een andere ervaring opdoen. Mijn standpunt over interactieve muziek is: 'houd de mogelijkheden altijd open'. ”

No World Order werd gepresenteerd als een database van honderden stukjes muziek, waarmee de luisteraar zelf aan de slag kon. Het werd voorgesteld alsof hij zelf kon gaan componeren. In de praktijk vond ik de mogelijkheden nogal beperkt. Veel meer dan het aangeven van voorkeuren voor bepaalde stemmingen en tempo's was niet mogelijk.

“No World Order is bedoeld als een luisterervaring, niet als een bouwpakket voor componisten. Het is technisch heel goed mogelijk om de luisteraar toegang te geven tot de 933 stukjes muziek waaruit de cd-i bestaat. Maar stel je voor wat er dan gebeurt. Je gaat ze eerst alle 933 afluisteren om ze vervolgens in een bepaalde volgorde te zetten. Maar hoe moet je je herinneren hoe nummer 401 of 102 klonk? En hoe vind je ze terug? Het is extreem moeilijk om zoveel muziek te onthouden.

“Er zal wel een kleine categorie mensen bestaan die al die 933 stukjes muziek wil afluisteren om ermee aan de slag te gaan. Maar de meesten hebben bij nummer 100 al hun belangstelling verloren. Het grootste deel van de luisteraars heeft een niet erg verfijnde kennis van muziek en kent de terminologie van de muzikanten niet. Voor hen is een nummer gewoon een liedje. De meeste mensen willen niet teveel op knoppen drukken, ze willen worden geholpen. We gaan de volgende cd-i dan ook eerder eenvoudiger dan complexer maken.”

Een ander bezwaar van No World Order vind ik dat de cd-i zo mechanisch klinkt.

“Het grootste probleem waren de technische beperkingen wegens een tekort aan computercapaciteit. Hierdoor konden we alleen kant en klare stukjes muziek aan elkaar voegen zonder overlappingen. De meeste muziek kent overlappingen, wanneer bijvoorbeeld alle instrumenten de downbeat accepteren maar de vocalist juist iets voor de beat zingt. Maar we hebben nu een techniek ontwikkeld waarmee we bijna iedere muziek interactief kunnen maken. Aan de volgende cd-i kan ik dan ook op een conventionelere manier werken. Ik hoef er niet meer zozeer aan te denken of de muziek na voltooiing ook manipuleerbaar is.”

Door interactiviteit verliest het kunstwerk zijn onaantastbare karakter. Veel kunstenaars zullen hierin weinig heil zien, ze zullen vinden dat hun kunstwerk niet verbeterd kan of mag worden.

“Muzikanten zullen natuurlijk altijd zeggenschap houden over de vraag in hoeverre hun werk veranderd mag worden. Maar het is nu eenmaal zo dat je vaak alleen een gedeelte van een nummer goed vindt. Dan heeft de artiest een keuze: óf hij geeft het publiek alles of niets óf hij staat toe dat het een deel van zijn song, bijvoorbeeld het refrein, gebruikt. Ik denk dat de meeste musici uiteindelijk liever willen dat hun werk onder bepaalde omstandigheden wordt gehoord dan helemaal niet.

“Het idee dat een muziekstuk iets onaantastbaars is, is van vrij recente datum. Het is pas onstaan in de tijd dat iedereen gefixeerd raakte op opgenomen muziek die op plaat werd uitgebracht. Voor deze periode was alle muziek uniek. Iedere keer als iemand een muziekstuk uitvoerde, was het anders. Niemand verwachtte dat elke uitvoering precies hetzelfde zou zijn. Pas met de komst van de opgenomen muziek is men gaan denken dat een bepaalde uitvoering de enige manier was waarop een muziekstuk kon klinken.

“Het idee dat muziek in een ideale vorm bestaat, is niet op de werkelijkheid gebaseerd. Musici nemen arbitraire beslissingen over hun muziek. Popliedjes worden zelden lineair geschreven; er is bijna geen muzikant die bij het schrijven met de eerste noot begint en eindigt met de laatste. Nee, eerst wordt er bijvoorbeeld een leuk refrein verzonnen en daar wordt dan een aardig couplet bij bedacht. En bij de opnamen worden veel beslissingen op het allerlaatste moment intuïtief genomen. Muziek is een kwestie van willekeur en niet van onvermijdelijkheid.

“Met de cd-i keren we nu terug naar een fase waarin de gebruikers de muziek, na de opname van het zogenaamde meesterwerk, weer kunnen veranderen door er een andere mix van te maken of het op een andere manier te stileren. Muziek wordt weer zoals oorspronkelijk bedoeld: elke keer uniek en aanpasbaar aan veranderende tijden en persoonlijke omstandigheden.”

Woodstock 3

De tourmanager komt binnen en maakt een time-out-gebaar. Het is tijd om naar het optreden te gaan, dat over een kwartier zou moeten beginnen. Als compensatie voor het ultra-korte interview, mag ik met TR-i meerijden naar de 'arena degli spectacoli' aan de rand van de stad. TR-i zal daar een gratis interactief concert geven op het jaarlijkse festival van L' Unità, de vroegere communistische krant. De ironie dat de prediker van de No World Order in de arm is genomen door een handlanger van de oude wereldorde is niet aan Todd Rundgren besteed. Met meer instemming leest hij de tekst voor die tegenover de ingang van het hotel op de muur staat gekalkt: “Guns 'N' Roses are fucking businessmen.”

Twee taxi's voor zeven personen blijken te krap, maar grootmoedig neemt TR-i samen met twee van zijn drie danseressen genoegen met een plaats op de achterbank en ik mag voorin naast de chauffeur zitten. Van een gesprek komt het tijdens de rit door de stromende regen niet meer. Rundgren zingt mee met de liedjes van AC/DC en Brian Ferry die op de autoradio zijn te horen en als we het omheinde festivalterrein naderen, zegt hij: “Looks like a surreal field to me.”

En inderdaad, de stromende regen, het hel verlichte festivalterrein, de snelwegen en de rood geschilderde schuttingen die zijn voorzien van ouderwetse, gele hamers en sikkels doen onwerkelijk aan. Het festival blijkt een reusachtige verzameling restaurants, kermisattracties, loterijen, auto-toonruimtes en tentoonstellinkjes over aids, milieuvervuiling en andere hedendaagse onderwerpen. De veelbelovend klinkende Arena der Spektakels bevindt zich in het midden van het rechthoekige terrein. “Het ziet eruit als Woodstock 3,” merkt Rundgren op. Maar behalve het feit dat het grasveld is veranderd in een moeras, doet niets hier denken aan de twee miljoenenfestivals: er zijn niet meer dan een stuk of veertig Italianen komen opdagen. Ze hebben zich onder een veel te klein, inderhaast opgetrokken tentdakje verzameld rondom een stalen-buizenconstructie in de vorm van een iglo. Tussen drie aluminium bogen is een cirkelvormig podium gehangen. Bovenaan, waar de bogen elkaar ontmoeten, hangen tientallen beeldschermen. Op ooghoogte zijn toetsenborden, een stuk of vijf trommeltjes en zwarte apparatuur met veel knoppen aangebracht. Ook twee gitaren staan voor het grijpen en aan lange sprieten die uit het ruimteschip steken hangen opblaashaaien en -skeletten en twee videocamera's.

Rundgren laat zich niet uit het veld slaan door de bizarre omstandigheden en nadat de drie danseressen zich in een tent in aandoenlijke roodfluwelen pakjes hebben gehuld, banen de vier zich door de bagger een weg naar het ruimteschip. “Er is tenminste nog iemand gekomen,” zegt Rundgren, gekleed in dezelfde kleren als in het hotel, en drukt op een knop. Er klinkt muziek, maar pas als Rundgren begint te zingen herken ik het openingsnummer als 'International Feel' van de lp A Wizard A True Star uit 1973, zo grondig heeft Rundgren de plaatuitvoering herzien.

Rundgren legt de regels uit: rood licht betekent dat het podium alleen voor hem is, geel licht dat de danseressen er bezit van mogen nemen en groen dat het publiek het mag betreden. En o ja, als de videocamera's naar beneden komen, mag het publiek zelf gaan filmen.

Gedurende de eerste nummers gebeurt er niets interactiefs. Pas bij het derde liedje mag het publiek het podium betreden. “Zijn er hier ook gitaarspelers?” vraagt Rundgren. Er blijken vijf doorweekte gitaarhelden te zijn en ze mogen allemaal op Rundgrens blauwe gitaar spelen, terwijl de computerbegeleiding doorgaat. Als ze hun krukkige solo's hebben voltooid, slaan ze Rundgren hard op de schouder en krijgen ze condooms cadeau. Later mogen de drummers onder het publiek zich uitleven. Bij het vierde nummer, nieuw en waarschijnlijk 'Move Around' hetend, moet het publiek op het podium rondlopen. Dit wil niet zo lukken en daarom geeft Rundgren zelf het goede voorbeeld.

Verzoeknummers

Halverwege het concert, wanneer Rundgren de computerbegeleiding uitzet en zijn eigen gezang alleen met een akoestische gitaar begeleidt, neemt de interactiviteit nog primitievere vormen aan. Iemand in het publiek roept om het nummer 'Love Of The Common Man' en Rundgren speelt het. Een ander vraagt om weer een oud nummer, 'Can We Still Be Friends', Rundgren zegt 'Show some mercy, please', maar zingt het toch. Ondanks de griep, de regen, de kou en de geringe publieke belangstelling is Rundgren in goede doen. Zeker, hij mist heel wat noten, maar het is ontroerend om te zien hoe hij zich voor veertig natte Italianen uitslooft. En het roepen om verzoeknummers mag dan een weinig revolutionaire vorm van interactiviteit zijn, eigenlijk is het wel de mooiste.

Zelfs tot het geven van toegiften is Rundgren bereid, al moet hij bekennen dat hij zich sommige verzoeknummers niet meer herinnert. Als hij zich aan het gevraagde en in deze communistische omgeving goed passende 'Honest Work' waagt, raakt hij bij het tweede couplet de draad kwijt. Een Italiaan zingt een paar regels voor, maar Rundgren antwoordt dat dat het vierde couplet is. Tenslotte schieten hem de juiste regels weer te binnen en zingt hij het lied vlekkeloos verder.

De veertig Italianen vinden het prachtig. Allemaal willen ze met Todd op de foto, ze omhelzen hem, en Rundgren omhelst hen, geeft handen en deelt handtekeningen uit. Ik wil hem nog vragen of deze eenvoudige vorm van publieksparticipatie nu werkelijk alles is wat het eerste interactieve concert aan interactiviteit heeft te bieden of dat de omstandigheden hiertoe dwongen, maar de enthousiaste Italianen staan in de weg. Voor ik het weet, zit TR-i met zijn tourmanager in een Fiat, op weg naar Perugia waar hij ongetwijfeld weer laat zal aankomen.