Vrouwen in Tilburg door schaakliefhebbers genegeerd; 'We zijn gewoon niet zo goed'

TILBURG, 23 SEPT. Nu de oorspronkelijke honderdtwintig deelnemers aan het Interpolis knock-out toernooi zijn uitgedund tot acht, wordt het steeds moeilijker om de negen schaaksters te negeren die tegelijkertijd in dezelfde ruimte hun kandidatentoernooi afwerken. Wie als bezoeker de speelzaal betreedt moet zelfs op zijn tenen gaan staan om over de hoofden van de schakende vrouwenheen een glimp op te vangen van publiekstrekkers als Karpov en Ivantsjoek. Toch kan ook deze prominente opstelling niets veranderen aan het feit dat de belangstelling voor het vrouwentoernooi, dat een uitdaagster voor wereldkampioene Xie Jun moet opleveren, vrijwel nul is.

Zsuzsa Polgar, de uitgesproken favoriet voor de eerste prijs van twaalfduizend Zwitserse Francs, haalt berustend haar schouders op. “Het is spijtig, maar voor mij staat het resultaat toch voorop.” Het oudste Polgar-zusje doet voor de tweede maal een serieuze gooi naar de wereldtitel, een ereprijs die in de oorspronkelijke Polgar-filosofie werd versmaad. Laszlo Polgar ging er steeds vanuit dat zijn drie dochters alleen optimaal tot ontplooiing konden komen als ze de zwakke vrouwencompetities links lieten liggen. Nu de ontwikkeling van Zsuzsa stagneert en zij overvleugeld is door haar jongste zusje Judit, liggen de kaarten blijkbaar anders. De eerste poging liep verleden jaar mis. In Monaco liet Zsuzsa in de finale van de kandidatenmatches Ioseliani vanuit een hopeloze achterstand terugkomen en verloor uiteindelijk toen een rouletteballetje in het casino de beslissing bracht. Voorlopig verloopt het toernooi volgens plan, hoewel ze het nog veel te vroeg vindt om te juichen. “De belangrijkste tegenstander in de komende ronden zal ik zelf zijn. Het loopt goed, hoewel mijn nederlaag tegen Tsjiboerdanidze niet gepland was.”

Lachend gaat ze de vraag uit de weg of er in huize Polgar een plan is ontwikkeld waarin Zsuzsa de wereldtitel bij de vrouwen moet veroveren om die vervolgens op het spel te zetten tegen Judit. Die negeert het damesschaak, maar is wel overduidelijk de sterkste schaakster ter wereld. “Laat ik stap voor stap gaan. Eerst zal ik me hier moeten zien te kwalificeren.” Hetzelfde antwoord wordt gegeven door een opmerkelijke anonieme gast in Tilburg, niemand minder dan Judit Polgar zelf. De 18-jarige Judit wil om te beginnen alleen maar vriendelijke woorden zeggen over de organisatie, een samenwerking tussen de Tilburgse verzekeraar en de in Monaco gevestigde Association Max Euwe. Daarna maakt ze er geen geheim van dat een kandidatentoernooi als nevenactiviteit eens te meer bewijst dat vrouwenschaak geen bestaansrecht heeft. “Ik heb een beetje met ze te doen dat zelfs zo'n toptoernooi niet aanslaat. Het betekent zoveel voor de speelsters, maar spreekt het publiek helemaal niet aan. Dat is als een acteur die zijn best staat te doen voor twee toeschouwers.”

Judits overtuiging dat vrouwenschaak geen zin heeft omdat je alleen maar beter wordt als je zo sterk mogelijke tegenstanders hebt, wordt niet onvoorwaardelijk gedeeld door twee van de belangrijkste concurrenten van haar zus. Ex-wereldkampioene Maja Tsjiboerdanidze en Nana Ioseliani zien wel degelijk de zin in van aparte wedstrijden. Hoewel ook zij het betreuren dat hun toernooi als een ondergeschoven kindje wordt behandeld. Beiden zijn representanten van het legendarische Georgische vrouwenschaak dat tot volle bloei kwam nadat hun landgenote Gaprindasjvili in 1962 de wereldtitel behaalde. Twee jaar geleden leidden zij het Georgische team nog naar goud op de Olympiade in Manila. Tsjiboerdanidze blijft volstrekt onduidelijk over de vraag hoe ambitieus zij nog is om de hoogste titel te heroveren. Vragen voorziet ze sowieso zelden van een zinnige reactie. Liever lacht ze vrolijk over haar nietszeggende antwoorden. Zo kan ze ook geen duidelijkheid verschaffen over de hoofddoek die al tot zoveel speculaties heeft geleid. Of ze plannen heeft in het klooster te gaan? Luid lacht ze. “Daar kan ik nu niets over zeggen. Soms is het koud en soms niet, weet je.”

Ioseliani vertelt dat haar landgenote inderdaad ijverig Georgisch Orthodox is, en moet ook lachen als de ambities van Tsjiboerdanidze ter sprake komen. Zelf raakte ze alle plezier in het schaakspel kwijt na haar vernietigende WK-verlies tegen Xie Jun eind verleden jaar. “Drie maanden raakte ik geen stuk aan en wilde ik er eigenlijk de brui aan geven.” Nu gaat het wel weer. Over de ondergeschikte plaats van het vrouwenschaak is ze kort: “Tsja, we zijn gewoon minder goed.”

Een uitgebreidere karakteristiek van de verschillen tussen schakers en schaaksters wordt gegeven door Juan Bellon, een Spaanse meester die als echtgenoot en secondant van Pia Cramling aanwezig is. “Vrouwen zijn theoretisch zwakker, ze studeren niet graag. Zo bereid ik de openingen voor Pia voor. Zij bekijkt vervolgens mijn bevindingen.” Vrouwen zijn daarentegen volgens Bellon wel veel intenser geconcentreerd. En ze trekken het zich veel sterker aan als ze verliezen. “Zsuzsa Polgar en Ioseliani zag je nadat ze verloren hadden met wallen onder hun ogen aan het ontbijt verschijnen. Zelfs als ik met Pia snelschaak weet ik dat ze niet graag verliest. Daarom verlies ik meestal. Mij maakt dat niet zo veel uit. Ik ben liever gelukkig.”