Verklarend woordenboek van de Nederlandse politiek

Tijdens de Algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer verzocht de fractievoorzitter van GroenLinks, Paul Rosenmöller, premier Kok woensdag om de termen “inactieven” en “actieven” niet meer te gebruiken. GroenLinks vindt dat die terminologie geen recht doet aan al die mensen die leven van een uitkering maar niettemin bijzonder actief zijn, bijvoorbeeld in het vrijwilligerswerk. GroenLinks vindt het daarom correcter om te spreken van mensen mét baan en zij die níet een baan hebben. Degenen die vermoeden dat Rosenmöllers ingreep mede werd ingegeven door een streven naar duidelijke taal vergissen zich: hij wil slechts het ene jargon door het andere vervangen (“opschonen”). Zo moet de verhouding tussen degenen die niet een baan hebben en zij die wel een baan hebben van hem in het vervolg de 'n.b.-ratio' heten.

Ondertussen lijkt ook SP-leider Marijnissen aangetast door het Haagse taalvirus. Hij stelde gisteren voor niet langer te spreken over “werkgevers” omdat dat een eufemisme is, maar het gewoon weer te hebben over “de bazen”, ook wel “het Kapitaal”. Dat zijn eigen woordenschat echter wel degelijk is besmet, bleek op een ander moment toen Marijnissen het had over “de sociaal-culturele segregratie” in de oude wijken van de grote steden. Hij bedoelde natuurlijk gewoon “de klassenstrijd”.

Andere termen die toelichting vereisen zijn:

Amerikaans, bn. -e, In: “We moeten oppassen voor Amerikaanse toestanden.” (Marijnissen) Betekent: (volgens Bolkestein) Het Wilde Westen op sociaal gebied.

Bier, zn. (o.) -en, In: “Dat is klein bier” (Bolkestein) Betekent: 260 Miljoen gulden.

Elektronisch, bn. -e, In: “Eind 1994 zal u een nationaal actieplan bereiken, gericht op proefprojecten van overheid en bedrijfsleven op het terrein van zogenoemde elektronische snelwegen.” (troonrede) Betekent: De tijd nadert dat koningin Beatrix niet meer per Gouden Koets naar de Ridderzaal gaat maar per modem naar de huiskamer.

Instaatheid, zn. (v.) g.mv., In: “Dat vereist een bereidheid en een instaatheid.” (Kok) Betekent: Het kabinet-Kok bezuinigt in ieder geval niet op de toepassingsmogelijkheden van het affix '-heid'.

Mannelijkheid, zn. (v.) -en, In: “Ik ben het niet gewend dat in deze Kamer aan mijn mannelijkheid getwijfeld wordt.” (Wallage) Betekent: Dat het onduidelijk blijft waar dat dan wél gebeurt.

Norm, zn. (m. en v.) -en, In: “Wat is de sociale norm van dit kabinet.” (Rosenmöller) Betekent: Het verschil tussen 10.000, 40.000, en 60.000 banen voor langdurig werklozen.

Opschonen, ww, schoonde op, opgeschoond, In: “De minister-president was het eens over het opschonen van het jargon.” (Rosenmöller) Betekent: Verbale zuiveringen doorvoeren.

Plus, zn. (m.) -sen, In: “Er moet per saldo een plus uit de bus komen.” (Wolffensperger) Betekent: Een pin op de min.

Speelveld, zn. (o.) -en, In: “Ik verplaats me nu even op uw speelveld.” (Kok) Betekent: Wat ik nu ga zeggen is verder niet relevant.

Structureel, bn., In: “Ik ga er vanuit dat het kabinet zal werken aan een structureel sociaal gezicht.” (Heerma) Betekent: Van het CDA mag het beleid best incidenteel asociaal zijn.

Tand, zn. (m. en v.) -en, In: “Voor die mensen geldt zeker dat als de tandarts uit het ziekenfonds gaat, het écht een paar tandjes minder wordt.” (Rosenmöller) Betekent: Dat de afstand tussen de Kamerleden van GroenLinks en ziekenfondspatiënten groeit.

Termijn, zn. (v.) -en, In: “U heeft nu geen termijn”. (Deetman) Betekent: Houdt uw mond en gaat zitten.

Tippelen, ww. tippelde, getippeld, In: “Als de lonen gaan tippelen gaan ook de uitkeringen tippelen.” (Kok) Betekent: Vormen van prostitutie die dit kabinet niet gedoogt.

Vader, zn. (m.) -s, In: “De vader is blijkbaar de wens van de gedachte.” (Vogelaar, FNV) Betekent: De gedachte van de wens is blijkbaar de vader.