Van Damme kreeg van CRI waarschuwing

ROTTERDAM, 23 SEPT. Rechercheurs van het Interpol-fraudeteam in de Nigeriaanse havenstad Lagos hebben J. van Damme begin 1991 laten weten dat hij en zijn dochter Jacky slachtoffers dreigden te worden van een bende 'niets ontziende criminelen'.

Dat blijkt uit het vertrouwelijke CRI-rapport over Van Damme, in januari 1993 opgesteld op verzoek van het ministerie van buitenlandse zaken. Ze waarschuwden hem uit de buurt te blijven van wat omschreven werd als “deze grote groep zware misdadigers die tot alles in staat zijn”. De Nigeriaanse afdeling van Interpol bleek vervolgens zelf niet bij machte de bende op te rollen.

Toen het CRI-verslag werd opgesteld zat de van oorsprong Nederlandse zakenman 15 maanden in de Singaporese gevangenis wegens drugssmokkel. Het verslag maakt deel uit van een dossier dat door de CRI over de Van Damme is samengesteld en begin vorig jaar ook aan de advocaat van Van Damme in Singapore is gestuurd. Die heeft er in zijn verdediging echter geen gebruik van gemaakt.

Van Dammes dossier bevat volgens de Nederlandse advocaat mr.G.Spong ook een door de rechtbank Haarlem in februari 1991 uitgesproken vonnis wegens smokkel van marihuana. Van Damme werd toen veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf.

Het verslag van de CRI bevat onder meer een opsomming van schimmige en gevaarlijk genoemde contacten die Van Damme had met Nigeriaanse criminelen.Die waren ontstaan nadat hij en eerder ook zijn dochter voor enkele tienduizenden guldens waren opgelicht door deze misdadigers. In het najaar van 1990 waarschuwde Van Dammes dochter de CRI dat de bende in Nederland actief zou worden. In januari 1991 werd Van Damme zelf gehoord door de CRI over de fraude. Hij kwam daarop met enkele verhalen over andere berovingen en oplichterijen. Uit het verslag blijkt niet dat Van Damme is gebruikt om inlichtingen te verzamelen.

In het rapport wordt echter wel het woord “samenwerking” gebruikt in de beschrijving van de contacten tussen de rechercheur C. Schep en Van Damme. “Voor wat betreft de bestrijding van de criminelen was hij naar mijn mening wel eens onvoorzichtig en naief”, concludeert Schep. Het lijkt hem daarom niet ondenkbaar “dat hij door Nigeriaanse criminelen is misleid in de zaak waarvan hij nu wordt verdacht”.

Op grond van de in 1991 door Van Damme verstrekte inlichtingen is Schep drie maanden later naar Lagos gereisd voor overleg met Interpol. Hij heeft Van Damme toen aangeraden uit de buurt van de criminelen te blijven, maar de zakenman zei te verwachten dat men hem niet met rust zou laten. “Ongeveer een maand later had ik weer contact met hem en hij vertelde me dat hij ernstig ziek was geweest en dat een vergiftiging was geconstateerd. Van Damme maakte op mij een bange en bezorgde indruk”, aldus Schep.

De Nigeriaanse bende is nooit gepakt. De CRI-medewerker zegt hierover: “Hoewel de samenwerking met Van Damme uiteindelijk niet heeft geleid tot de veroordeling van een groep criminelen in Nigeria is zijn informatie van groot belang geweest om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de door Nigerianen geplegde criminaliteit”.