Spoedcursus in het oeuvre van Herman van der Horst

Voetnoten bij een oeuvre, Ned.3, 23.14-23.56u.

Zelf komt Herman van der Horst, de documentarist die tijdens het Nederlands Film Festival terecht weer in het volle licht wordt geplaatst, maar één keer aan het woord in de documentaire die Hans Keller over hem maakte. Helemaal aan het eind, na een paar beelden uit Toccata (1968), is er opeens een fragment uit een statisch tv-interviewtje waarin Van der Horst met zachte stem vertelt wat zijn volgende film zal worden. Hij staart, onder zijn weerbarstige haardos, strak in de verte. Kennelijk zag hij de beelden al vóór zich. Maar hij stierf korte tijd later. Bij wijze van climax sluit Keller zijn hommage af met een close-up van de organist Feike Asma uit Toccata, die met een intens gespannen gezicht het slotakkoord uit de toetsen perste. Op zijn minst moet Van der Horst in de musicus veel van zijn eigen passie hebben herkend, lijkt Keller te suggereren.

Hans Keller maakte met Voetnoten bij een oeuvre, vanavond te zien bij de NOS, een dienende documentaire die tevens dienst kan doen als een handzame inleiding voor wie nog onbekend is met Herman van der Horst. Uit alle twintig films die Van der Horst gedeeltelijk of geheel eigenhandig maakte, is minstens één fragment verwerkt. Dat was, voor een overtuigend kunstenaarsportret, misschien niet nodig geweest, maar als spoedcursus in 's mans oeuvre is het uiterst functioneel. De authentieke fragmenten worden gelardeerd met uitspraken van ooggetuigen en deskundigen, van wie Margreet van der Horst-Heemskerk, weduwe van de filmer, verreweg de meest aansprekende is. Met het enthousiasme dat ook haar man moet hebben gekenmerkt, haalt ze herinneringen op aan het naar monomanie neigende perfectionisme dat hij nastreefde.

Van enkele anderen, onder wie de architectuurhistoricus Ed Taverne en de kunsthistoricus Gary Schwartz, is de rol minder duidelijk. Taverne kan precies herkennen welke kerktorens Van der Horst filmde, en Schwartz noemt de romantiserende film Amsterdam (1964) “een vrij gevaarlijke historische verdraaiing”. Interessanter was wellicht geweest om van iemand te horen hoe Van der Horst zich in de jaren zestig ontwikkelde: van een filmer die middenin het naoorlogse leven stond tot een man die het straatrumoer liever de rug toekeerde en de verstilling zocht van muziek en zeventiende-eeuwse architectuur.

Dat de documentaire van Keller dezer dagen niet alleen in Utrecht draait, maar ook meteen al op de televisie wordt uitgezonden, mag een gelukkig voorbeeld heten van coördinatie tussen het festival en - in dit geval - de NOS. Bij alle artikelen die de afgelopen dagen over Van der Horst zijn verschenen, vormt deze uitzending een goede illustratie.