Software-land India nog geen gevaar voor Westen

ANTWERPEN, 23 SEPT. 's Werelds computerprogrammatuur komt voor 80 procent uit de Verenigde Staten en dat verandert voorlopig niet. Wie een verschuiving ten gunste van het Verre Oosten voorziet, met name India, overschat het potentieel daar.

Dat zegt Umang Gupta (44), oprichter en eerste man van softwarefabrikant Gupta Corporation. De inmiddels tot Amerikaan genaturaliseerde Indiër bouwde vanaf 1983 vanuit het Californische Menlo Park een softwarebedrijf op waarvan de jaarlijkse groei de afgelopen vijf jaar nooit onder de 50 procent kwam. Over 1993 werd 5,6 miljoen dollar netto winst behaald op 56 miljoen dollar omzet.

Analisten voorzien aanhoudende groei; Gupta zelf acht vertienvoudiging van zijn omzet haalbaar. Zijn werkgebied - de ontwikkeling van client/ server software (die pc's in staat stelt maximaal te profiteren van hun samenwerking in een netwerk) - behoort tot de snelst groeiende in de automatisering.

Gupta, dezer dagen in Antwerpen om met Europese afnemers te confereren, geldt als boegbeeld van een van India's voornaamste exportsuccessen: software-ontwikkeling en automatiseringsdienstverlening. De laatste jaren registreert India telkens 30 tot 40 procent exportgroei in deze sector.

Hoewel die uitvoer vorig jaar met een geschatte waarde van 225 miljoen dollar in mondiale termen weinig voorstelde, kent de Indiase regering de automatiseringssector een belangrijke rol toe in de economische ontwikkeling van het land. Ze wijst daarbij op het gigantische reservoir aan mensen met een technisch-wetenschappelijke opleiding, die bovendien het Engels machtig zijn. Volgend jaar zou het land al meer dan 200.000 'software professionals' tellen met een graad op HBO- en academisch niveau in technische en computerwetenschappen. “In combinatie met de hoge kwaliteit van Indiase software en de relatief lage personeelskosten biedt dit India zeer goede mogelijkheden op de wereldmarkt”, heet het in een overheidsrapport.

Dat dit optimisme niet gespeend is van werkelijkheidszin, blijkt uit het feit dat de KLM vorig jaar overwoog een deel van zijn geautomatiseerde administratie over te hevelen naar India. Tot voorbeeld strekte Swissair, dat in Maleisië automatiseringspersoneel vond dat even bekwaam maar veel goedkoper de administratie bijhoudt dan in Zwitserland mogelijk is. BSO/ Origin, Nederlands tweede softwarehuis, heeft al enkele jaren een 'software-fabriek' in India.

Het voornemen van de KLM, dat overigens niet werd uitgevoerd, leidde tot felle reacties. Toenmalig minister van economische zaken Andriessen toonde zich bezorgd over de overheveling van dit soort werk naar lage-lonenlanden. Nederland zou zich hiertegen moeten wapenen, aldus de minister, door ingrijpende maatregelen om produktiekosten en collectieve lasten te verlagen. De vakcentrale FNV voorzag het verlies van tienduizenden banen in Nederland. “Een kwalijke zaak”, aldus voorzitter Stekelenburg. De bond zag wel iets in de suggestie van dr. A. van der Zwan, orakel over industrie- en technologiebeleid, werk binnen de landsgrenzen te houden via 'tijdelijke vormen van protectionisme'.

Toch hoeft de soep in Nederland, wat Gupta betreft, niet zo heet te worden gegeten als ze wordt opgediend. Want als het gaat om hoogwaardige dienstverlening in de automatisering en om een vooraanstaande positie in software-ontwikkeling, dan zijn lage loonkosten niet meer zo'n belangrijke factor. En dan is grootscheepse verschuiving van hoogwaardig werk naar India niet meer zo'n realistische optie.

Gupta kan het weten; weliswaar besloot hij in 1977 zich definitief in de VS te vestigen, maar de banden met het moederland zijn hecht gebleven. Gupta heeft er zelf kunnen vaststellen dat in Bangalore en Bombay in hoog tempo programming shops van de grond zijn gekomen die voor veelal Westerse opdrachtgevers software schrijven. Overheidsinitiatieven om bureaucratische barrières te slechten en fiscaal gunstige handelszones te creëren hebben ook een gunstig effect op de positie van de lokale informaticasector.

“Dynamisch is het zeker”, zegt Gupta, “maar bedreigend voor het Westen? Dat geloof ik niet.” Hij constateerde namelijk ook dat het grootste deel van de Indiase export van automatiseringsdiensten niet bestaat uit activiteiten in het land zelf. De meeste deviezen komen India binnen doordat buitenlandse ondernemingen - tegen lage prijzen - Indiase deskundigen inhuren om bij de opdrachtgever een tijdelijk project uit te voeren. Een Amerikaanse onderneming kan hierdoor, zeggen Indiase autoriteiten, 50 tot 60 procent goedkoper uit zijn dan wanneer lokale experts zouden zijn ingezet.

Naarmate echter steeds meer computerprogrammatuur gebaseerd wordt op standaardpakketten, zal de inschakeling van dit soort projectteams afnemen, voorziet Gupta. En het is niet de enige intrinsieke zwakte van de Indiase softwarebranche. Recent congresbezoek in India en de zoektocht naar een organisatie die gebruikers van een populair Gupta-programma kon ondersteunen leerden hem meer.

Zo had hij voor zijn programma SQLWindows behoefte aan een organisatie die gebruikers wegwijs maakt als ze op problemen stuitten. Een afweging tussen kandidaten in de VS, Jamaica en India viel uiteindelijk uit in het voordeel van de Jamaicanen - lees: de vestiging van het Amerikaanse accountantskantoor Price Waterhouse daar. “Duurder dan India, maar met beter Engels en het juiste gevoel voor nuances en cultuur”, verklaart Gupta.

En er zijn meer moeilijkheden voor de Indiërs, waarvan het gebrek aan een ontwikkelde thuismarkt en aan financiële middelen niet de minste zijn.

Lage loonkosten alléén kunnen, volgens Gupta, nooit de basis vormen voor een goede internationale concurrentiepositie. “Er zijn twee sleutels tot succes”, doceert hij. “De eerste is de voortdurende verbetering van vaardigheden, de tweede een goed begrip van wat de markt nodig heeft.” Landen als Japan en Taiwan illustreren dat, vindt hij. “Die moesten het dertig jaar terug ook van hun lage kosten hebben, maar ze tellen nu, ondanks hun sterk gestegen kostenniveau, nog steeds mee.”

Een goede basisopleiding is voor de ontwikkeling van relevante vaardigheden onvoldoende, aldus Gupta. “Je moet directe toegang hebben tot de nieuwste technologie. In India zijn wel veel goed opgeleide mensen, maar er zijn er niet zoveel zo goed als in Silicon Valley. De besten zitten al bij ons; temidden van de jongste ontwikkelingen.”

Goede marketing is de tweede succesfactor, vindt Gupta. “Je moet bovenop je markt zitten, de cultuur aanvoelen. Daar moet je in investeren, dat bepaalt je toekomst. Van onze uitgaven zit misschien 20 procent in onderzoek en ontwikkeling. De rest gaat naar ondersteuning van klanten en marketing.” Wat Umang Gupta betreft, zal India pas succes hebben als software-natie, wanneer het erin slaagt het korte-termijn voordeel van goedkope mankracht om te zetten in de lange-termijn noodzaak van een goede marketing.