Singaporees recht neemt zijn loop

SINGAPORE, 23 SEPT. De East Coast Road, een zesbaans snelweg die het centrum van de stad Singapore verbindt met het vliegveld Changi en de gelijknamige gevangenis, is om vijf uur 's morgens totaal verlaten en de taxi-chauffeur negeert zowaar de maximumsnelheid. Rechts van de weg zijn de boordlichten zichtbaar van de honderden schepen op de rede, links de nachtverlichting van een eindeloze rij flats waar geen teken van leven te bespeuren valt. Over één uur wordt in de beslotenheid van de Changi-gevangenis het doodvonnis voltrokken van de Nederlander Johannes Van Damme. Het moet gebeurd zijn voordat de andere gevangen gewekt worden. Singapore executeert zijn ter dood veroordeelden als iedereen slaapt.

Het buitenhek van de gevangenis is op dit vroege uur hermetisch gesloten. Een onheilspellend bord, waarop een bewaker staat afgebeeld die zijn geweer richt op een indringer, maakt duidelijk dat het complex nu meer dan ooit verboden terrein is. Met een tussenpoos van enkele minuten stoppen er taxi's voor de poort. Een zestiental Nederlandse journalisten, onder wie twee cameraploegen, verzamelt zich voor het laatste bedrijf van het drama Van Damme. Er wordt weinig gepraat, de presentator van het journaal schaaft aan zijn tekst.

Een oudere Singaporese collega, die naar eigen zeggen vijfentwintig jaar ervaring heeft met rechtbankverslaggeving, vertelt dat er hier sinds de jaren zeventig zo'n 75 mensen, Singaporezen en buitenlanders, zijn opgehangen wegens drugssmokkel. Hij kan zich niet herinneren dat buitenlandse media ooit in zo'n groten getale zijn uitgeruk voor een terechtstelling in Singapore. Plaatselijke journalisten, zegt hij, staan geen uur eerder op voor een terechtstelling. De Singaporese pers neemt genoegen met een kort communiqué van de autoriteiten en plaatst dat een dag later routineus op een binnenpagina. De deze ochtend aanwezige Singaporees is een man met ervaring en hij geeft een sobere toelichting bij de gang van zaken binnen de muren.

Om vijf uur is Van Damme, volgens een vast patroon, gereedgemaakt voor zijn terechtstelling. Hij is in witte kleding gestoken en kreeg canvas schoenen aan. De executiekamer bevindt zich slechts enkele meters gaans van de dodencellen, achter op het gevangenisterrein. Doorgaans worden er drie veroordeelden tegelijk ter dood gebracht, maar niemand kan vertellen wie de lotgenoten van Van Damme zijn. De beul, vertelt de oudgediende, is doorgaans een gepensioneerde gevangenbewaarder. De man die vandaag dienst doet, zegt hij, is een oude kennis, met wie hij regelmatig cricket speelt. Hij zegt het zonder boosaardigheid; executies maken in Singapore deel uit van het leven. Het is werk, dat gedaan moet worden.

Om half zes arriveert dominee Joop Spoor, de Nederlandse gevangenispredikant die Van Damme gisteren de zegen gaf. Hij is vannacht rond enen nog gebeld vanuit Den Haag door de advocaat Spong, die hem bezwoer een dringende boodschap over te brengen aan Van Damme's advocaat, Edmond Pereira. Spoor kreeg van Spong een fax met daarin de telefoonnummers van drie mensen die beweerden te kunnen getuigen dat Van Damme in de val zou zijn gelokt door de Nigeriaanse mafia. De dominee belde Pereira uit zijn bed, maar die maakte hem duidelijk dat dit geen zin meer had. Daarop liet Spoor de boodschap faxen naar het presidentieel paleis. “Ik vond het mijn plicht om deze koeriersdienst te verrichten', zegt hij. Wat ook de betekenis van de boodschap geweest mag zijn, hij heeft niet mogen baten.

Er is geen vast tijdstip voor terechtstellingen in Changi, doorgaans gebeurt het een uur vóór zonsopgang. Het ontbreken van een exact tijdschema geeft de 'getuigen' buiten de muren een onwezenlijk gevoel: het kan in feite al gebeurd zijn.

Om tien over half zeven, als de oostelijke hemel bijna onmerkbaar oplicht, gaan de poorten open en rijdt een politiebusje naar buiten. De Singaporees kijkt veelbetekenend en zegt: “het is voorbij; dat zijn de politiemannen die de executie volgens voorschrift moeten beveiligen. Hun werk zit er kennelijk op”. Via de alom voorhanden portofoons verneemt het gezelschap om 06.35 uur dat de Nederlandse ambassade is verwittigd van de executie.

Als alles volgens voorschrift gaat, en waarom zou dat niet zo zijn, is het lichaam van Van Damme inmiddels onderzocht door een arts, die de dood moet vaststellen, en een patholoog anatoom, die de doodsoorzaak moet bepalen: 'legal execution'. Daarna wordt de ter dood gebrachte opgebaard in het provisorische mortuarium van de gevangenis, in afwachtig van de familie of haar vertegenwoordigers, die het formeel moeten opeisen. Intussen is ook bekend dat op aandringen van de familie is gekozen voor een discreet vertrek. De lijkwagen zal niet door de hoofdpoort uitrijden.

Om half elf, ongeveer vijf uur na de executie, verzendt het Central Narcotics Bureau van Singapore een persverklaring waarvan de eerste drie regels aldus luiden: “Een veroordeelde drugssmokkelaar, Johannes Van Damme, een man van 59 jaar en een Nederlands staatsburger, is hedenmorgen, 23 september 1994, in de Changi-gevangenis ter dood gebracht”. Het Singaporese recht heeft zijn loop gehad.