Scholten: bondspresident bij 5 mei-feest in Amsterdam

DEN HAAG, 23 SEPT. Burgemeester P. Scholten van Arnhem wil in 1995 bij de vijftigste herdenking van de bevrijding van Nederland de Duitse bondspresident Herzog betrekken. Volgens Scholten zou de bondspresident op 5 mei in de Nieuwe Kerk in Amsterdam in aanwezigheid van onder meer koningin Beatrix en het kabinet-Kok namens het Duitse volk een rede moeten houden waarin schuld tegenover Nederland wordt beleden.

UIt een enquête van het bureau Interview in opdracht van RTL-Nieuws blijkt dat bijna 52 procent van de Nederlanders vindt dat Duitsers kunnen worden betrokken bij de viering van bevrijdingsdag (5 mei). “Zo'n herdenking zou een bijeenkomst zonder toeters en bellen en zonder uniformen en beslist niet een hele menigte Duitsers moeten zijn”, zegt Scholten. “Eén bijzondere Duitse representant, de bondspresident, is meer dan genoeg.” Op die manier zou definitief een brug naar de toekomst, tot in het hart van Duitsland geslagen kunnen worden, vindt de burgemeester van Arnhem.

Scholten meent dat vijftig jaar na het eind van de tweede wereldoorlog de tijd rijp is voor een herdenking mét Duitsers van de geallieerde overwinning op het nationaal-socialisme. Ook de Nederlandse ambassadeur in Bonn, A.P. van Walsum, vindt dat zoiets in 1995 moet kunnen. Bij de herdenking van de Slag om Arnhem was dat naar zijn mening niet mogelijk omdat het daarbij vooral om geallieerde veteranen ging die niet met Duitse veteranen geconfronteerd mochten worden. Op 8 mei 1995, de dag van de Duitse capitulatie en van de nederlaag van het nationaal-socialisme, ziet Van Walsum wel mogelijkheden voor een Nederlands-Duitse herdenkingsbijeenkomst.

“We zitten nu op de goede lijn”, zegt Scholten. “Ik heb dat gemerkt uit de reacties op mijn rede van vorige week bij de herdenking van de Slag om Arnhem. De tijd is er rijp voor. Dat merk ik in Arnhem. Nergens bestaan zulke diepe wonden over de oorlog als juist hier. Als men in Arnhem positief reageert, dan kunnen we verder. Ook de regering wil nu zoiets. Dat bleek op Prinsjesdag uit uitspraken van minister-president Kok. Om nu te zeggen dat ik hiertoe het voortouw heb genomen, dat past me niet maar in feite was het wel zo.”

Volgens de enquête van Interview vindt meer dan 53 procent van de bevolking dat de Duitsers zich niet mogen vertonen bij de Dodenherdenking op 4 mei. Bijna 40 procent zou zich niet storen aan Duitse aanwezigheid op 4 mei. Vooral mensen ouder dan vijftig zijn tegenstander van Duitsers bij de Dodenherdenking. Opvallend is dat er ook veel mensen uit de drie noordelijke provincies onder de tegenstanders zijn.

Ruim de helft van de Nederlanders, 56 procent, vindt het een goed idee later in de meimaand een herdenking samen met Duitsers te houden, maar dan moet de Duitse capitulatie centraal staan.

In maart tekende zich een meerderheid in politiek Den Haag af voor Duitse aanwezigheid op 5 mei. De discussie is verhevigd toen prins Bernhard zaterdag liet weten niet tegen te zijn en de nieuwe premier Kok zich daarbij aansloot.