Predikers verketteren Saoedisch regime

In de Saoedische stad Buraida, bolwerk van fundamentalistische agitatie, is alles weer rustig na de opstootjes van vorige week. Dat bevestigen buitenlandse reizigers die de stad hebben bezocht. De Saoedische minister van binnenlandse zaken, prins Nayef bin Abdul-Aziz, sprak van “totale veiligheid” in het koninkrijk. “De veiligheid waarmee ons land is gezegend is totaal en zal voortduren, aangezien iedere medeburger en inwoner zijn godsdienst, zichzelf, zijn vrouwen en zijn eigendommen beschermt.”

Is er inderdaad niets aan de hand in Saoedi-Arabië?

Het Saoedische koningshuis staat op instorten, schrijft de Palestijnse journalist en auteur Saïd Aburish in zijn enkele maanden geleden uitgekomen boek 'The rise, corruption and coming fall of the House of Saud'. Als het Westen blijft toekijken, en nalaat een vreedzame machtsoverdracht te bevorderen, zal het op korte tijd getuige zijn van een vernietigende omwenteling in het land, met desastreuze gevolgen voor de regio, voor de rust op het oliefront en voor zijn eigen wapenindustrie die Saoedi-Arabië als beste klant heeft, aldus Aburish.

Westerse ambassades in Saoedi-Arabië bagatelliseerden de afgelopen dagen de berichten over de problemen in Buraida na de arrestatie van sjeik Salman al-Audah, een bekende oppositionele prediker. Een vanuit Londen agerende oppositiegroep, het Comité voor de Verdediging van Legitieme Rechten (CDLR), had de arrestatie van meer dan duizend protesterende aanhangers van sjeik Audah in Buraida gemeld. Volgens het CDLR waren er eveneens moeilijkheden geweest in andere steden, waaronder Riad.

Maar oppositiegroepen hebben vaak de neiging te overdrijven om hun eigen bestaansrecht te onderstrepen, en in dit geval was er van onafhankelijke zijde slechts bevestiging te krijgen van de aanhouding van enkele honderden betogers tegen de aanhouding van sjeik Al-Audah. “Er was een kleine demonstratie (..) Misschien 200 mensen werden gearresteerd, maar dat komt neer op een rel tijdens een voetbalwedstrijd, en niets meer”, zei een diplomaat in Riad tegenover het persbureau Reuter.

Maar deze voetbalvandalen waren hoe dan ook moslim-activisten, wie een hoger doel voor ogen staat: hervorming van de Saoedische staat, en als het niet goedschiks gaat dan kwaadschiks.

Saoedi-Arabië, domein van de strikte sekte der wahabieten, is allang een islamitische staat, en officieel een zeer strenge. De koning, die absolute macht heeft, is formeel de Hoeder van de Heilige Plaatsen. “Wij zijn een land dat het boek van God volgt en dat daarvan op geen enkele wijze zal afwijken”, zo onderstreepte koning Fahd nog onlangs.

Alle niet-islamitische godsdienstoefeningen zijn verboden, en wat de islam betreft is alleen de wahabitische, letterlijke interpretatie van de Koran aanvaardbaar: de shi'itische minderheid in het land wordt gediscrimineerd en zwaar onderdrukt. Alcoholische dranken zijn vanzelfsprekend taboe; van tijd tot tijd wordt er een buitenlander gegeseld wegens alcoholsmokkel of -gebruik. De seksen zijn strikt gescheiden, vrouwen hebben nauwelijks rechten en de gevreesde religieuze politie, de Mutawa (het Comité voor de Bevordering van de Deugd en Uitroeiing van de Zonde) houdt de zedelijkheid scherp in de gaten.

Maar velen van de duizenden prinsen en prinsessen die het Saoedische koningshuis vormen, nemen het zo nauw niet met de islamitische voorschriften. In hun vakantieverblijven in het buitenland en binnen de muren van hun paleizen in het land zelf vloeit de drank rijkelijk en zijn de zeden los. Er wordt met oliegeld gesmeten: de kloof met de gewone burger is breed.

Dat is altijd al zo geweest, maar de positie van het koningshuis is veranderd, verzwakt, waarbij de Golfcrisis van 1990-'91, toen Saoedi-Arabië de honderdduizenden leden van de geallieerde troepenmacht onderdak bood, een belangrijke rol heeft gespeeld: De kosten vormden een zware aanslag op het Saoedische budget, dat trouwens al jarenlang een tekort vertoonde als gevolg van de gigantische wapenaankopen, inefficiënt beleid (subsidie van onrendabele landbouw) en de lage olieprijzen. Dat maakt het steeds moeilijker voor het bewind om oppositie af te kopen De aanwezigheid van talloze westerlingen, militairen zowel als journalisten, bleek een aanmoediging voor liberale groepen in de ontwikkelde burgerij om democratische hervormingen te eisen, en Tegelijkertijd werd de invloed versterkt van de ultraconservatieve geestelijkheid, die toestemming moest geven voor de komst van zovele ongelovige militairen naar het koninkrijk, terwijl radicale predikers juist razend waren dat ze kwamen.

De liberale oppositie moest zich tevredenstellen met de vorming van een Shura, een consultatieve raad van zestig benoemde, loyale, wijze mannen. Het feit dat die Shura er daadwerkelijk kwam, nadat deze vele jaren lang was toegezegd, was de enige nieuwigheid, want macht heeft deze raad niet.

Maar veel gevaarlijker was de fundamentalistische oppositie. Predikers zoals Salman al-Audah verketteren in hun moskeeën de dwaalwegen van de prinsen, hun uitspattingen en de voortwoekerende corruptie. De extremisten verdoemen op geluidsband de Saoedische afhankelijkheid van het duivelse Westen en de rechteloosheid van het volk en zij roepen op tot een omwenteling. “Koningen vernietigen een land wanneer ze het binnengaan en veranderen de edelste van zijn mensen in de slechtste; zo gedragen zij zich”, luidt een op dergelijke banden vaak aangehaald vers uit de Koran.

In december 1992 voelde koning Fahd zich al gedwongen de militante geestelijkheid te manen haar kritiek op de regering in te slikken: “Ik heb geen bezwaar tegen iemand die een woord wil zeggen ten gunste van de islam, moslims en zijn land. Maar het is gesignaleerd dat dit in sommige gevallen is overschreden (..) en ik denk niet dat dat nuttig is”, zei hij in de heilige stad Medina tegenover religieuze hoogwaardigheidsbekleders.

Niemand stoorde zich eraan. Integendeel, de vroeger machtsgetrouwe Raad van Ulema's, de hoogste religieuze autoriteiten, is onder invloed van de agerende predikers afstand gaan nemen van de regering om zijn eigen positie te schragen. En waar vroeger - in 1990 met de komst van de geallieerden nog - de regering haar standpunt liet bekrachtigen door de Raad van Ulema's, is de situatie nu kennelijk omgekeerd. Zo volgde de regering begin deze maand het besluit van de Raad van Ulema's tot een boycot van de Wereldbevolkingsconferentie in Kairo wegens het anti-islamitisch geachte karakter van het ontwerp-slotdocument. “Het is voor moslims verboden de conferentie bij te wonen”, decreteerden de Ulema's, en de autoriteiten schikten zich daarnaar. De Saoedische krant Asharq al-Awsat sprak later ook onomwonden van “het besluit van de Raad van Ulema's”.

Er zijn meer tekenen van problemen voor het Saoedische koningshuis: het recente overlopen van twee Saoedische diplomaten in de Verenigde Staten bij voorbeeld, onder verwijzing naar de schendingen van de mensenrechten in het land, het knevelen van de pers, wijdverspreide corruptie en vele andere misstanden. En de toenemende activiteit van het CDLR, een merkwaardige mengeling van liberale en fundamentalistische opposanten, die na talrijke arrestaties in Saoedi-Arabië naar Engeland is uitgeweken.

Een stelletje voetbalvandalen aan het werk of een onstuitbare mars naar een islamitische revolutie? Koning Fahd is oud en ziek: hervormingen zijn van hem niet meer te verwachten.