Per saldo min

In de paar weken dat A. Nuis zich nu staatssecretaris van cultuur mag noemen, is het cultuurbeleid meer een kwestie van financiële plussen en minnen, dan van sprankelende ideeën en ambitieuze doelstellingen.

Nog voor het paarse kabinet-Kok werd beëdigd had minister Ritzen, die na het vertrek van WVC-minister d'Ancona uit het kabinet Lubbers-III de cultuur beheerde, al een bezuiniging van 12,4 miljoen gulden aangekondigd op de uitgaven voor projecten, experimenten en onderzoek door de cultuurfondsen. Op het moment dat het kabinet-Kok aantrad, rekenden de cultuurambtenaren de nieuwe staatssecretaris voor dat uitvoering van alle plannen van het Regeerakkoord voor de komende vier jaar zouden neerkomen op een bezuiniging op cultuur van 78 miljoen. Voor de verkiezingen hadden VVD, D66, PvdA en CDA nog 40 miljoen per jaar extra voor cultuur in het vooruitzicht gesteld, voor deze kabinetsperiode dus 160 miljoen.

Staatssecretaris Nuis (D66) schrok van de berekening van de ambtenaren. Hij beloofde hard te vechten tegen de uitkomsten van het (door hemzelf onderschreven) Regeerakkoord en zwoer dat er tegenover de minnen ook plussen zouden komen te staan.

In de cultuurbegroting voor 1995 houdt de staatssecretaris zich aan dat voornemen. De -12.4 miljoen gulden zal ongedaan worden gemaakt met behulp van de +15 miljoen gulden voor cultuur die in het regeerakkoord is voorzien. Maar na dat tegen elkaar wegstrepen van min en plus slaat het paarse regeren weer door naar de min.

Nuis heeft op de fondsen die de meeste cultuursubsidies verdelen een beroep gedaan om een bijdrage te leveren van circa 2 miljoen gulden bij het oplossen van financiële problemen op de cultuurbegroting van 1995. Die bestaan bij onder meer de musea en de archieven. Voorts moeten de fondsen bijdragen aan de plannen uit het Regeerakkoord, zoals meer geld voor internationalisering, monumentenzorg en cultuurparticipatie. Zo zorgen de plussen voor sommige soorten cultuur, voor de minnen voor andere soorten cultuur.

De financiële vooruitzichten voor de cultuur blijven ondanks de kleine plusjes zwaar in de min. Die -74 miljoen is nog lang niet ongedaan gemaakt door + 74 miljoen. Voor de cultuurbegroting 1995 zijn er zo al twee minnen: de algemene efficiencykorting, die geldt voor alle loongevoelige uitgaven en de prijsbijstelling. Die treffen de cultuurbegroting voor -4 en -6 miljoen. Ook moet nog de verhuizing van de cultuurambtenaren van het Rijswijkse ministerie van VWS naar het Zoetermeerse ministerie van OCW worden betaald. Daartegenover staan geen plussen. Zo bestaat het paarse cultuurbeleid ondanks de beloften van minnen èn plussen, per saldo toch vooral uit minnen.