Kustwacht wil niet langer als los zand aan elkaar hangen

De kustwacht moet verhuizen naar Den Helder. Hoge ambtenaren van zes ministeries stemden gisteren in met het plan, dat echter op hevig verzet stuit van het personeel.

IJMUIDEN, 23 SEPT. Eindeloos wordt er over en weer gepraat maar er verandert niets. Daarom is het personeel van het Kustwachtcentrum in IJmuiden de “stroperigheid” en het “eigen belang” van de ambtenaren in Den Haag ook meer dan beu. Het verzet zich nu hardnekkig tegen de verhuizing naar Den Helder, waar het Kustwachtcentrum wordt ondergebracht bij de marine.

“Het zou dè grote verbetering moeten zijn, maar alles blijft even krakkemikkig als het was”, zegt G. Miedema, voorzitter van de dienstcommissie van het Kustwachtcentrum. “De hele kustwacht hangt als los zand aan elkaar en dat zal ook zo blijven. Wij willen eén duidelijke organisatie met eigen middelen en eigen verantwoordelijkheid. Of dat onder de marine is of onder het Leger des Heils, laat ons koud”.

Hoge ambtenaren van zes ministeries hebben gisteren formeel hun fiat gegeven aan een concept-kabinetsbesluit over een nieuwe structuur voor de Kustwacht. Die moest er komen van de Tweede Kamer, na een 'evaluatierapport' waarin stond dat het apparaat toch niet zo goed functioneerde als gedacht werd. “Het rapport zei duidelijk wat er moest gebeuren en de Kamer was het daarmee eens”, zegt Miedema. “Maar de betrokken departementen willen hun invloed niet kwijt.”

De Kamer drong er bij de toemalige minister bij motie op aan een organisatie die alleen op papier bestaat om te vormen tot een slagvaardige overheidsdienst. Nu is de Kustwacht niet meer dan een in 1987 opgericht samenwerkingsverband van diensten die bemoeienis hebben met de Noordzee, als 'toezichthouder' (douane, AID, politie en marechaussee) of als 'dienstverlener' (Directie Noordzee van Rijkswaterstaat en het Directoraat Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken - DGSM - met onder meer vaarwegmarkering). De diensten (acht in totaal) werken met elkaar samen op basis van een convenant. De verantwoordelijke departementen (Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Justitie, Landbouw en Visserij en Binnenlandse Zaken) houden alle zeggenschap over hun eigen diensten en taken. De enige plek waar de Kustwacht als zelfstandige eenheid wordt ervaren, is het Kustwachtcentrum in IJmuiden, waar specialisten uit diverse disciplines in de betrokken departementen zijn samengebracht. De belangrijkste taak van het Kustwachtcentrum is coördineren en informeren.

“Op papier ziet de Kustwacht er indrukwekkend uit”, zegt Miedema. Maar in de praktijk varen de diensten geheel hun eigen koers, tenzij het Kustwachtcentrum ergens een calamiteit registreert. Dan stomen schepen van Rijkswaterstaat, van de vaarwegmarkeringsdienst of van de douane op, om zich na de 'klus' weer aan de eigen taak te wijden. “Er staat Kustwacht op alle schepen geschilderd, maar daar houdt de saamhorigheid mee op.” Pogingen meer lijn in de organisatie te brengen zijn steeds gestrand. Het bemannen van een schip met mensen van verschillende diensten mislukte omdat de werktijden niet synchroon liepen en ook niet bij elkaar te brengen waren. Er is ook sprake van 'dualisme' tussen 'toezichthouders' en 'dienstverleners'. De eersten willen geen taken laten uitvoeren door de laatsten en omgekeerd. “Er is voortdurend sprake van een competentiestrijd, waarbij sommige diensten steeds meer hun eigen weg gaan”, zegt Miedema. Hij onderstreept dat waar het om het redden van mensen gaat er geen enkel probleem is met de samenwerking. “Een slagvaardige Kustwachtdienst zou wel bijvoorbeeld de pakkans bij milieudelicten kunnen verhogen.”

Wat het personeel het meest steekt, is dat bij gesprekken over de toekomst van de Kustwacht altijd het Kustwachtcentrum onderwerp van gesprek is en nooit de verschillende diensten of de samenhang daartussen. “Het clubhuis is nooit bekritiseerd”, zegt Miedema, “maar toch zijn wij de zwarte piet.”

Een stuurgroep onder voorzitterschap van burgemeester W. Lemstra van Hengelo sprak een voorkeur uit voor een bundeling van de bij de Kustwacht betrokken diensten onder Verkeer en Waterstaat. Met de motie van de Kamer in de rug waren de betrokken departementen voor het Lemstra-plan, behalve Defensie. De marine kwam met een eigen plan de hele Kustwacht over te nemen. Het Kustwachtcentrum zou naar Den Helder gaan en een iets uitgebreidere taak krijgen: het zou de operaties ook gaan leiden. Over het materieel en het personeel dat beschikbaar zal worden gesteld door de “aan de Kustwacht deelnemende diensten”, zoals het in het concept-kabinetsvoorstel staat, worden afspraken gemaakt. “Niks bundeling dus”, zegt Miedema, “maar opnieuw losse overeenkomsten.” De verhuizing naar de marine wordt in het concept-voorstel verdedigd met de opmerking dat dit krijgsmachtonderdeel zich steeds meer profileert als “belangrijke leverancier van varende en vliegende middelen”. Volgens Miedema valt dat reuze mee. “Er is een aantal afspraken: er staat altijd een helikopter klaar en een patrouillevliegtuig en verder een mijnenveger voor een aantal dagen. Het is grappig te zien hoe de marine niets wilde weten van de Kustwacht totdat de muur in Berlijn viel.”

Na het marine-voorstel sloeg de stemming in de ambtelijke commissie die de nieuwe structuur bespreekt om. Verkeer en Waterstaat stond plotseling alleen. “De reden is dat in het voorstel van de marine alle departementen hun eigen diensten gewoon behouden”, zegt Miedema. Het personeel van het Kustwachtcentrum vreest dat het hele stuk zonder kritiek door de ministerraad en door de Kamer zal worden geloodst. Dit ondanks de motie, waaraan op geen enkele manier wordt voldaan.