Kapitaalverschaffers hebben geen tijd voor Willy Wortel

AMSTERDAM, 23 SEPT. Op zoek naar kapitaal voor een familiebedrijf of een verzelfstandiging van een dochter van een groot concern? Bezoek feesten, partijen en recepties. Daar ontdekt directeur drs. M. Dekker van de NPM, de grootste kapitaalverschaffer van Nederlandse bedrijven, soms zijn mooiste transacties. “Je maakt een praatje, je geeft je kaartje” en de zaak komt aan het rollen.

Dekker is gepokt en gemazeld in de Nederlandse cultuur van familiebedrijven. Hij was jarenlang directievoorzitter van een familiebedrijf, baggeraar Zanen Verstoep die werd opgeslokt door branchegenoot Boskalis. Daarna stapte hij over naar de NPM, een participatiemaatschappij die in 1948 werd opgericht om in het tekort aan risicokapitaal voor familiebedrijven en andere kansrijke bedrijven te voldoen. Zijn Rotterdamse directheid heeft Dekker in het financiële centrum Amsterdam, waar de NPM kantoor houdt, niet verloren.

De NPM is kind aan huis in het Nederlandse middenbedrijf, de ruggegraat van de economie. De investeringen bedragen meer dan 1,2 miljard gulden in een kleine 130 participaties. Gistermiddag presenteerde Dekker samen met mededirecteur J.Keyzer de resultaten van de NPM over de eerste zeven maanden. De NPM hanteert een periode van zeven maanden, omdat dan de belangrijkste inkomsten, dividenden van participaties, binnen stromen. Iets hogere dividenden dreven het operationeel resultaat een procent omhoog naar 46 miljoen gulden. De investeringslust van de NPM was uitbundig: 96 miljoen gulden, tegenover 34 miljoen gulden in de vergelijkbare periode van vorig jaar.

Het knelpunt in de kapitaalverschaffing is nog net zo actueel als bij de oprichting, al is het niet meer de hoeveelheid die problemen oplevert, maar de koppeling van het ruime aanbod aan de vraag van bedrijven, met name van starters. “Er is geld genoeg” constateert Dekker. Zelf haalt hij zijn “klanten” niet alleen op feesten en partijen. Die staan op de vierde plaats. Op de nummers een tot en met drie staan de meer reguliere contacten: accountants (vertouwensmannen bij uitstek van familie ondernemers), het commissarissencircuit en de professionele fusiebemiddelaars.

Het knelpunt zit in de kapitaalverschaffing aan startende bedrijven, de ondernemers die het middenbedrijf van morgen moeten maken. “Er is een groot probleem met de financiering van starters. Van de 100 Willy Wortels hebben 90 na nader onderzoek een waanidee. Maar er zitten wel degelijk 10 met goede ideeën bij. Die hebben het uitermate moeilijk om de centen bij elkaar te krijgen.”

De professionele vermogensverschaffers, zoals participatiefondsen, laten starters veelal links liggen. De professionals vinden een startende onderneming te bewerkelijk ten opzichte van het geringe rendement dat zij op zo'n investering maken. Ook de NPM, die een minimuminvestering van 1 miljoen gulden als vuistregel hanteert, ziet hier geen taak. De NPM heeft wel met ABN Amro een deelneming die zich specialiseert in begeleiding van kennisintensieve projecten. De NPM mist volgens Dekker zelf de mankracht en de ervaring om intensieve en deskundige begeleiding aan starters te geven.

Het ministerie van Economische Zaken doet wel het nodige, vindt Dekker, maar die regelingen zijn “niet altijd even doorzichtig”. Hij pleit voor fiscale stimulansen aan ervaren particuliere investeerders voor de financiering van startende bedrijven. Starters hebben niet alleen geld nodig, maar ook begeleiding. Ervaring leert dat ondernemers met goede plannen niet altijd ook goede boekhouders en managers zijn.

Nederland zou volgens Dekker een voorbeeld kunnen nemen aan de Amerikaanse fiscale wetgeving. Daar zijn in tegenstelling tot Nederland verkoopwinsten op verkochte investeringen wel belast, maar is er ook een fiscale compensatie voor geleden verliezen. En dat heeft Nederland niet.

Omdat er geld genoeg is voor bedrijven met bewezen winstcapaciteit hoeft de Amsterdamse beurs niet te rekenen op veel nieuwe aanwas. Bij bedrijven in de NPM-portefeuille is de animo minimaal, zegt Dekker. Hooguit vier de komende vier jaar. De beurs gaat tegenwoordig wel de boer op, maar beursman mr A.Verburg heeft de NPM niet bezocht. “Verburg moet zending onder de heidenen bedrijven. Dat zijn wij blijkbaar niet, want hij is hier nooit geweest.”