Interval

Ir. Sjoerd Brandsma, voorheen werkzaam bij het IVO in Zeist: “Op het bedrijf van mijn ouders werden 45 koeien gemolken en daar waren vier, vijf mensen voor nodig. Vijf koeien per man per uur, dat was de norm. Bij de eerste melkmachines, eind jaren '40, werd het al tien koeien per man per uur. Daarna is het volstrekt normaal geworden dat een man 45 koeien in zijn eentje doet.

“Bij dit proces, verhoging van de arbeidsproduktiviteit, magische kreet, heeft dat instituut van ons tal van adviezen gegeven. Je zat bij voorbeeld met het melkinterval. Twaalf twaalf, vooral in het Noorden hielden ze daar strikt de hand aan. Er werd gemolken om vier uur 's middags en om vier uur 's morgens. Dat was natuurlijk een grote belasting, maar ze konden nauwelijks anders. 's Zomers kwam de melkrijder twee keer op een dag de bussen halen, precies op dát schema.

“Toen zijn wij gaan uitzoeken... kijk, als je drie keer per dag melkt krijg je tien tot twintig procent meer, als je één keer melkt krijg je zomaar dertig tot veertig procent minder, dat wisten we... toen hebben we uitgezocht wat er gebeurt als je aan dat inverval gaat sleutelen. Daar hadden we identieke tweelingen voor. De ene helft op twaalf twaalf, de andere op acht zestien, korte dag, lange nacht, enorme ingreep. En wat bleek. Bij acht zestien verloor je maar een tot twee procent aan volume, terwijl het vetgehalte zelfs iets toenam. Ja grappig.”