Indonesië en Australië groeien naar elkaar toe;

Indonesische delegatie peilt klimaat

JAKARTA, 23 SEPT. Een zware Indonesische regeringsdelegatie, onder aanvoering van vice-president Try Sutrisno, heeft vandaag een driedaags bezoek aan Australië afgesloten. Het was de eerste buitenlandse reis van ex-generaal Try Sutrisno sinds hij vorig jaar opklom tot tweede man na president Soeharto. Aan hem de taak om te peilen of het klimaat bij de zuiderburen inmiddels behaaglijk genoeg is voor een toekomstig bezoek van de eerste man zelf.

Try is de hoogste Indonesische functionaris sinds zeer lange tijd die op bezoek was in Australië. Daarentegen hebben nagenoeg alle Australische regeringsleiders sinds de jaren zeventig Jakarta aangedaan. De huidige premier Paul Keating komt tijdens de top van de Aziatisch-Pacifische Economische Samenwerking (APEC), in november, voor de vierde maal naar Indonesië.

Nog niet zo lang geleden stonden beide landen als het ware met de ruggen naar elkaar toe. Hoewel Australië en Indonesië slechts worden gescheiden door twee smalle zeestraten, de Zee van Timor en de Arafurazee, was de culturele afstand groot. Australië beschouwde zich zelf als een buitenpost van Europa en Indonesië keek na de machtsovername van Soeharto lange tijd niet over de grenzen.

Sinds de jaren tachtig kwam daar geleidelijk verandering in. Indonesië kroop voorzichtig uit zijn zelf gekozen isolement en zette zijn economische successen om in regionale invloed. Australië van zijn kant neemt de laatste jaren wat afstand van zijn Europese wortels en oriënteert zich in toenemende mate op het Stille-Oceaangebied. De grote noorderbuur geldt in Canberra als eerste en voornaamste bruggehoofd voor deze sprong naar de regio. Premier Keating zei het enkele maanden geleden zonder enig voorbehoud zo: “Indonesië is voor Australië het allerbelangrijkste buitenland. Het is een imposante centrale van groei, rijkdom en vraag.”

De Australische economie doet het opvallend goed. Dit jaar rekent men op een groei van rond de vijf procent. De 17,5 miljoen Australiërs vormen samen echter een beperkte markt en het bedrijfsleven werpt een begerige blik op de 185 miljoen Indonesiërs. De handel tussen beide landen beliep vorig jaar 2,2 miljard Amerikaanse dollars, met een licht handelsoverschot voor Australië. De Australische exporten naar Indonesië zijn de laatste zes jaar verdrievoudigd. Australië behoort tot de zes belangrijkste donorlanden binnen de Raadgevende Groep voor Indonesië (CGI), het hulpconsortium onder voorzitterschap van de Wereldbank, dat na de beëindiging van de Haagse hulp in 1992 de door Nederland voorgezeten IGGI verving.

Ook op veiligheidsgebied is de samenwerking geïntensiveerd. Eén van de zuilen onder de defensiestrategie van de Indonesische strijdkrachten (ABRI) is 'stabiliteit in de diepte'. Om de kans op een verrassingsaanval te verminderen, sloot Indonesië onder andere een defensieverdrag met Australië. Die overeenkomst resulteerde in een gestage uitwisseling van informatie, wederzijdse visites op stafniveau en gezamenlijke oefeningen. De strijdkrachten van Australië beschouwen Indonesië als cruciale defensiezone en onderhouden uistekende relaties met ABRI. Toen Try Sutrisno nog stafchef van de ABRI was, in de jaren 1988-1993, bracht hij twee bezoeken aan zijn collega's in Australië en sindsdien onderhoudt hij ginds uitstekende contacten.

De warme belangstelling voor Indonesië noopt de Australische regering tot terughoudendheid als het gaat over de rechten van de Indonesische mens. Iedere Australische premier, ook Paul Keating, moet opereren in een lastig spanningsveld. Binnen de Australische vakbeweging en ook in Keatings Labor Party klinkt al jaren kritiek op Canberra's Realpolitik tegenover Jakarta.

Sinds vijf Australische journalisten onder opgehelderde omstandigheden de dood vonden tijdens de Indonesische invasie in Oost-Timor, eind 1975, neigen de media in Australië tot een uiterst kritische behandeling van de Indonesische binnenlandse politiek. Dat leidde in de jaren tachtig tot diplomatieke aanvaringen en zelfs tot uitzetting van een Australische correspondent. Sindsdien is de lucht echter opgeklaard en tegenwoordig hebben liefst vier Australische media een permanente vertegenwoordiger in Jakarta.

Deze zomer werden de koorddanserskwaliteiten van Keating zwaar op de proef gesteld. De premier kwam eind juni naar Jakarta om de grootste Australische handelsbeurs uit de geschiedenis te openen, nog geen week nadat de Indonesische regering drie spraakmakende weekbladen had gesloten. In een tweegesprek met president Soeharto sprak Keating zijn teleurstelling uit over deze vorm van persbreidel, omdat die zou “contrasteren met de nieuwe openheid in de Indonesische economie en samenleving”. Tegelijkertijd toonde hij begrip voor Soeharto's betoog dat de gewraakte weekbladen “de nationale stabiliteit in gevaar hadden gebracht”. Keatings Indonesische gesprekpartners toonden waardering voor zijn pragmatische opstelling en ook deze bui waaide over.