In Betuwe beleven laanboomkwekers explosieve groei

OPHEUSDEN, 23 SEPT. Donkergrijze wolken pakken zich boven de Betuwe samen tot een verontrustende grauwe deken. Honderden, meest gefortuneerde kwekers trekken zich hiervan weinig aan. De flinke bries negerend stampen ze in hoge laarzen over het door regen modderig geworden erf van laanboomkwekerij Rijnzicht in Opheusden.

Het Hollandse weer maakt van de Mechanisatiedag Laanbomen een zompig treffen, de belangstelling is niettemin groot. Boomkwekers en landbouwers uit praktisch heel West-Europa hebben op één van de twee drassige velden hun Audi, Mercedes, BMW of Land Rover gestald en lopen driftig met elkaar te praten dan wel zaken te doen.

Bijna iedereen is ervan overtuigd dat de boomsoorten '16' en de '18' er keurig bij staan maar dat dit seizoen 'een aantal bomen nog wel zal vallen', ofwel een aantal bedrijven failliet zal gaan, staat voor velen vast. Op de auto's afgaand mag worden verondersteld dat de bestuurders weten waarover ze het hebben. Laanbomen zijn de laatste jaren big business geworden, overduidelijk weergegeven in de explosieve groei van het aantal voor laanbomenkweek bestemde hectares. Van krap 500 aan het begin van de jaren zeventig tot 2247 afgelopen jaar.

De inwoners van het Betuwse Opheusden, die hun dorp pretentieus aanprijzen als 'hèt laanboomcentrum', zijn in deze ontwikkeling meegegaan. Wie ook maar een halve mogelijkheid had om laanboomkweker te worden, greep zijn kans. Boeren en kwekers van niet-laanbomen hercultiveerden hun land. Het plaatsje aan de Nederrijn telt op dit moment daarom honderdtien kleine en grote kwekers die met de laanboom-handel een goed belegde boterham proberen te verdienen. En nog steeds worden als maar meer hectares gebruikt voor het kweken van laanbomen.

Opheusdense laanbomen gaan door voor 's werelds beste. De interesse voor het loof beperkt zich daarom niet alleen tot Nederland, integendeel. Van de Opheusdense kweek, goed voor een jaaromzet van een slordige dertig miljoen gulden, wordt jaarlijks het leeuwedeel over de grens gereden. Met name de Duitsers tonen zich gretige afnemers. Maar ook Britten, Fransen, Italianen en Belgen weten de Opheusdense kwekers te vinden.

Anton Peters, de derde generatie uit het kwekersgeslacht P. Peters, kan daarover meepraten. De laanbomen die zijn veertig hectare grote landerij verlaten, krijgen op een enkele uitzondering na een niet-Nederlandse bestemming. Zonder de buitenlandse afnemers, veelal collega-kwekers en laanboomhandelaren, zou Peters een zware dobber hebben om te overleven, zo realiseert hij zich terdege.

“Het is daarom zaak de klanten aan je te binden en dat gaat niet door ze een orderboek onder de neus te schuiven; je moet ze koesteren door op gezette tijden bij ze langs te gaan. Voor mij en mijn serieus exporterende collega's is het kwekerschap daarom ongelooflijk arbeidsintensief geworden. Per jaar rijd ik minimaal zestigduizend kilometer op de Autobahn.”

Het onderhouden van contacten legt de Opheusdense kweker geen windeieren. Het afgelopen jaar exporteerde hij vijftien tot twintig procent meer laanbomen dan in 1992 en ook dit jaar zit er weer een “leuke” groei in. Toch is Peters niet onverdeeld blij met de huidige situatie op de laanboommarkt. De concurrentie tussen de exporterende kwekerijen is moordend omdat het verkopen van bomen aan het buitenland, naar Peters' zeggen, “wel erg makkelijk” gaat.

“Regels zijn er nauwelijks. Daarom zullen alleen de sterke, gezonde bedrijven overleven”, zo voorspelt de Betuwenaar. “De afgelopen jaren zijn er te veel exporterende kwekers bijgekomen die hun produkten ver onder de werkelijke prijs proberen kwijt te raken. Met zo'n strategie maken ze de markt ziek; iedereen moet om te overleven met zijn prijs omlaag. De broekriem moet een gaatje strakker. Dat levert nu voor de meesten nog geen problemen op maar binnen afzienbare tijd zullen nog wel wat bomen omvallen, vrees ik.

“Wie zijn financiën niet goed voor elkaar heeft, krijgt met de huidige situatie gegarandeerd problemen. De forse afzetgroei van het afgelopen jaar heeft namelijk niet méér geld in het laadje gebracht dan het jaar ervoor terwijl ik ten opzichte van 1993 in 1992 een paar duizend bomen minder verkocht. En zoiets doet pijn.”