Hof bezorgd over groei 'mega-zaken'

Steeds meer zaken, steeds meer 'mega-zaken'. De werkdruk bij het Amsterdamse gerechtshof wordt steeds zwaarder. Volgens vice-voorzitter H. Willems is uitbreiding van het aantal strafkamers hard nodig.

AMSTERDAM, 23 SEPT. Drieduizend zaken, dat kunnen de zes strafkamers van het Amsterdam gerechtshof per jaar verwerken. Maar in het zittingsjaar 1993-1994 kwamen in totaal 3.432 zaken binnen, het jaar daarvoor 3.202. “We hebben tot nu toe kunnen voorkomen dat er een 'onredelijk tijdsverloop' ontstaat tussen de uitspraak van de rechter en die van het hof. Maar als dit zo doorgaat, voorzie ik problemen.”

En niet alleen de aantallen stijgen, ook de complexiteit van de zaken zelf groeit. Vooral de behandeling van zogeheten 'mega-zaken' vergt veel zittingscapaciteit, zo waarschuwt Willems. Het gaat daarbij om omvangrijke zaken, veelal tegen misdaadorganisaties, die veel justitieel voorwerk vragen. “Om aan de problematiek het hoofd te bieden zou het aantal strafkamers met één moeten worden uitgebreid. Dit kan door het aantrekken van een extra griffier en een raadsheer.”

Dit najaar zullen zeven 'mega-zaken' door het gerechtshof te Amsterdam worden behandeld. Volgende week begint het hof met de HCS-zaak over aandelenhandel met voorkennis. Begin van deze maand kwam de zaak-Z. voor, een grootschalige handel in hasj. Ook de zogeheten 'Exodus-zaak' staat binnenkort op de rol. Bij deze zaak zijn Nederlanders en Turken betrokken die zijn veroordeeld voor het op grote schaal handeldrijven in heroïne. Voorts komen nog andere grote hasjzaken aan, waaronder de geruchtmakende Coral Sea 2-zaak, waarbij de officier het recordbedrag van 300 miljoen van de hoofdverdachte terugvorderde.

De laatste 'mega-zaak' die het hof behandelde, was de 'XTC-zaak'. Een kleine groep mensen wist in korte tijd voor honderden miljoenen om te zetten met de produktie van en handel in XTC- en XTC-achtige pillen. De ontmanteling van de XTC-bende was het werk van het inmiddels onder veel krakeel opgeheven Interregionaal Rechercheteam Noordholland/Utrecht (IRT).

Willems: “Van de XTC-zaak hebben we veel geleerd, die zaak heeft vijftien zittingsdagen gekost. We zijn nu begonnen met een zitting waarbij we eerst aan de advocaten hebben gevraagd wat ze precies willen. Hoeveel en welke getuigen ze willen laten horen. Welke specifieke onderwerpen willen ze behandelen. Op basis daarvan maken we een agenda. Zo zijn voor de zaak-Z. acht zittingen gepland.”

Bij de XTC-zaak werden stapels dossiers de zittingszaal binnengereden. Deze zaak telde 35 ordners. De (hasj-)zaak-Z. telt al 74 en de (hasj-)zaak-K. zelfs 140 ordners. Het aantal ordners op zich is voor Willems overigens niet zo'n probleem. “Het is een métier waarin je bent groot geworden. Eerst ga je het terrein verkennen, hoe zit het dossier in elkaar? De rechtbank heeft natuurlijk al een hoop werk gedaan. Dan worden de relevante bladzijden in het dossier met die gele kleefpapiertjes beflapperd. Je brengt als het ware het bos in kaart door de bomen van geel te voorzien. Dat is hetzelfde als wanneer een huisvrouw onmiddellijk weet waar de slopen liggen.”

Het zijn niet alleen de mega-zaken die de werklast de afgelopen jaren hebben verzwaard. Willems wijst op de herleving van het zogeheten 'onmiddellijkheidsbeginsel' binnen het strafproces. Vroeger werd tijdens een zitting voornamelijk verwezen naar de schriftelijke verklaringen in de dossiers. Tegenwoordig willen steeds vaker deelnemers aan het strafproces zowel voor de rechtbank als het hof dat getuigen wier verklaringen in het vonnis zijn gebruikt, ter plekke worden gehoord. Dit wordt het 'onmiddellijkheidsbeginsel' genoemd. Willems: “Het 'onmiddellijkheidsbeginsel' leidt er toe dat we meer tijd per zitting nodig hebben. Het scheelt een slok op een borrel wanneer je alleen maar een dossier hebt of wanneer zes getuigen moeten worden gehoord. Voor de HCS-zaak zijn geen getuigen opgeroepen, en die zaak kunnen we wellicht in twee dagen af.”

Sinds zijn aantreden in 1981 is het métier van rechter aanzienlijk veranderd. “Vroeger had je als rechter niets met je omgeving te maken. Je haalde de dossiers op en bestudeerde ze. Aan het rechterlijke apparaat gaf je geen aandacht, dat was er gewoon. Aan bedrijfsvoering deed je niets, dat was de verantwoordelijkheid van de griffier. Materieel en logistiek is het hof vergeleken met 1981 twee keer zo groot geworden.”

De keuzen worden steeds moeilijker. Willems: “Als er nu opeens een mega-zaak komt dan is het 'entweder-oder'. Ik kan niet iets bedenken waardoor we de produktie kunnen opvoeren. In termen van produktie is de griffier de ruggegraat van het systeem.”