Hoe vrolijk is geel?; Monumentaal boek over kleuren in de kunst

John Gage: Colour and Culture. Practice and Meaning from Antiquity to Abstraction. Uitg. Thames and Hudson, 335 blz. Prijs ƒ 122,75.

Niets lijkt eenvoudiger en vertrouwder dan kleuren: alles wat we zien heeft kleur. Maar niets blijkt gecompliceerder en verwarrender dan het beschrijven van kleurgewaarwordingen. Hoe rood is rood? Wat is hemelsblauw en wat bedoelde de Nederlandse kunstenaar Chrispijn van de Passe met schijtgeel? De Engelse vertaler van zijn bloemenboek, Hortus Floribus (1615), had overigens duidelijk moeite met dit woord: “(-)onely in one coloure which the dutchemen call schyt-geel, which translated signifyeth a shitten yellow. I have in place thereof (because of not offending modest eares) called it throughout a sad yellow.”

Triest geel - bestaat er ook vrolijk geel? Van Goghs Treurende man in het Kröller-Müllermuseum zou hiervan een voorbeeld kunnen zijn. Het is een mooi paradoxaal schilderij: uit de houding van de oude man die met het hoofd in de handen voor de haard zit spreekt intense droefenis, terwijl de heldere kleuren - de gele stoel, het lichtblauwe pak van de man, de oranje-rode vlammen - dit tegenspreken. Dit doek dat in mei 1890 ontstond, is een bewerking van een zwart-wit litho die Van Gogh najaar 1882 in Den Haag liet drukken. Aan zijn broer Theo schreef hij toen dat het oude mannetje het bestaan van het hogere uitdrukte, 'iets edels, iets nobels, dat niet voor de wormen bestemd kan zijn.' De titel van de litho is At Eternity's Gate - Op de drempel der eeuwigheid. Maar door de kleuren verliest het aardse op het schilderij zijn zwaarte en krijgt iets lichts, hemels.

Van Gogh gebruikte kleuren bewust om bepaalde stemmingen op te roepen. Maar niet alleen de beschrijving van kleuren is problematisch, ook over het psychologisch effect en de symbolische betekenis bestaan veel tegengestelde opvattingen. Zo kon in de middeleeuwen het koninklijke purper van Christus' mantel gelijk zijn aan de scharlakenrode kleur van de zonde. Hoe universeel is eigenlijk onze ervaring van kleur, vraagt John Gage zich af in de inleiding van zijn monumentale boek Colour and Culture? Als het waar is dat rood een warme kleur is en blauw een koele, dan zou je ongestraft je hand in een blauwe gasvlam kunnen steken. De 'folklore' van de warme rode zon en de koele blauwe zee gaat volgens Gage in ieder geval niet verder terug dan de achttiende eeuw en pas in het begin van de negentiende vindt men dit idee ook in kleur-systemen terug. Waarom wijkt de taal soms zo af van onze ervaring en kennis?

Bizar

Gage, die hoofd is van de vakgroep kunstgeschiedenis van Cambridge University, bestrijkt een breed terrein. In veertien thematische hoofdstukken over onder andere mozaïeken, glas-in-loodramen, kleurensymboliek, de regenboog, disegno versus colore, Newton, het palet, Goethe, kleur en muziek, bespreekt hij voorbeelden vanaf de Griekse oudheid tot en met de twintigste eeuw. Dit historische overzicht relativeert de moderne opvattingen over kleur en plaatst tegelijk bepaalde activiteiten van hedendaagse kunstenaars, zoals de belangstelling voor alchemie, in een nieuw perspectief. Colour and Culture biedt een schat aan fascinerende details en de schitterende kleurenreprodukties met korte toelichtingen kunnen bovendien als zelfstandig beeldverhaal worden gelezen.

Gage behandelt niet alleen de vele bizarre theorieën die in de loop der eeuwen over kleur ontstonden - zelfs op een beperkt terrein als de middeleeuwse heraldiek blijkt de kleurensymboliek niet eenduidig - maar besteedt ook aan materiële en technische aspecten veel aandacht. Tussen materiële en symbolische waarde van een kleur bestaat soms een opmerkelijk verband. Zo werd in Italiaanse contracten met schilders vaak vastgelegd dat Maria's mantel met kostbaar ultramarijn geschilderd moest worden. Bij Van Eyck is zij daarentegen vaak in een rode mantel gekleed omdat in de vijftiende eeuw in de Nederlanden scharlaken de duurste verfstof voor textiel was.

Na vele pogingen om kleuren te standaardiseren vond tenslotte het idee van drie primaire en drie complementaire kleuren algemeen ingang. In de jaren twintig deed de schilder Kandinsky nog een naïeve poging om dit systeem verder te verfijnen door de primaire kleuren met vierkant, cirkel en driehoek te verbinden. De enquête die hij onder leerlingen van het Bauhaus deed, kwam (dankzij zijn lessen en publikaties) redelijk overeen met zijn opvattingen: vierkant-rood, driehoek-geel en cirkel-blauw. Collega-docenten als Klee en Schlemmer waren het echter niet met hem eens. Volgens de laatste was de cirkel rood en Klee merkte tijdens een debat boosaardig op dat een gele eierdooier rond is.

In Duitsland en bij de Stijl-kunstenaars in Nederland bracht de wetenschappelijke kleurenindeling van de Duitse chemicus en Nobelprijs winnaar Ostwald in de jaren twintig wel discussies op gang over ratio versus (artistieke) intuïtie, maar volgens Gage raakten de meeste kunstenaars door de groeiende complexiteit van dit soort kleursystemen uiteindelijk vervreemd van alle theorievorming. 'You see what you see' is een bekende uitspraak van de Amerikaanse minimal kunstenaar Frank Stella. Colour and Culture eindigt in de jaren zestig met Stella en de Amerikaanse minimal art. Recente ontwikkelingen met beeldschermen en computers blijven in deze mooie studie buiten beschouwing. Na dertig jaar moest hij zijn historisch onderzoek afsluiten, schrijft Gage, maar het raadsel kleur is nog lang niet opgelost.