Effectenbeurs wil einde aan notering CSM

AMSTERDAM, 23 SEPT. De Amsterdamse effectenbeurs is een nieuwe procedure begonnen om een eind te maken aan de notering van de aandelen van levensmiddelenproducent CSM. Het conflict is drie jaar geleden ontstaan doordat CSM niet wilde voldoen aan de verscherpte beursvoorschriften voor de bescherming tegen onvriendelijke overnames.

CSM zal zich “maximaal verzetten” tegen de beursmaatregel, zo zei bestuursvoorzitter ir. G. van Loon van CSM vanochtend in een reactie. Als CSM uiteindelijk in het ongelijk wordt gesteld, zal het bedrijf de gewraakte beschermingsconstructie schrappen en twee andere beschermingswallen opwerpen die wel door de beurs zijn toegestaan. Van Loon verwacht dat de procedure inclusief het hoger beroep met gemak een jaar kan vergen. Zolang in hoogste instantie geen oordeel is geveld, zal de beursnotering van de aandelen gehandhaafd blijven, zo heeft de beurs toegezegd.

CSM heeft samen met de beleggingsmaatschappij Wester Suiker, waarover CSM de directie voert, als enige zogenaamde niet-royeerbare certificaten van aandelen uitstaan. Deze aandelen geven de belegger geen enkele zeggenschap. De beurs heeft deze categorie aandelen drie jaar geleden in de ban gedaan en ligt sindsdien met CSM overhoop. Er loopt al een bodemprocedure bij de Amsterdamse rechtbank. CSM zegt zijn zelfstandigheid te danken te hebben aan de ondoordringbaarheid van de niet-royeerbare certificaten toen begin van de jaren zeventig een beursoverval werd gedaan. Sindsdien is CSM een geharnast voorstander van dit soort certificaten.

CSM zal tegen de maatregel van de beurs in beroep gaan bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer, de STE, die onder meer waakt over de beurshandel. Tegen de beslissing van de STE is weer beroep mogelijk bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

In deze fase van de procedure wil Van Loon niet inhoudelijk ingaan. Hij is wel verbaasd over het argument van de beurs dat zich in de handel in aandelen CSM omstandigheden voordoen “op grond waarvan de normale en regelmatige markt voor dit fonds niet in stand kan worden gehouden.” Wat daarmee bedoeld wordt is Van Loon onduidelijk. De beurs wil niets kwijt over deze zinsnede. In financiële kringen wordt het argument van de beurs in verband gebracht met het criterium van “gelijke monniken, gelijke kappen” dat het ministerie van financiën jaren geleden heeft uitgevaard. Dat komt erop neer dat er niet twee categoriën bedrijven genoteerd kunnen staan op de beurs: een met toegestane beschermingsconstructies en een met verboden constructies.