Een Duits Engeland; Politieke thriller van John Bowen speelt in een denkbeeldige wereld

John Bowen: No Retreat. Uitg. Sinclair-Stevenson, 309 blz.. Prijs ƒ 51,-

Als Duitsland in 1942 Engeland verslagen had en de Verenigde Staten hadden zich niet in de Tweede Wereldoorlog gemengd, dan zag Europa er nu misschien zo uit als John Bowen het zich voorstelt. De Duitsers heersen in zijn roman over ons hele werelddeel, niet al te streng, als de onderworpen volken zich maar netjes gedragen. Hun rijk is een van de drie die de aardbol domineren, ongeveer zoals in George Orwells Nineteen Eighty-four. De andere grote machten zijn die van de Amerikanen en de Japanners. In 1992 voeren zij oorlog tegen elkaar in het Midden-Oosten; in Engeland, waar No Retreat speelt, is daar weinig van te merken behalve aan enkele tekorten, van olie in de eerste plaats.

John Bowen, als schrijver van thrillers vooral bekend door The Precious Gift van twee jaar geleden, heeft een gave om verbeeldingswerelden op te roepen waarin misschien zijn figuren maar zeker zijn lezers gespannen rondkijken. De personen die hij laat optreden in zijn nieuwe boek hebben op zichzelf weinig te betekenen. Geen lezer zal zich betrokken voelen bij hun lotgevallen, maar velen zullen opgenomen worden in die denkbeeldige wereld van onze tijd.

Het doet er niet toe of wij geloven dat de politieke indeling van de wereld zo had kunnen worden als Bowen hem voorstelt. De kracht van zijn fictieve Engeland ligt in de gelijkenis met de werkelijkheid waarin wij leven. De Engelsen die hij uitbeeldt zijn middelmatig welvarend, en moreel neutraal. Zij kunnen niets verhelpen of veranderen, en waarom zouden ze: het gaat hun goed genoeg. Hun regering heeft alleen in zaken van strikt binnenlands belang het laatste woord. Als er iets bijzonders op het spel staat moet de Reichsprotektor in Londen zich uitspreken, maar het dagelijks leven lijkt op dat van vroeger, hoewel met meer Duitse termen in algemeen gebruik.

Zo is de geschiedenis niet verlopen sinds 1942, en het is dus een vreemde wereld die Bowen oproept, maar het vreemde komt de lezer vertrouwd voor. De reële Europeaan van 1994 kent in Brussel ook zo'n supra-nationaal gezag, dat nog niet het allerlaatste woord heeft maar in toenemende mate het voorlaatste woord, waar het vaak bij blijft. Wat de morele neutraliteit betreft, veel mensen vinden dat de wereld fatsoenlijk en barmhartig beheerd hoort te worden, maar het wordt iedereen steeds duidelijker dat dat niet te regelen is. Uit alle hoeken van de wereld zien wij in onze gezellige huiskamers de mensen hongeren en sterven, en hoe warm ons gevoel ook protesteert, wij mengen ons niet in hun zaken.

De verwantschap van het reële 1992 met dat van John Bowen dringt geleidelijk tot de lezer door. Intussen speelt er een verhaal van spionage en terrorisme om de gedachten af te leiden. Een groep van vijf Britten, getraind door de Britse regering in ballingschap in Amerika, landt bij nacht in Wales, neemt contact op met het binnenlandse verzet en splitst zich in twee spionnen en drie terroristen met de opdracht om de Reichsprotektor te vermoorden. Daarmee zou bereikt moeten worden dat de Britten in opstand of tenminste in beroering komen. Wat de regering in ballingschap daarna denkt te doen om van de verwarring te profiteren heldert Bowen niet volmaakt op. Wij mogen aannemen dat de ministers hun plannen bedenken om iets te doen te hebben, maar een denkbeeldig 1992 heeft zoveel kanten dat een roman niet alles plausibel kan maken. De schrijver van een alternatieve geschiedenis heeft bovendien te stellen met een lezer die meer dan anders neigt tot twijfelen en tegenspreken, want niemand weet hoe het gegaan zou zijn.

Bijna niemand zal daarom Bowens boek lezen zonder momenten van ongeloof. Daar is het niet mee veroordeeld, de tegenspraak animeert het lezen, en in laatste instantie is er een kwestie aan de orde van meer belang dan de waarschijnlijkheid, namelijk de morele neutraliteit.

Wanneer de Engelse overheid in Londen de moord op de Reichsprotektor niet kan ophelderen besluit zij tot een laat-nazistische maatregel om de Duitsers te overtuigen dat zij het ernstig meent. Alle zestig volwassen mannen van een stil dorpje in de buurt van Oxford zullen terechtgesteld worden op grond van een flauw vermoeden dat enkelen iets geweten hebben van de terroristen; de vrouwen en kinderen zullen weggevoerd worden, en de huizen met de grond gelijkgemaakt. Bowen laat ons de vergadering van de ministerraad bijwonen waar tot deze maatregel besloten wordt, zodat wij zien wat er voor aarzelingen zijn: een paar maar, want het moet toch zo, om Berlijn tevreden te stellen. Niet dat Berlijn er zich al mee bemoeid heeft; de ministers willen de Duitse woede voorkomen.

Het doet pijn om te lezen hoe het in het dorpje toegaat in de nacht dat het omsingeld en leeggehaald wordt, en op de morgen van de executies. Dat is dan nog maar het verhaal. De beschuldiging achter het verhaal is dat rustige Engelse ministers zo'n besluit zouden nemen, zonder dat er druk op hen hoeft te worden uitgeoefend, om erger te voorkomen. Zij lijken niet wreed, of harteloos. Zij zijn moreel neutraal, zonder innerlijke overtuiging als zij in extreme situaties geplaatst worden.

Met die gedachte in het hoofd dwaalde ik na No Retreat terug de reële wereld van 1994 in. Die lijkt dan niet uit een heel ander soort hout gesneden. Al moeten wij onze vastberadenheid en barmhartigheid niet onderschatten, er is reden om te twijfelen, en in Bowens wereld net als in de onze bedoelen de meeste mensen het niet kwaad. Vandaar dat het verdwenen dorpje jaren later herbouwd wordt als attractie voor toeristen, in een opgewekte cynische slotpassage.