De nieuwe krant

Wired, september 1994, ƒ 12,75.

Het Amerikaanse maandblad Wired staat meestal vol met het laatste nieuws over interactieve film en muziek, de digitale snelweg, internet en e-mail. Het septembernummer bevat ook een artikel over zoiets ouderwets als de krant. Auteur Jon Katz vraagt zich af hoe kranten aansluiting kunnen vinden bij wat hij noemt de online culture. Dàt ze dat moeten doen staat voor hem buiten kijf - ze dreigen toch al 'de grootste verliezers van de informatie-revolutie' te worden.

Langzamerhand begint de traditionele pers in de gaten te krijgen, betoogt Katz, dat haar ingrijpende veranderingen te wachten staan door de snelle opkomst van computernetwerken waarover nieuws uitgewisseld kan worden. Maar de technologische achterstand van kranten en tijdschriften is niet hun grootste probleem. Hun onbegrip voor de compleet nieuwe cultuur acht hij veel ernstiger. De cultuur van het computernieuws is informeel en direct, en 'kweekt een gevoel van verwantschap, van eigendom en participatie dat in de commerciële media nooit heeft bestaan.'

Al tientallen Amerikaanse kranten en tijdschriften - waaronder The New York Times, Time, National Geographic - bieden elektronisch artikelen, tips en andere diensten aan. En steeds meer kranten gaan, zoals dat heet, online - eind dit jaar zouden het er al 3.000 zijn.

Maar is het wel zo aantrekkelijk de papieren krant op te geven voor een elektronische krant, ook al brengt die het nieuws sneller? Kranten die domweg artikelen elektronisch aanbieden vergeten wat zo prettig is aan een krant, en zien niet wat het bijzondere is van online communicatie: redacties kunnen het contact met hun lezers verstevigen en de lezers onderling laten communiceren. Katz ziet de nieuwe technologische mogelijkheden dan ook niet als bedreiging voor de traditionele pers, maar als aanvulling.

Met het idealisme dat veel profeten van de nieuwe media kenmerkt, bepleit hij dat krantenredacties in elektronische brievenrubrieken in discussie gaan met hun lezers. Journalisten zouden hun stukken niet alleen moeten ondertekenen met hun naam, maar ook met hun e-mail adres. Als lichtend voorbeeld noemt hij de redactiechef van Time, die per computerpost direct in discussie ging met lezers die verontwaardigd waren over een afbeelding op de voorpagina van het blad.

Kranten zullen 'naar ons moeten luisteren', aldus Katz. Want dat blijkt zijn utopie te zijn: 'iets dat dicht bij een goede krant staat, maar met een andere ideologie en ethiek: een medium dat zijn consumenten bijna evenveel macht geeft als zijn verslaggevers en redacteuren'. Het is de vraag of daarmee niet het wezen ontkend wordt van een krant met persoonlijkheid: dat zij iedere dag weer een niet democratisch tot standgekomen, maar wel te verantwoorden produkt is van een bepaalde, en dus beperkte, groep journalisten.