De mantel der liefde weggegrist; Claude Goretta's verfilming van Het verdriet van België

Wie een boek verfilmt, moet het onderwerpen. De Zwitserse regisseur Claude Goretta maakte een televisieserie van Het verdriet van België, de roman van Hugo Claus. Op het Nederlands Film Festival wordt de serie morgenmiddag, voor het eerst en in zijn geheel vertoond. “Een roman eist van de filmer dat hij voortgaat waar de schrijver een punt zette.”

Het verdriet van België wordt morgen (24 sept) integraal vertoond tijdens het Nederlands Film Festival, vanaf 14u in theater City in Utrecht. M.i.v. 30 sept. zendt de NOS de serie wekelijks uit, telkens op vrijdag, Ned. 3, 20.29-21.24u (5 delen).

Het is nog net geen oorlog, het is oorlog, het is net geen oorlog meer. Louis wordt soms 'ik', 'ik' wordt weer Louis, tot ten slotte, in de laatste alinea, de kleine Louis Seynaeve zeventien is geworden. Een man en definitief 'ik': “Hij zei niets meer. Dus ik ook niet. (-) Wij hoorden de saxofoon en de paukeslag. Wij zagen een meeuw die hinkte. We gaan zien. Wij gaan zien. Toch.”

Louis is de hoofdpersoon van Het verdriet van België. Het verdriet van België is een van de mooiste romans die ik ken en hij werd geschreven door de ik die Hugo Claus heet.

Louis Seynaeve is van alles, vooral een leugenaar en het meest de verrader van wie hij lief heeft. Van zijn beste vriend, van zijn leermeester, van zijn moeder, van zijn vader. Louis' vader Staf is een zelfverzekerd mens op wie het 11-jarige zoontje trots is: “Het gemak waarmee hij de leugen uitsprak. (-) De durf van zo'n levensgroot, op het moment zelf geschapen, verraad!”. De vader is flamingant en wordt een overtuigd collaborateur met de bezetter van zijn land. Een verliezer is de vader ook en, steeds meer, een pantoffelheld, koppig, kwaadaardig, kortzichtig. Maar een vader, ontegenzeggelijk. Eentje die krabbepootjes meebrengt als hij - de oorlog is inmiddels voorbij en zijn dreigende veroordeling wegens landverraad liep met een sisser af - naar Blankenberge is geweest omdat hij de zee wilde zien. Moeder Constance eet er niet van. Zij is allang zijn vrouw niet meer. Ze is moeder van een doodgeboren broertje. Ze is de verliefde geliefde van de Duitse officier waar ze voor werkt. Ze is, ondanks alles, nog altijd het meest de moeder van Louis - “poeslief en bitter, haar lange vingers met de scharlaken gelakte nagels in haar dorre schoot waar ik ooit in deinde, vlotte, noodgedwongen.”

Louis, zijn moeder, zijn vader, ze deinen samen voort, niet in hun vruchtwater, wel in elkaars vaarwater. Stuurloos dobberen ze in een in katholicisme versloten Vlaamse wereld, vol ouders, Tantes en Nonkels, vol nonnen en priesters, vol oude bekenden en bekende vijanden, vol buurvrouwen en cafékameraden.

Het verdriet van België verscheen in 1983 en de geruchten over verfilming lieten niet lang op zich wachten. Wie het boek leest, ziet ze immers voor zich, de Seynaeves en meer nog het Vlaamse kleinburgerstadslandschap waar hun stam op woekert. Vijf jaar terug was het plotseling rond. Geen speelfilm werd er aangekondigd, een televisieserie ging het worden. Hugo Claus schreef zelf scenario en dialogen, de regie werd toevertrouwd aan Claude Goretta, een Zwitserse cineast die net vergeten dreigde te raken.

De keuze voor Goretta was verrassend maar verre van onvoorstelbaar. Hij maakte in 1973 met zijn tweede film, L'Invitation, een klein meesterwerk en een jaar later ging hij verder in hetzelfde spoor met Pas si méchant que ça. In beide films toonde hij zich gevoelig voor de emoties van kleine lieden in het kleine Zwitserland. In L'Invitation omcirkelde hij een kuddetje kantoorpersoneel op een onverwacht luxueus feest van hun sloomste collega, in zijn volgende film beweende hij de jonge man die banken gaat beroven om de salarissen van de werknemers in zijn failliete familiebedrijf te kunnen uitbetalen. Vooral van pijnlijke momenten zag Goretta de tragische humor in. Kwalijk gedrag vertederde hem en hij beminde zijn personages oprecht zonder hun ingesleten slechtigheid weg te willen poetsen. Dat alles roept in de verte op wat Hugo Claus bindt aan de figuren die hij Het verdriet van België liet bevolken: haat hij of houdt hij van ze? Dat weet hij zelf niet eens. Maar hij voelt hoe dan ook voor ze, voor hun domheid, hun lelijkheid, hun gemeenheid.

Ik houd van literatuurverfilmingen. Een filmmaker begint er uit liefde aan, maar hij is een geboren potentaat en de schrijver daagt hem uit tot energieke vindingrijkheid. Wil hij een boek verbeelden, dan zal hij het moeten onderwerpen. De dialogen krijgen geluid, de woorden moeten weg. Een roman eist van de filmer dat hij voortgaat waar de schrijver een punt zette. Met verschuldigd respect, maar toch.

Terwijl ik de serie Het verdriet van België bekeek, realiseerde ik me ineens dat Goretta na de twee genoemde films er nog een maakte. La dentellière (1977) heette die en het was een steile, moralistische film over een zwijgzame kapster die zichzelf letterlijk met stomheid slaat als reactie op een liefdesrelatie met een egocentrische student. Die film was me niet voor niets ontschoten. Koel was hij, flets, passieloos. Niet vervelend, niet saai, maar onuitgesproken. Goretta had zijn zwier afgelegd, zijn gevoel voor betrekkelijkheid, zijn flair voor melancholie.

Voor Het verdriet van België, waar die stijlkenmerken wonderen hadden kunnen doen, riep hij ze niet terug. Hij ging voorbij aan de provocaties van de roman, hij ging niet verder waar het scenario van Hugo Claus hem leidde, hij maakte pas op de plaats.

Kil en grijs

Goretta benadert van buitenaf waar Hugo Claus van binnenuit schreef. Zijn film oogt van begin tot eind, dat wil zeggen zo'n viereneenhalf uur lang, kil, groen, grijs. Zoals het door Claus opgeroepen Vlaanderen in oorlogstijd, jazeker. Maar zonder de schittering van diens zwartkomieke blik en dat maakt alle verschil. De personages werden bij Goretta zonderlinge monsters die in optocht aan hem voorbij schuiven. Hij raakt hen niet, zij raken hem niet. Belangsteling voor het Vlaamse landschap bracht hij niet op, passie voor de straatjes had hij evenmin als oog voor interieurs. Steeds blijft hij afstandelijk, bijvoorbeeld in Oostende, in de statige galerij van het fameuze Thermae Palace Hotel, waar het gebarsten plaveisel en de brede zuilen misplaatst deftig raken aan zee en strand. Maar dat merkt niemand, want Goretta laat het surrealisme van die plaats geen ogenblik op zijn beelden inwerken.

Had hij zich maar het stadje binnengewaagd, dan was hij vanzelf de Vlaanderenstraat ingewandeld en gestoten op het kleine, aan James Ensor gewijde museumpje in het voormalige woonhuis van die schilder. Ensor (1860-1949) schilderde de ziel van Vlaanderen zoals Claus hem later in woorden zocht, wreed en toegewijd. Hij componeerde feestelijkheid en stompzinnigheid in bataljons van botte, uitbundige smoelwerken, die zich niet bewust willen zijn van de overal op de loer liggende skeletten. Want Goretta ging niet alleen onderuit doordat hij het Vlaams niet machtig is, wat een algehele harkerigheid van de meeste acteurs tot gevolg had. Hij geeft er in zijn film steeds blijk van dat hij geen weet heeft van sigaarrokende aardappeleters in hun beste pak of braakliggende vrouwenlevens vol frivole pretenties. Hij zocht naar realisme en voor hij het wist had hij Het verdriet van België vervlakt tot een schappelijk verhaal over een Vlaamse familie die fout was in de Tweede Wereldoorlog.

Naakte feiten

In een interview met deze krant vertelde Hugo Claus hoe hij een keer de set van Goretta bezocht: “Ik ben een keer geweest en ik wilde hem meteen wegduwen. Zie je dan niet dat het heel anders moet? Dat zit 'm in details.” Nu Claus het scenario schreef, had Claus deze film zelf moeten regisseren. Claus reduceerde in zijn scenario zijn roman tot het kale verhaalverloop. Maar hij veronderstelde van allerlei vanzelfsprekend, wat voor een Zwitserse filmer niet voor de hand lag.

In de televisie-serie werden me elementen duidelijk die ik bij het lezen van de roman had gemist. Daar lagen de verhaallijnen vaak verborgen. Maar hoewel ik nu alles begrijp, voel ik me door de verfilmer beroofd. Claus overwoekerde de wederwaardigheden van het gezin Seynaeve en hun familieleden met anekdotes en observaties, die hen echter meer tekenen dan wat ze precies doen of meemaken. Deze mantel der liefde griste Goretta weg, en dat neem ik hem kwalijk. Hij drong me begrip op voor naakte feiten, waar ik het recht wil hebben op een dek van veelzeggende beelden.

Dat is een onredelijk eis, ik weet het. Het wordt de cineast, zeker wanneer hij een televisieserie maakt, zelden toegestaan om zich de particuliere vrijheden te veroorloven, die romans en toneelstukken wel bijzonder mogen maken. Wie een boek verfilmt heeft het dubbel zwaar: zo grillig als de schrijver zal de filmer, met producenten en kijkcijferrekenaars als bewakers, steeds minder mogen zijn. Hij moet zwemmen met een hand op zijn rug gebonden. Dat geeft een onsierlijke slag, als de zwemmer al niet zinkt.