Benito

Het ANP had een mooie foto: Regilio Tuur kijkend naar zichzelf in de spiegel. De ogen lagen heel diep. Geen wallen, geen lelijke lijnen in het gezicht. Hij leek niet ontevreden met het vogelkopje en dat was terecht. Boksers staan uren voor de spiegel, tot ze zichzelf omgetoverd hebben in een eigentijdse James Dean. Dat is meer dan een ritueel. Gevat worden voor een wedstrijd door de eigen schoonheid is belangrijker dan trainen op kracht en souplesse. Wie zichzelf tot held van het witte doek verheft, wil minder incasseren, danst en flitst toch iets hardnekkiger van de slagen weg. Een jeune premier gaat tenslotte ook subtieler met het scheermes te werk dan een uitgewoonde houthakker.

Het gaat niet alleen om de kop, het hele lichaam van de bokser schreeuwt om welstand en welbehagen. Op zijn achttiende liep Tuur al rond met een fonkelende briljant aan de vinger en een Ferrari-horloge om de arm. Als mode-freak was hij John de Wolf ver vooruit. Chic en extravagant willen zijn is bij een beetje bokser een tweede natuur geworden. Mohammed Ali en Sugar Ray Leonard waren in hun tijd ook textiel-gevoelig en bezeten door een extreme parafernalia-zucht. Misschien wel als antwoord op het offer: een lichaam dat zoveel wil incasseren moet beloond worden. Reken maar dat Mike Tyson zijn dagen in de gevangenis doorbrengt in een zijden pyjama.

De persoonsontdubbeling van Regilio Tuur in en buiten de ring is radicaal. Op de mat staat hij te bluffen met het pezige lichaam vol snelle spiervezels. De wreedheid in de blik degradeert iedere tegenstander tot een glazen kinnetje. Aangekleed, achter een koffie op het terras, wordt Tuur pas echt een vedergewicht. Letterlijk een mens in pocketformaat, schraal en nietig zoals ze tegenwoordig niet meer worden gemaakt. Dan praat hij, op een bejaarde toon, het liefst over zijn moeder, zijn lief en de Almachtige die niet uit zijn hart zijn weg te slaan. Voor geen goud. Dan laat hij de stille woestijn in zichzelf spreken. Boksers fascineren me alleen buiten de ring. In de combinatie van kinderlijke onsterfelijkheid en vertederend fetisjisme.

Ik ken niemand die zo mooi en erotisch kan spreken over het genot van een bad na een wedstrijd als Regilio. Adèle Bloemendaal is een amateur in het spel met sop en zeepbellen. Niet in de hand van de scheidsrechter, maar in het bad ontstaat de echte bevrijding voor de bokser. Als de toque - die zware leren beschermkap voor de edele delen - is afgeworpen. En nog verlossender: als de kwaaltjes tussen de tenen door het water worden gebalsemd. Boksers hebben gevoelige voeten. De zweetlaarsjes zorgen altijd voor klein ongerief tussen de tenen. Een knock-out lijkt me een geringere straf dan afpellende tenen.

Natuurlijk gaat Regilio Tuur uit Hoogvliet er quasi achteloos van uit dat hij de vacante WBO-wereldtitel pakt. De psychologische oorlogvoering van Eugene Speed wijst op angst en twijfel. Dan ruiken punchers als Tuur bloed. Hoewel: in deze sport kan van onzekerheid steeds meer razernij komen. De magie van de Grote Waffel is eigenlijk met Mohammed Ali ter ziele gegaan. Zelfs Tyson is nooit verder geraakt dan het armoedige nabootsen van Ali's martiale verbalisme. De wolventaal is geruisloos uit de bokssport aan het verdwijnen. En dat scheelt in de populariteit van de ring. Die had veel, zo niet alles, te maken met de aangekondigde, geritualiseerde orgie van geweld. Ook boksers worden stilaan grijze muizen die meer aan een zakjapanner dan aan een gevecht op leven en dood doen denken.

Regilio Tuur zit als gegoten in deze geciviliseerde omslag. Het 'scheetje', zoals hij door zijn Surinaamse vrienden nog steeds wordt genoemd, doet wel pogingen om een echte vent te zijn, maar hij heeft zijn gewicht, zijn koppie en zijn provinciale aura tegen. Ook al uit hij zich steeds vaker in het Engels, de cosmopoliet legt het immer af tegen de commercieel lepe dorpsjongen. Speed is trouwens een betere naam voor een wereldkampioen. Ik hoor de oude galm alweer door Ahoy' dreunen: Tuurke, Tuurke, Tuurke. Gevolgd door olé, olé, olé. Goed bedoeld gekrijs maar contra-productief. Tuurke is geen naam voor een bokser en nog minder voor een wereldkampioen. Tuurke is de naam van een duivenmelker. Als de massa (?) de vedergewicht straks naar een verwoestende rechtse hoek wil opzwepen, zal ze dus een andere roepnaam moeten bedenken. Regilio kan niet, de r en de g blijven in de keel hangen. Zijn tweede voornaam, Benito, is wel wat. Benito betekent mooi. En tintelt als de titel van een dweperig chanson.