Amerikaanse roots-muziek met Nederlandse teksten sober over het voetlicht; De Dijk probeert de geest te laten waaien

Concert: De Dijk. Gehoord: 22/9 De Nieuwe Slof, Beverwijk. Herhaling: 23 en 24/9 Paradiso, Amsterdam, 29/9 Rijnhal, Arnhem, 30/9 Feesttent, Bergen op Zoom, 1/10 Sporthal, Schermerhorn, 6/10 Oosterpoort, Groningen, tournee t/m december.

De deskundigen zullen het waarschijnlijk nooit eens worden, of er Nederlandstalige popteksten bestaan die tot de 'officiële' poëzie gerekend mogen worden. De omgekeerde route verloopt minder moeizaam, gezien de vanzelfsprekendheid waarmee artiesten als Jan Rot en Tröckener Kecks gedichten van Jan Hanlo, Willem de Mérode en Jan Cremer op muziek hebben gezet. Ook het credo van de dichter Simon Vinkenoog is met ingang van nu opgenomen in de canon van de Nederlandse popmuziek. 'De geest moet kunnen waaien', zingt Huub van der Lubbe in het openingsnummer van het nieuwe, negende album van De Dijk. De titel De Blauwe Schuit werd ontleend aan een middeleeuws gilde van potsenmakers, die liederen zingend en feestvierend van stad naar stad trokken. 'Noemen we dat tegenwoordig niet rock & roll?' luidt de retorische vraag die De Dijk zich stelt.

Zo poëtisch als Van der Lubbe in zijn teksten voor de dag kan komen, zo prozaïsch benadert De Dijk haar muziek. De formule is al enkele jaren hetzelfde: Nederlandse teksten in combinatie met Amerikaanse roots-muziek. De tragikomische blues van de debuutsingle Bloedend Hart uit 1982 maakte plaats voor authentiek klinkende rock- en soulmuziek, die op de laatste drie cd's van de Amsterdamse groep tot in de puntjes werd geperfectioneerd. De schetterende accenten van de tweekoppige blazerssectie herinneren aan de Stax-soul van eind jaren zestig. Niet alleen de muziek, maar ook de thema's uit de Memphis-soul dienen tot inspiratie. Zo is de ballade Als Ze Er Niet Is een variant op het liefdesdrama van William Bell's You Don't Miss Your Water ('Til Your Well Runs Dry).

Afgezien van een handvol nieuwe liedjes, is er hoegenaamd niets veranderd aan de sobere manier waarop De Dijk haar oerdegelijke muziek al jaren met succes over het voetlicht brengt. De groep heeft het vermogen om een stijve theaterzaal binnen een handomdraai het aanzicht te geven van een zweterig jeugdhonk. In de geluiddichte Beverwijkse cultuurbunker De Nieuwe Slof moest De Dijk het niet hebben van een spectaculaire show of van grote muzikale verrassingen. Van der Lubbe leek oprecht verbaasd, toen bleek dat zelfs de nieuwe nummers al door velen werden meegezongen. “Iedereen kan het”, zo relativeerde hij zijn gitaarspel in het fraaie, country-achtige nummer Laaiend Vuur. Voor een groep die de mond vol heeft over vuur, feest en het bruisende leven in de grote stad, werd er tamelijk routinematig gespeeld. Nu de premièrekoorts is geweken, kan De Dijk de geest misschien nog eens echt laten waaien.