'Als een patiënt echt ondraaglijk lijdt, dan help je'; PvdA-Kamerlid èn huisarts Oudkerk tornt niet aan regeling

DEN HAAG, 23 SEPT. “Ik hoop altijd dat het allemaal niet doorgaat. Het is het ergste wat je kan overkomen. De meeste huisartsen krijgen verdriet, schuldgevoel, boosheid, slapeloosheid. Een heleboel huisartsen weigeren soms euthanasie. Niet wegens gewetensbezwaren, maar omdat ze het gewoon niet kùnnen. Dat vergeet iedereen altijd. Professioneel handelen? Geen sprake van, een fabel. Ik ben altijd weer teleurgesteld als mensen tijdens discussies niet inzien hoe de realiteit is voor artsen.”

R. (Rob) Oudkerk is behalve Tweede-Kamerlid (PvdA) één dag in de week huisarts in Amsterdam. Zijn praktijk, die hij met een collega vanuit de binnenstad voert, telt tweeduizend mensen. Waaronder relatief veel ouderen en aidspatiënten. De “indianenverhalen” over rondreizende euthanasie-artsen, onzorgvuldige medische praktijken, de aanscherping van het vervolgingsbeleid en het fenomeen euthanasietoerisme hebben de discussie over levensbeëindigend handelen geen goed gedaan, zegt Oudkerk (39). En veel onrust teweeggebracht; onder artsen, maar ook onder patiënten. Euthanasie en hulp bij zelfdoding horen bij het vak. “Als je ooit een patiënt hebt meegemaakt die echt ondraaglijk lijdt, dan help je”, zegt Oudkerk. Hoe moeilijk dat soms ook is.

“Een collega van mij uit de buurt had met een aids-patiënt afgesproken dat hij op zondagochtend zou komen om euthanasie te plegen. Hij zou blijven tot hij dood was. Het was vantevoren aangemeld bij de officier van justitie. Hij belt aan om half elf 's ochtends. De vader van de patiënt doet open en zegt: 'Daar is de beul'. Vreselijk. Daar heeft die collega weken mee rondgelopen. Hij heeft die injectie gegeven. Hij bleef maar denken: wie ben ik dat ik iemands leven moet beëindigen. Zo voel ik dat ook. Ik denk dat ik rechtsomkeert had gemaakt.”

Spelen die persoonlijke ervaringen een rol bij het Kamerlid Oudkerk?

“In de politiek probeer ik daarvan zoveel mogelijk afstand te nemen. Ik baseer me wel op de verhalen die ik hoor in de wandelgangen. Dingen die artsen niet vertellen op het NOS-journaal. Ik weet - niemand zegt dat hardop - dat het afgelopen jaar minder euthanasiegevallen zijn gemeld door artsen. Patiënten die tegen de arts zeggen: 'Dokter, ik wil niet dat u in die ellende van justitie terechtkomt, meld het nou maar niet'. Ik vind niet-melden fundamenteel onjuist. Maar alleen al door de uitspraken over een mogelijke verscherping van het vervolgingsbeleid in het afgelopen jaar, zowel van Kohnstamm (toenmalig D66-Kamerlid, red.) als van Hirsch Ballin (toenmalig minister van justitie), zijn artsen minder gaan melden. Het taboe op de zelfgekozen dood zou pas echt doorbroken worden als iedereen durft te melden.”

Hoe zwaar weegt de kans op vervolging voor de beslissing van een arts?

“Een arts denkt niet na over vervolging als hij voor de vraag 'ja' of 'nee' staat. Wel of hij het zal melden. Een dokter zei laatst tegen me: 'Ik ben toch geen verdachte? Ik help iemand. Wat krijgen we nou?' Maar eventuele angst voor vervolging is bij een euthanasieverzoek niet aan de orde.”

Er zijn artsen die patiënten niet doorverwijzen omdat ze niet willen meewerken aan een strafbaar feit.

“Uitspraken daarover zijn één van de oorzaken van de onrust geweest. Maar wat moet je dan als patiënt? Een levenseinde met iemand aan je bed die je niet kent en die je een spuit geeft. Hàllo, dat is nogal wat. Eigenlijk zouden artsen zelf het initiatief moeten nemen om te zeggen: 'als we de patiënt niet kennen, dan doen wij dat niet'. Maar dan laat je mensen stikken, dat kan niet. Je krijg dan een shoppende patiënt, op zoek naar een arts. Dat is een ramp. Maar het idee dat er euthanasie-artsen zijn die drie keer met de patiënt praten en dan een spuit geven, is een waanidee. Als je de patiënt niet goed kent ben je tien keer zo zorgvuldig. Al die verhalen over rondreizende euthanasie-artsen zijn onwaar. Je kunt het wel zo vertalen, want inderdaad willen sommige artsen niet meewerken. Er zijn dus rondreizende patiënten. Ik heb liever dat de eigen huisarts het doet. Hoe kun je in godsnaam een vertrouwensrelatie opbouwen met een dokter die je niet kent, ten aanzien van zo'n probleem.”

Het levert voor een patiënt een groot probleem op als hij niet weet of de arts bereid is te helpen.

“Een richtlijn om bij een eerste consult te zeggen of je als arts voor of tegen euthanasie bent zou een hoop oplossen. Veel artsen hebben tegenwoordig een patiëntenfolder. Wij hebben daar bijvoorbeeld in staan: wij doen niet aan alternatieve geneeswijzen. Waarom zou je euthanasie niet kunnen opnemen in zo'n folder? 'Met vragen rondom euthanasie of andere medisch-ethische kwesties kunt u bij ons terecht', of niet. Je zou er een enorm taboe mee doorbreken.

“Mensen hebben zo'n ontzettende angst om dingen te vertellen tegen de dokter. Er zullen mensen zijn die expliciet een uitspraak van je willen of je wilt helpen als ze ongeneeslijk ziek worden. Ik zal niet op voorhand zeggen 'als jij je lijden ondraaglijk vindt, dan krijg je pillen'. Dat kan niet. Iedereen denkt dat euthanasie ook daadwerkelijk wordt toegepast als een arts eenmaal heeft gezegd: 'ik help je als het ondraaglijk en uitzichtloos wordt'. In negentig van de honderd gevallen is uiteindelijk geen sprake van euthanasie of hulp bij zelfdoding als de arts zo'n toezegging heeft gedaan. Mensen zoeken geborgenheid.

“In Nederland plegen per week twee mensen boven de zeventig jaar zelfmoord. Omdat ze geen antwoord krijgen op hulpvragen. Ik vraag altijd: 'wat is voor jou nog van waarde om door te leven'. Als je dat niet doet ben je een slechte dokter. Ik ben geen afhaalchinees, niet een Febo waar je een gulden ingooit om dodelijke pillen uit het vakje te halen. Als ik niet kan invoelen wat een patiënt doormaakt zeg ik: 'nee, ik wil u niet helpen'. Als ik dat wel kan, zal ik het doen. Veel mensen willen er uiteindelijk niet aan. Mensen willen helemaal niet dood. Ik heb een aids-patiënt gehad die een drankje kon nemen als het echt niet meer ging. Hij is op natuurlijke wijze doodgegaan. Elke dag dat ik hem zag stelde hij het uit, hij wilde nog praten. Het was ondraaglijk en uitzichtloos voor hem, in optima forma. Maar hij wilde door. Mensen onderschatten dat er voor arts en patiënt enorme moed voor nodig is om het daadwerkelijk te doen.”

Heerst in de publieke opinie niet het idee dat de arts te gemakkelijk ja zegt?

“Dat is door veel van die rare verhalen wel ontstaan, ja. Alsof je anti-grippine komt vragen bij de dokter. Euthanasie is nooit gemakkelijk. Het is de meest afschuwelijke gebeurtenis die ik ken. Collega's - ik ook - hebben vantevoren slapeloze nachten. Ik denk altijd: waarom vraagt die patiënt dat aan mij, was hij maar niet hier. Ik wil dit niet. Ik ben nog nooit dokters tegengekomen die zelf bedenken dat ze het wel genoeg vinden voor de patiënt. Want dan plaats je jezelf tussen God en de mens in. Maar in alle beroepen heb je eikels en boeven, dus denk nou niet dat die er onder artsen niet zijn.

Weet de patiënt zelf wel wat hij wil?

“Vaak niet. Ik had een keer een mevrouw die zei, 'dokter, ik wil dood. Ik heb niks meer'. Ik heb dat paradoxaal aangepakt en zei dat ze gelijk had. 'U heeft ook niks meer, uw kinderen komen nooit, u heeft eigenlijk een rotwoninkje. Als ik u was zou ik er ook over nadenken'. Dat is heel tricky. Een week later scheldt ze mij volledig verrot: 'U zei dat ik niks meer had, mijn kinderen komen één keer per vier weken, mijn boodschappen doe ik nog alleen en met de buurbrouw ga ik één keer per week koffie drinken. Dat mens heeft nog een aantal jaren zo geleefd. Ze had een inschattingsfout gemaakt, want ze had juist nog een heleboel. Maar ik snapte ook dat ze het zou ontkennen als ik zou zeggen dat het allemaal wel meeviel. Je moet heel goed weten wat je doet, want voordat je het weet... Maar wat moet je nou in godsnaam antwoorden als de patiënt vraagt: 'Wat zou u doen dokter, in mijn plaats? Zou u het afwachten, of zou u een spuitje nemen?”

Hoe vaak heeft u zelf een verzoek om euthanasie ingewilligd?

In gedachten maakt Oudkerk een rekensom. “Ik denk dat ik op één per twee jaar zit. Mijn collega, die meer werkt, zit hoger. Vorige maand kwam het voor, en eh, ja, wij hebben nog nooit... wij zijn nog nooit vervolgd. Om de doodeenvoudige reden dat we precies weten hoe het in elkaar zit. Er was nooit een spoor van twijfel. Maar ik hoop steeds weer dat het de laatste keer is. Het is een beetje wishful thinking. Je wil wel graag dokter zijn, maar dingen als hulp bij zelfdoding en euthanasie wil je niet, en je patiënten moeten ook niet doodgaan. Je kunt het niet ontlopen.

“Vaak worden euthanasie en hulp bij zelfdoding als een afgegrensde handeling gezien, maar het is vaak laatste stukje van de puzzel. Een soort continuüm in wat je met die patiënt al had. Ik ben pas zes, zeven jaar huisarts, m'n collega al twintig jaar. Hij begeleidt dus mensen soms achttien jaar en dan kan euthanasie het logische laatste deel van het verhaal zijn. Dat neemt niet weg dat het taboe rondom euthanasie ook bij mij leeft. Ik wil er ook niet over praten. Het is iets van mij, mijn patiënten. Maar daarmee me realiserend dat als ik het niet eens in de openbaarheid kan doen, wie dan wel. Bovendien, ik heb niets te verbergen. Ik heb alles gemeld en geen strafbare feiten gepleegd.”

Vorige week werd het vervolgingsbeleid aangepast aan de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak-Chabot. Dat een patiënt niet in de stervensfase verkeerde is op zichzelf geen reden meer voor vervolging voor de arts. Geeft dat meer duidelijkheid?

“Ja, en ik hoop dat het tot gevolg heeft dat artsen nu alles melden. We moeten over twee jaar bekijken of de huidige euthanasieregeling in de praktijk werkt, en veilig is voor arts en patiënt. Voor zowel de mensen die zeggen: 'ze spuiten me dood zonder dat ik het wil', als de patiënten die wel willen, maar niet worden geholpen. En dat artsen niet meer bang zijn om midden in de nacht van hun bed te worden gelicht - zoals in Amsterdam wel eens gebeurt - omdat ze worden 'verdacht van moord'. Als de wet goed werkt, moeten we ermee doorgaan. Als het niet goed werkt, moeten we het veranderen. Zo simpel is het. We gaan niet - omdat het CDA nu even niet in de regering zit - even snel die wet veranderen. Je moet als meerderheid niet de minderheid iets opdringen. Maar andersom ook niet. Dus met respect voor elkaars standpunten. Wel vind ik dat er onderzoek moet worden gedaan naar de motivatie van patiënten om euthanasie te vragen. “We weten alles van de medische en juridische kant van de zaak, maar van de beweegredenen van de patiënten weten we niets. De menselijke invalshoek ontbreekt. Nu hebben we alleen de indianenverhalen. De noden en de eenzaamheid van waaruit de patiënt om euthanasie vraagt, verhouden zich niet met de manier waarop sommige juristen, medici en politici de discussie voeren.”