Zwaluwstaarten zonder creativiteit

Mavo en vbo zijn tussenstations op de weg naar een beroepsopleiding. Op het oog succesvol. Dik 90% verlaat mavo en vbo tegenwoordig met een diploma. Toch blijkt de verbinding met het vervolgonderwijs al jaren uitermate gebrekkig. Een kwart van de mavo-gediplomeerden haalt het niet in het lang mbo. Met een mavo-diploma op voornamelijk c-niveau heb je daarvoor ook eigenlijk te weinig bagage.

Voor de vbo-gediplomeerden die naar een langere opleiding in het mbo willen, is de slaagkans nog geringer. Die ontdekken dat ze worden afgerekend op de algemene vakken en helemaal niet op de praktijkvakken die twee jaar lang bijna de helft van hun rooster uitmaakten. Gemiddeld valt minstens een van de drie vbo-ers in het lang mbo van zijn fiets.

Het zijn onthutsende verliescijfers van een verouderde systematiek. De huidige niveaudifferentiatie (met vier niveaus) - overigens nog geen tien jaar van kracht - en de vrije vakkenpakketkeuze leveren wel meer diploma's op, maar bieden weinig garantie voor een succesvol vervolg. Want bij de buren in het lang mbo telt vooral dat je een aantal kernvakken op d-niveau beheerst, dat je behoorlijk zelfstandig kan werken en dat motivatie blijkt uit een goede studiehouding. Conclusie: wat mavo en vbo hebben gewonnen aan diploma-percentages, hebben ze verloren aan effectiviteit. Mavo en vbo lijden aan diploma-inflatie en schooltype-devaluatie. 'Mavo is wel het minste dat je hebben moet', verklaren de ouders van basisschoolverlater die ondanks een driekwart vbo-advies bij de avo-scholengemeenschap wordt ingeschreven.

Blauwdruk

In het spoor van de basisvorming zijn diverse verbouwingsplannen voor mavo en vbo op tafel gelegd. Die zijn alle in handen gegeven van de commissie-van Veen met het dringende verzoek om snel een en ander uit te werken. Begin september kwam ze met een lijvig rapport naar buiten.

De pit van het advies zijn de profielen. Onderscheiden worden drie leerwegen naar lang mbo, twee naar alle korte beroepsopleidingen en, voor wie niet verder kan of wil leren, één naar de arbeidsmarkt. Met spanning is naar deze blauwdruk uitgekeken. Maar die valt tegen. De zes leerroutes zitten veel te dicht bij het huidige warrige wegennet. De makke daarvan is de ongelijkwaardigheid. Die is helaas gebleven. In plaats van één hoofdweg naar de lange mbo-opleidingen, te bewandelen vanuit mavo én vbo, blijven er twee routes bestaan: de theoretische leerweg vanuit het mavo en de beroepsgerichte vanuit het vbo.

Jammer genoeg heeft de commissie niet de kans benut om de leerweg naar het lang mbo te plaveien met alleen algemene vakken. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan 'harde' vakken als Nederlands of natuurkunde, maar ook aan de nieuwkomers technologie en verzorging. De tijd dat we maar twee smaken kenden, algemene en beroepsgerichte vakken, is voorbij. De commissie-van Veen laat echter de bonte rij van praktijkvakken staan in de beroepsgerichte leerweg en continueert daarmee de ongelijkwaardigheid. Er wordt een driewegconstructie gelanceerd die het vbo geenszins uit het slop zal halen en de doorstromers uit het vbo al bij de mbo-start op achterstand zet.

Dat steekt schril af bij de positieve consequenties voor het mavo, dat in de plannen teruggebracht wordt op alleen d-niveau. Een hoger gemiddeld niveau in meer relevante vakkenpakketten, dat zal het mavo nog nadrukkelijker bevestigen in zijn rol van mbo-hofleverancier. Temeer als de 'onderkant-problematiek' is afgewenteld op het vbo. Is het daarom dat over het wettelijk geregelde doorstroomprogramma voor mavo met geen woord wordt gerept?

Ventweg

Aan de onderkant van het model zijn ook drie leerwegen getekend: twee naar de korte beroepsopleidingen en een naar de arbeidsmarkt. Die kennen straks geen vakken meer, maar deelkwalificaties waarvoor certificaten gehaald kunnen worden. Daarmee kan je het vbo 'programmatisch zwaluwstaarten' met elke korte beroepsopleiding. Via die deelkwalificaties vindt iedereen zijn weg door het vbo. Verschillen tussen leerlingen zal je dan terugvinden in meer of minder certificaten. Een prima opzet. Juist daarom is het verbazingwekkend dat de commissie toch een individuele ventweg (ivbo) laat lopen naast de gewone beroepsgerichte weg.

De commissie-van Veen moest wat de vakken betreft knopen doorhakken. Soms slaat ze mis. Ze onderscheidt vijf soorten vakken zonder zich te bekommeren om de effecten. Wie vakken zo verdeelt, oogst nog meer vakken 'achter de streep'. De kunstvakken en maatschappijvakken zijn verwezen naar de vrije keuzehoek. Je hoeft geen profeet te zijn om te weten dat deze vakken straks alleen nog in de eerste twee jaar basisvorming zullen voorkomen. Waarom geen combivak Mens en Maatschappij als algemeen verplicht vak? Waarom niet één kunstvak naar keuze uit de verplichte twee van de basisvorming doorgetrokken naar het examen? Waar is wiskunde-nieuwe-stijl, met zijn grote transferwaarde naar andere vakken? Dan houd je tenminste het idee van brede algemene vorming overeind.

De commissie stelt voor de bestaande afdelingenstructuur in het vbo te herzien. De noodzaak daarvoor is groot. De huidige 16 afdelingen lopen niet meer synchroon met het vervolgonderwijs en ook hebben veel scholen te kampen met leegloop. Voorgesteld wordt met kernafdelingen te gaan werken waarin afdelingen zijn samengetrokken op basis van vrijwilligheid en uitruil. Dit kwartetten is naïef en lijkt funest voor het vbo. Het is symptoombestrijding, geen remedie voor erosie. Er is meer nodig om het vbo te redden. Het voorgestelde leerwegenmodel doet dat niet, het vertoont weeffouten die het vbo zullen schaden.