Van der Louw: alliantie nodig van commerciële en publieke zenders

BUSSUM, 22 SEPT. NOS-voorzitter A. van der Louw wil dat de publieke omroepen “een strategische alliantie” aangaan met een van de bestaande of toekomstige Nederlandstalige commerciële omroepen. Zo'n samenwerking zou kunnen voorkomen dat publieke en commerciële omroepen bij het kopen van uitzendrechten tegen elkaar worden uitgespeeld en dat de aanbieders van programma's de prijzen te hoog kunnen opdrijven. Hij zei dat gisteren op een congres in Bussum.

Publieke en commerciële omroepen blijven concurrenten, maar op een aantal gebieden kunnen de belangen parallel lopen, stelde Van der Louw. Als voorbeelden noemde hij aankooprechten van programma's en sportuitzendingen en afspraken om geen artiesten weg te kopen waarin een omroep veel heeft geïnvesteerd. Samenwerking met een commerciële omroep zou het mogelijk kunnen maken dat een groter deel van het aangekochte materiaal wordt gebruikt. De NOS-voorzitter sluit programmatische samenwerking vooralsnog uit.

Van der Louw noemde zijn idee voor samenwerking met de commerciële omroep een persoonlijke visie. Binnen het NOS-bestuur is er officieel nog niet over gesproken, maar de voorzitter heeft zijn idee wel bij bestuursleden laten vallen.

Programmaleider B. van der Veer van het commerciële station RTL staat open voor samenwerking. Het belang is duidelijk, de rechten zijn haast niet meer op te brengen, stelde hij vast. Van der Veer wees erop dat ook in Engeland en Duitsland de publieke omroep en de commerciële zenders samenwerken bij bijvoorbeeld het kopen van rechten van sportuitzendingen. De RTL-programmaleider zegt al vaker voor samenwerking bij de publieke omroepen te hebben aangeklopt, maar dat is volgens hem steeds stukgelopen op het grote aantal mensen dat daar in Hilversum over moet beslissen.

Staatssecretaris Nuis (cultuur, media) zei op het congres dat de kwaliteit van de programma's van de publieke omroepen de komende jaren meer aandacht moet krijgen. “We moeten constateren dat de louterende werking van de markt niet in alle gevallen kwaliteitsverhogend werkt”, zo zei hij. Nuijs week met deze constatering niet af van de lijn van de vorige bewindsman verantwoordelijk voor mediazaken, d'Ancona. Haar uiteindelijk in een nieuwe wet verankerde voorstellen om omroepen te voorzien van een tienjarige zendtijdconcessie, waren er vooral op gericht een einde te maken aan de strijd tussen de omroepen in het bestel om leden en zendtijd, die volgens haar tot een verschraling van het aanbod leidde. Om in aanmerking te komen voor een concessie moeten de omroepen verregaand samenwerken.

Nuis wil nagaan hoe de kwaliteit van programma's verder gestimuleerd en beloond kan worden. “Samenwerking is daarbij minstens zo belangrijk als concurrentie”, zei hij. D66 heeft eerder het idee gelanceerd alleen programma's van de publieke omroepen te financieren die niet op steun van sponsors kunnen rekenen. Volgens de partij kunnen spelletjesshows en quizzen gemakkelijk op commerciële basis gefinancierd worden. Geld uit de omroepbijdragen zou moeten worden gereserveerd voor andere programma's. Omroepen zouden in de voorstellen van D66 per programma een bijdrage krijgen uit de omroepmiddelen.

Tussen de regeringspartijen is afgesproken de zendtijdconcessie van tien jaar te verkorten tot vijf jaar. Een groeiend media-aanbod, nieuwe technologische en commerciële ontwikkelingen zouden maken dat er geen 10-jarige periode kan worden ingesteld. Het kabinet zal nagaan hoe het na de 5-jarige periode verder moet. Uitgangspunt daarbij blijft het voortbestaan van een krachtig publiek bestel, aldus de bewindsman.