Van Damme

DE LAATSTE UREN TIKKEN WEG voor Johannes van Damme (59). Als er niets meer tussenkomt zal van Damme morgen bij dageraad in de Singaporese Changi-gevangenis door ophanging worden terechtgesteld. Er zal dan een einde zijn gekomen aan een drama dat op 27 september 1991 begon met Van Dammes arrestatie op de internationale luchthaven van Singapore, waar hij ruim vier kilo heroïne in zijn bagage bleek te hebben. Op de luchthaven van de stadsstaat wordt er geen geheim van gemaakt dat op het bezit van drugs de doodstraf staat. Singapore kan dus in ieder geval geen geheimzinnigheid op dit punt worden verweten .

Er valt niets af te dingen op de Singaporese rechtsgang in de zaak-Van Damme, zo is van de kant van de Nederlandse regering verzekerd. Die rechtsgang was dan ook niet de reden voor het verzoek om gratie dat koningin Beatrix deze zomer persoonlijk aan de president van Singapore heeft doen toekomen, en dat deze week nog eens met klem door minister Van Mierlo werd herhaald. Nederland kent de doodstraf niet, en dat is reden genoeg om een landgenoot bij te staan bij diens pogingen de finale straf te ontgaan. Iedere straf, hoe zwaar ook, kan later op verschillende gronden worden verminderd, de doodstraf en lijfstraffen met blijvende gevolgen zijn daarop een uitzondering.

DAT WAS DAN OOK precies de reden waarom president Clinton dit voorjaar een beroep deed op de Singaporese autoriteiten om af te zien van de zes stokslagen waartoe de negentienjarige Amerikaan Michael P. Fay wegens openbare ordeverstoring en vandalisme was veroordeeld. Naar Amerikaanse normen was de verhouding zoek tussen vergrijp en straf, maar doorslaggevend was dat de straf, uitgevoerd als voorgenomen, blijvend letsel zou hebben achtergelaten.

De Nederlandse bemoeienis met de Singaporese rechtspleging tegenover een landgenoot kent dus een precedent. Maar de vraag blijft openstaan of van Nederlandse kant wel alles is gedaan wat mogelijk is om de tragische afloop van de zaak-Van Damme te voorkomen. Nu blijkt dat Nederland in een vroeg stadium juridische hulp voor Van Damme op formele gronden heeft afgewezen en dat relevante en officiële informatie die Van Damme wellicht had kunnen ontlasten de verdediging niet heeft bereikt, moeten er vragen worden gesteld die een antwoord behoeven. Een reconstructie zal de veroordeelde niet meer baten, maar dat is geen reden om er niet toe over te gaan. De laksheid die Den Haag aanvankelijk toonde kan ten slotte van invloed zijn geweest op de verwerping door Singapore van het koninklijke gratieverzoek.

MET EEN ENKEL KAMERLID als uitzondering lijkt de overwegende opinie in regering en parlement nu te zijn dat men zich verder bij de Singaporese besluitvorming heeft neer te leggen. Of het ventileren van die mening voorafgaand aan de uitvoering van het vonnis opportuun mocht worden genoemd, is een kwestie apart. De zaak-Van Damme is voor een deel ook gewoon een zaak van praktische internationale betrekkingen en daarin is het niet altijd zinvol om bij voorbaat alle kaarten op tafel te leggen.

Maar daarnaast dient zich een principiëlere vraag aan. Heeft Nederland niet juist een goede reden om Singapore de Nederlandse normen en waarden met meer kracht voor te houden? In de niet-westerse wereld is het gewoonte geworden om een lakoniek afwijzende houding aan te nemen tegenover normen die als vreemd aan de eigen cultuur worden gekarakteriseerd. Bemoeienis met de stand van de mensenrechten in een bepaald land wordt bijvoorbeeld steeds vaker gestuit met het argument dat het eigen waardenpatroon zich per definitie onttrekt aan internationale beoordeling. Maar wie zo redeneert, zou juist ook gevoelig moeten zijn voor de normen van een andere cultuur.

VAN DAMME IS DE eerste Nederlander - de eerste Europeaan trouwens ook - die in Singapore de doodstraf moet ondergaan. Een diplomatieke reactie van betekenis is op haar plaats, op grond van de overweging dat gratie terecht was geweest. Van Damme hoort tot een cultuur waarin de doodstraf als onmenselijk is afgeschaft, een opvatting die met recht en reden anderen tot voorbeeld mag strekken. Dat sluit fikse zelfkritiek op eigen normen en waarden niet uit, dat sluit ook begrip voor de eigenwaarde en het sociaal-culturele bastion-denken van een kwetsbare havenstaat als Singapore niet uit.

Ten slotte nog iets: de suggestie dat Nederland zich alleen opwindt nu het een blanke betreft, mag gevoeglijk worden veronachtzaamd. Nederland windt zich op omdat het een Nederlander betreft, zoals elke staat geroepen is zich op te winden wanneer het lot van een staatsburger in het geding is.

Een reden temeer om Singapore terecht te wijzen.