Toegang tot de effectenbeurs gemakkelijker

AMSTERDAM, 22 SEPT. Het wordt voor nieuwe bedrijven gemakkelijker om een notering te krijgen aan de Amsterdamse effectenbeurs.

Ondernemingen hoeven niet langer zoals in het verleden drie van de vijf boekjaren voorafgaande aan een beursintroductie winst te laten zien om tot de beurs te worden toegelaten. Een keer winst in drie jaar is voor een beursnotering al voldoende. Verstrekkers van 'risico-kapitaal' (venture-capital) zoals participatiemaatschappijen hadden aangedrongen op deze verspoepeling van de beursregels.

De nieuwe maatregelen hangen samen met het verdwijnen van de parallelmarkt op 30 september. Het waren vooral participatiemaatschappijen die gebruik maakten van de parallelvloer voor de verkoop van hun belangen in jonge, snelgroeiende bedrijven. Een introductie op de officiële markt was, tot nu toe, geen echt alternatief. Daarvoor waren de eisen te streng. De beurs besloot dit voorjaar om de parallelmarkt op te heffen wegens gebrek aan succes. Bij de oprichting was het de bedoeling dat kleinere bedrijven na verloop van tijd de overstap zouden maken naar de officiële markt. In de praktijk was dat echter een uitzondering: zo kreeg uitzendbureau Content in 1989 een officiële notering nadat het bedrijf in 1986 op de parallelmarkt was genoteerd.

De ommezwaai van de beurs is echter opmerkelijk tegen de achtergrond dat het nog maar een jaar geleden is dat de toelatingseisen voor 'starters' aan de beurs werden aangescherpt. Dat gebeurde na enkele debâcles met fondsen die vrij snel na de introductie ten onder gingen, zoals Infotheek, Air Holland en Textlite. De vraag rees of de beurs onder druk van de publiciteit rond de debâcles daarin niet te ver was doorgeschoten. Beleggers die bang zijn hun geld te verliezen kunnen immers ook een obligatie kopen of deelnemen in een beleggingsfonds. Niet voor niets worden aandelen risicodragend kapitaal genoemd. Tegenover een hoger risico staat ook een hoger rendement. Het gevolg van de bescherming van de beleggers is dat riskante maar veelbelovende bedrijven hun heil zoeken bij participatiemaatschappijen en particuliere investeerders.

E. Elbertse, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen, is daarom tevreden met de versoepelde beursregels. “Snelgroeiende bedrijven kunnen nu naar de beurs toe. Door deze maatregel is het klimaat voor groeiers verbeterd.”

Intussen wordt er ook gedacht aan het invoeren van een Europese Nasdaq. Net als in de Verenigde Staten zou er een aparte beeldschermenmarkt moeten komen voor kleine en middelgrote ondernemingen. Als Nasdaq in Europa werkelijk van de grond komt dan zou dat een grote bedreiging voor de Amsterdamse beurs, die internationaal toch al worstelt met zijn marktpositie, kunnen vormen. Amsterdam zou dan veel handel kunnen kwijtraken.