Stinkende mensen

Het is zo langzamerhand wel algemeen bekend dat het vroeger vreselijk stonk. Ook sommigen van ons hebben vroeger verschrikkelijk gestonken, toen de douche nog weinig gangbaar was en de zaterdagse wasbeurt hoogtij vierde. Bovendien werd het ondergoed in die dagen minder verschoond dan tegenwoordig, om van sokken nog maar niet te spreken. Het is goed dat die tijden voorbij zijn, al gedroeg de neus zich toen vanzelfsprekend ook anders. De neus was minder schrikachtig. Een beetje mufheid, een zurige lucht uit een hemd, een vettige haargeur, een ongewassen oksel - de neus kon het niet zo veel schelen. Er waren er zelfs die het lekker vonden. Casanova wordt nog wel eens geciteerd, hoe hij een dame schreef dat zij zich tot zijn komst over een week niet moest wassen, want dan rook zij zo veel heerlijker. Zulke Casanova's heb je nu niet meer, althans niet dat ik weet.

Het is wel waar dat je geliefde niet per se naar zeep hoeft te ruiken, om niet te zeggen, per se niet, want zeep is iets heel onpersoonlijks en lijflucht is juist intiem en individueel. Wij worden niet verliefd op een stuk seringenzeep, maar wel aangenaam geprikkeld door mannenzweet, als wij een vrouw zijn. Vers mannenzweet, van een zich geregeld verschonende man.

Dit terzijde.

Ondanks de moderne badkamers, Omo Power en sport- en saunacultuur komen er toch nog mensen voor die stinken. Stinken is overbodig en hinderlijk. In haar Hoe hoort het eigenlijk schrijft Amy Groskamp dat zweten vooral een onwellevende gewoonte is, en dat is misschien een weinig overdreven, want zweten is een noodzakelijke activiteit van de zweetklieren, maar dat is geen reden om er andere mensen mee lastig te vallen. Wie een zweterd is, en God weet dat niemand dat kan helpen, die moet flink wassen, met deodorant en talkpoeder werken, en zorgen voor schone kleren. Dan is er nooit iets vreselijks aan de hand, want zoals gezegd, vers zweet van een schone mens is helemaal niet onprettig, vooral niet als het een leuke mens is.

Waarom zijn er dan nog steeds hardnekkig stinkende personen? En hoe helpen wij hen van hun onwellevende gestink af?

Laten we eerst vaststellen wat stank is. Stank is niet: iemands hoogst eigen geur niet op prijs stellen. Dat is afkeer van de persoon. Iemand die stinkt vinden wij minder aardig dan iemand die niet stinkt, of misschien niet eens minder aardig maar wel minder aantrekkelijk en misschien werkt het ook wel omgekeerd: iemand die minder aardig of aantrekkelijk is zullen we eerder vies vinden ruiken. Ik heb een keer meegemaakt hoe iemand van de ene dag op de andere van een opwindend ruikende minnaar veranderde in een onverdraaglijke stinkzwam en dat was, vanzelfsprekend, geen objectieve waarneming waar een tip om zich eens lekker te wassen en te verschonen veel verbetering in kon brengen. Deze categorie doet dus niet mee. De stank waar het om gaat moet intersubjectief kunnen worden vastgesteld. Er zijn meerdere meldingen voor nodig. Heel objectief wordt het als de kleding ook zichtbaar vuil is, dan weten wij zeker dat de neus zich niet vergist.

De intersubjectieve stinker laat zich nog weer in twee categorieën verdelen: de sympathieke en de onsympathieke medemens. Bij de sympathieke medemens zit er uiteindelijk maar één ding op: de stoute schoenen aantrekken en 'er iets van zeggen'. Doet men dat niet, dan blijft er een grotere afstand tussen de sympathieke mens en de onaangenaam getroffen geurwaarnemer bestaan dan gewenst, letterlijk, aangezien men elkaar niet te dicht kan naderen. Wie wil een arm om zich heen geslagen krijgen en intussen zijn neus moeten dichtknijpen? Onfrisse geuren staan hartelijkheid en intimiteit in de weg. Mensen in functies waarbij hartelijkheid een vereiste is, moeten er daarom zorg voor dragen dat zij lekker ruiken.

Hoe gaat er-wat-van-zeggen in zijn werk? Het blad Margriet adviseerde een keer om een spontaan gesprek over shampoo, zeep en deodorant te beginnen en dat kan natuurlijk helpen, maar er zijn mensen met wie je nu eenmaal nooit spontaan op shampoo komt. Dan moet het dus rechtstreekser. Beste A., ik vind jou heel aardig maar ik wil je het liefst alleen in de buitenlucht ontmoeten want binnenshuis ... zo wordt het niets. Beste A., hebben jullie een wasmachine? Idiote vraag. Beste A., zullen we eens naar de sauna gaan? Maar ik wil niet met A. naar de sauna. Een anonieme brief schrijven dan. Dat is weer te erg. Er zijn mensen die gewoon zeggen: A., jij moet je wat beter wassen. Je ruikt niet zo lekker.

Dat zijn de beste mensen en dat is de beste manier. Hoe omzichtiger het aangepakt wordt, hoe erger het is. Dan voelt de aangesprokene ook heus wel dat het hier om een al lang slepende kwestie gaat en dat veroorzaakt schaamte, van schaamte komt vervreemding en je eindigt met een fris ruikende vijand.

De tweede categorie, die van de onsympathieke onwellevend-geurenden, is lastiger. Men kan ze proberen te vermijden. Maar stel dat het om een collega gaat die zich geregeld in dezelfde ruimte bevindt, die, erger nog, altijd zijn stinkende regenjas naast je eigen chemisch gereinigde jas ophangt. Er is het natuurlijke achteruitdeinzen en opzij schuiven, maar dat helpt niet echt. Men kan een raam openzetten maar dat is niet bij alle weersomstandigheden mogelijk of afdoende. Zelf er-iets-van-zeggen is ondenkbaar want daar is de verstandhouding niet naar, die is al koel genoeg zonder dat men zich ook nog op dit glibberige terrein begeeft. Dan moet een collega die wel een goede verstandhouding met de slechtgewassene heeft het karweitje opknappen. Zal je net zien dat die vindt dat het nogal meevalt. Of dat die nooit op dezelfde kamer zit. Zou een chef of een directie verplicht kunnen worden om zulke onaangename boodschappen door te geven? Misschien is de onsympathieke stinker wel onoplosbaar. Laten we beginnen om zonder verder aarzelen de sympathieken in bad te stoppen.