Onervaren huismussen volgen de smaak van andere

Huismussen (Passer domesticus) letten scherp op elkaar bij het zoeken naar voedsel, zodat ze kunnen profiteren van de vondsten van anderen. Maar die oplettendheid gaat verder. Britse onderzoekers hebben ontdekt dat onervaren huismussen zich in hun voedselkeuze sterk laten leiden door het voorbeeld dat ze soortgenoten eerder hebben zien geven (Behaviour 128/ 3-4). Met drie opeenvolgende experimenten werd dit aangetoond. De dieren kregen onder proefomstandigheden de keuze tussen twee nieuwe, verschillende gekleurde maar verder identieke voedselkorrels, nadat ze te zien hadden gekregen hoe een 'ervaren' vogel korrels van één van de twee kleuren kreeg voorgezet en opat. De proefvogels kozen voor voedselkorrels van diezelfde kleur.

In een tweede experiment kregen vogels dezelfde keus tussen gele en rode voedselkorrels, ook weer na het zien van een andere etende vogel. Maar dit keer kreeg de voorbeeldvogel alleen rood voer voorgezet - normale korrels, of korrels waaraan het onsmakelijke kinine was toegevoegd. In het laatste geval aten de observerende vogels aanzienlijk minder van het rode voer. Ze gingen niet op hun eigen smaak af - hun eigen rode voer bevatte immers geen kinine - maar op die van de voorbeeldvogel, die zijn rode korrels met tegenzin at of zelfs verwierp.

Maar uiteindelijk telt toch de eigen ervaring het sterkst. Dat bleek uit een derde experiment, met vogels die zelf ervaring hadden opgedaan met of alleen 'goede', of alleen 'vieze' rode korrels . Zij waren niet meer van hun voor- of afkeur voor rood af te brengen, ook al kregen zij een demonstratie te zien van een voorbeeldvogels die een tegenovergestelde voorkeur hadden aangeleerd.

Het van elkaar leren speelt dus alleen een rol wanneer mussen te maken hebben met ongebruikelijk voedsel waarmee zij geen ervaring hebben. Wanneer ze die ervaring wel hebben, besteden ze geen aandacht meer aan de voorkeuren en reacties van anderen, en vertrouwen op zichzelf.

De sociale organisatie van huismussen leent zich goed voor het doorgeven van informatie over voedselkwaliteit. Uit veligheidsoverwegingen zoeken de dieren bij voorkeur gezamenlijk voedsel, ook wanneer een individuele actie meer profijt op zou leveren. Jonge dieren, maar ook volwassen dieren die in een nieuw gebied of een nieuwe groep terecht zijn komen, kunnen daardoor veel opsteken van anderen. Het gadeslaan van veel soortgenoten geeft waarschijnlijk een betere inschatting van de plaatselijke voedselsituatie dan de eigen, nog beperkte ervaring.