Kronen gering risico voor conditie tandvlees en kaakbot

Na hoeveel tijd moeten kronen en bruggen door de tandarts worden vervangen? Die vraag is moeilijk te beantwoorden maar wel interessant. Niet alleen voor mensen die deze dure voorzieningen in hun mond krijgen, maar ook voor ziektekostenverzekeraars, consumentenorganisaties, advocaten en rechterlijke instanties die de laatste jaren steeds meer te maken krijgen met klachten van patiënten over het resultaat van tandartsbehandelingen.

Het antwoord op de vraag is zo lastig te geven, omdat men gegevens nodig heeft voor grote groepen patiënten die gedurende lange tijd moeten worden gevolgd, en de uitval van de proefpersonen, door allerlei omstandigheden, is nu eenmaal groot. Daarom blijft het altijd bijzonder als een levensduurstudie wordt gepubliceerd. Onlangs verschenen de resultaten van een Noors onderzoek waarin vermeld werd dat 102 tandheelkundige patiënten (73 vrouwen en 29 mannen die aanvankijk gemiddeld 48 jaar waren) 15 jaar werden gevolgd. In hun monden waren 108 vaste bruggen vervaardigd door vijfdejaars studenten van een tandheelkundige faculteit in Oslo in het academisch jaar 1967/1968. Als brugpeilers fungeerden 345 tanden of kiezen terwijl 525 gebitselementen met dezelfde kaak als controle werden gebruikt. De bruggen bestonden uit hetzelfde materiaal afkomstig van één tandtechnisch bureau. De patiëntengroep was representatief voor de groep personen die jaarlijks op de betreffende faculteit worden behandeld.

Op verschillende momenten werd, op een gestandaardiseerde wijze, het niveau van de mondhygiëne bepaald, alsmede de gezondheid van het tandvlees en het kaakbot, de hoeveelheid tandbederf, de grens van de randen van de kronen aan het tandvlees en kaakbot (immers een kritieke plaats als het gaat om het bepalen van de kwaliteit van dit restauratieve tandartsenwerk) en tenslotte de hoogte van het kaakbot, een indicatie van de steun in het bot voor het gebitselement. De metingen werden in de monden uitgevoerd door dezelfde personen en daarnaast werden röntgenfoto's gebruikt. Gedurende de eerste 10 jaar van de studie werd de gebitsgezondheid van de patiënten ieder halfjaar grondig gecontroleerd en werden hun gebitten steeds door de mondhygiënist grondig schoongemaakt.

Na 15 jaar kon het volgende worden geconstateerd. Van de oorspronkelijke groep van 102 patiënten waren er nog 55 over; 16 personen waren gestorven, bij 16 van hen moest de brug worden verwijderd of overgemaakt en voor de uitval van de rest van de groep waren diverse redenen. Wanneer de gegevens van de gekroonde en nietgekroonde gebitselementen met elkaar werden vergeleken, waren de verschillen in het algemeen niet groot. Met betrekking tot de hoeveelheid plaque, een maat voor de mondhygiëne, bleken er vrijwel geen verschillen te zijn. Bij de gekroonde elementen zag men iets meer bloeding, een teken van een lichte ontsteking. Het kaakbot om deze gebitselementen was iets meer teruggetrokken dan bij de tanden en kiezen waarin alleen maar vullingen waren aangebracht. Na 15 jaar waren 12% van de gekroonde elementen door tandbederf aangetast, over de controle-elementen zijn geen gegevens vermeld. Uit het verslag kon worden opgemaakt dat de vervaardigde bruggen bij de 55 patiënten ook na 15 jaar nog goed functioneerden.

De resultaten van deze studie wijzen verder uit dat de aanwezigheid van kronen een zeker risico inhoudt voor de conditie van het tandvlees en kaakbot (een gegeven dat overigens ook al eerder bleek) maar dat de mogelijke schade over de jaren heen feitelijk gering blijkt, mits de mondhygiëne van de patiënt bevredigend blijft.

Deze studies geven inzicht in de kwaliteit van het duurdere restauratieve werk van tandartsen. Ondanks het feit dat kwaliteit afhangt van meerdere aspecten, zoals kauwfunctie, afwezigheid van pijn en ontsteking, mondhygiëne, esthetiek, ect. blijkt zo langzamerhand toch dat, binnen zekere marges, duur restauratief werk van tandartsen kan worden gegarandeerd voor een periode van zeker 10 jaar.